Turkije eist kunstschatten terug

Westerse musea en archeologen zijn bezorgd over de campagne objecten terug te halen, die zijn 'geroofd' in de Ottomaanse tijd. Maar de Turkse burgers staan er volledig achter.

ISTANBUL - De eeuwenoude Aya Sofia met zijn zachtroze muren, grijze koepels en vier spitse minaretten is sinds jaar en dag de voornaamste bezienswaardigheid van Turkije. De reusachtige voormalige kathedraal, die later een moskee werd en tegenwoordig een museum is, trekt jaarlijks miljoenen buitenlandse toeristen. En voor islamitische bezoekers zijn de mausolea van de Turkse sultans, op een binnenplaats van de Aya Sofia, nog een belangrijke extra attractie.


Maar tot grote ergernis van de Turkse regering bestaat een paneel met tegels op een van de mausolea uit replica's. De originele tegels zijn in de negentiende eeuw meegenomen door de Franse tandarts van de toenmalige sultan, en verkocht aan het Louvre in Parijs, waar ze zich nog steeds bevinden. De Turken eisen de tegels terug en hebben onlangs, om hun eis kracht bij te zetten, bij het mausoleum een bord geplaatst waarop wordt gewezen op deze 'kunstdiefstal'.


De actie raakt bij veel Turkse bezoekers van de mausolea een gevoelige snaar. 'Dit maakt mij ontzettend kwaad', zegt de 69-jarige Alpay Ersöz, nadat hij het bord over de replica's heeft gelezen. 'De echte tegels horen hier te zijn.'


Een besnorde schoonmaker met een bezem klimt op een muurtje en laat zijn verweerde hand gaan over echte tegels naast de replica's. 'Voel maar, zo voelen de echte: ze hebben reliëf. De Fransen beweren dat de sultan de tegels aan die tandarts heeft geschonken, maar ze liegen. De sultan zou nooit een stuk van het graf van zijn voorouders weggeven of verkopen.'


De actie tegen het Louvre is onderdeel van een campagne van de Turkse regering om historische schatten terug te eisen uit westerse musea. In de 18de en 19de eeuw namen allerlei reizigers, avonturiers en zelfbenoemde archeologen historische objecten uit het toenmalige Ottomaanse Rijk mee naar Europa en Amerika, waar ze terechtkwamen in musea en particuliere verzamelingen. In de 19de eeuw werden bovendien heel wat objecten brutaalweg geroofd.


De Turkse regering probeert deze schatten nu terug te halen. 'We willen alleen de gestolen objecten terug', zegt de politicus Ertugrul Günay, tot voor kort minister van Cultuur. 'Ik bedoel daarmee objecten die zonder toestemming of zonder documenten zijn meegenomen. Daar zijn er veel van.'


De Turkse autoriteiten volgen met hun campagne het voorbeeld van landen als Italië en Griekenland, die eerder met succes historische objecten hebben teruggeëist. Maar de Turken pakken het grootschaliger en agressiever aan. Ze geven archeologische teams uit Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië weinig of geen vergunningen meer voor opgravingen, om de musea in die landen onder druk te zetten. Ook dwingen ze westerse archeologen hun opgravingen over te dragen aan Turkse collega's. Günay: 'We zijn ons bewust geworden van de kaarten die we in handen hebben.'


De Turkse regering wist zo de laatste jaren duizenden objecten terug te halen uit Europa en Amerika. Zo zag het Pergamon Museum in Berlijn zich gedwongen een 3.600 jaar oude sfinx terug te geven. Het Museum of Fine Arts in Boston retourneerde de bovenste helft van een beeld van Herakles en Servië gaf 1.500 munten en kleine objecten uit de Oudheid terug. En de Turken willen nog veel meer terug - tot bezorgdheid van museumdirecteuren in Europa en Amerika.


De Duitser Hermann Parzinger, bestuursvoorzitter van het Pergamon Museum, beschuldigde de Turkse autoreiten onlangs van 'chantage'. Westerse museumdirecteuren stellen dat de Turken onvoldoende in staat zijn de historische schatten te beschermen en dat veel Turkse archeologen onder de maat zijn. Ze denken dat het de Turkse regering niet gaat om wetenschappelijk onderzoek, maar dat zij vooral wordt gedreven door nationalisme en door de wens meer toeristen te trekken naar haar musea.


Er zijn geen claims ingediend bij Nederlandse musea. En ook de enige Nederlandse opgraving in Turkije gaat gewoon door. Archeoloog Fokke Gerritsen, die de Nederlandse opgraving van prehistorische landbouwgemeenschappen leidt, maakt zich wel zorgen. 'Er wordt een sfeer gecreëerd waarin buitenlandse archeologen argwanend worden bekeken.'


'Alles moet terug'

Maar onder de Turkse bevolking geniet de regeringscampagne veel steun. 'Ik vind dat alle verdwenen objecten terug moeten', zegt de Turkse advocaat Remzi Kazmaz. 'Niet alleen gestolen objecten, maar alles.'


De advocaat voert met andere activisten campagne om resten van het Mausoleum van Halikarnassos terug te krijgen van het British Museum in Londen. Dit marmeren mausoleum werd in de 4de eeuw voor Christus gebouwd voor een Perzische heerser aan de Turkse westkust en gold in de Oudheid als een van de zeven wereldwonderen.


Een Britse archeoloog groef restanten van het mausoleum in de 19de eeuw op en mocht deze van de sultan meenemen. Kazmaz: 'Het Ottomaanse Rijk stond op instorten en de sultan kon niet op tegen het machtige Groot-Brittannië.'Hij laat op zijn laptop een brief zien die hij net ontving van de Britse ambassadeur. De ambassadeur schrijft dat de Britten in de 19de eeuw 'conform de toen geldende wetgeving' werkten en dat het 'misleidend' is de opgraving af te schilderen als roof.


Kazmaz, met een brede grijns: 'Ze beginnen zich toch een beetje zorgen te maken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden