Turkije begint offensief tegen Koerden in Irak

Turkse militairen zijn woensdagochtend met steun van honderd tanks, zware artillerie en gevechtshelikopters Noord-Irak binnengevallen. Een militaire woordvoerder in Ankara sprak van een 'beperkte operatie die niet lang zal duren'....

AP, Reuter

ZAKHO/ANKARA

Hoeveel militairen zijn ingezet is onduidelijk. Volgens het commerciële tv-station NTV trokken er bij Habur vijftigduizend man de grens over. Een Turkse functionaris aan de grens sprak over tienduizend militairen.

De regering in Bagdad heeft fel tegen het offensief geprotesteerd. Het Turkse optreden werd een inbreuk op het internationaal recht genoemd en er werd opgeroepen tot onmiddellijke terugtrekking van de Turkse eenheden. Volgens Bagdad zouden er veel doden zijn gevallen.

De actie tegen PKK-strijders in Noord-Irak werd verwacht omdat Turkije de afgelopen weken een groot aantal manschappen en tanks bij de grens had samengetrokken. De Turkse minister van Defensie Turhan Tayan zei dat het offensief een 'humanitaire missie' is om de Iraakse Koerden tegen de guerrillastrijders van de PKK te beschermen. Ook in Turkije zelf heeft het leger de strijd tegen de PKK opgevoerd. De afgelopen weken zijn daarbij volgens het Turkse leger tweehonderd Koerden gesneuveld.

Het persbureau Anatolia meldde dat Turkse straaljagers zeker vijf bases van de PKK aan de Iraakse kant van de grens hadden gebombardeerd. Volgens een vertegenwoordiger van Iraakse Koerden in Turkije voerde de luchtmacht woensdag bombardementen uit op de PKK-kampen Zab en Hakurk. Het pro-Koerdische nieuwsagentschap DEM in Duitsland maakte melding van beschietingen door het Turkse leger van PKK-posities op heuveltoppen.

Sinds de Golfoorlog (1990-'91) heeft Turkije in 1992 en in 1995 militaire operaties in Noord-Irak uitgevoerd tegen de guerrillastrijders van de PKK die van daaruit aanvallen doen in Zuidoost-Turkije in het kader van hun strijd voor een Koerdische staat. De PKK beschikt in Noord-Irak over kampementen, munitie- en voedseldepots.

De grootste en langdurigste operatie van Turkije tegen de PKK vond plaats van maart tot half mei '95. Toen werden zeker 35 duizend soldaten ingezet. Het Turkse leger trok zich na zes weken terug nadat de landen van de Europese Unie zware kritiek op de actie hadden uitgeoefend. De campagne kostte volgens Turkse bronnen het leven aan 555 PKK'ers en 61 militairen.

In Noord-Irak heerst sinds het einde van de Golfoorlog in 1991 een politiek en bestuurlijk vacuüm. Na de mislukte opstand van de Iraakse Koerden in de lente van dat jaar en de dramatische vluchtelingenstroom naar Turkije en Iran, besloten de geallieerden onder druk van de publieke opinie een veilige plaats in te stellen. Amerikaanse, Franse en Britse vliegtuigen (Operation Provide Comfort), gestationeerd op de Turkse luchtmachtbasis Inçirlik, beschermen het gebied sindsdien tegen Iraakse agressie.

Ondanks verkiezingen en de vorming van een Koerdisch parlement, laaide eind 1994 de sluimerende machtsstrijd tussen de twee grootste fracties, de Democratische Partij van Koerdistan (DPK) en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) weer op. Wederzijdse claims op stukken grond en geschillen over de verdeling van inkomsten uit de 'belasting' op het illegale transport tussen Turkije en Irak - goederen heen en olie terug - , via Noord-Irak, speelden eveneens een rol. Irak, dus ook het Koerdische noorden, heeft te kampen met schaarste aan allerlei goederen als gevolg van het handelsembargo dat in 1991 door de VN werd ingesteld.

Beducht voor een mogelijke nederlaag, sloten de Koerdische opponenten, DPK en de PUK, in 1996 zelfs een monsterverbond met respectievelijk Irak en Iran. Iraakse militairen boden de DPK van Barzani eind augustus de helpende hand bij de verovering van Irbil, de 'hoofdstad' van Iraaks-Koerdistan. Hierdoor gealarmeerd vuurden de Verenigde Staten vanuit marineschepen in de Perzische Golf enkele kruisraketten op doelen in Irak af. En slaagde de DPK erin de PUK nagenoeg geheel uit Noord-Irak te verdrijven en in richting Iran te jagen.

Uiteindelijk maakte bemiddeling van de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten, Robert Pelletreau, een einde aan het strijdgewoel. Sindsdien wordt het noordwesten van Noord-Irak beheerst door de DPK en het zuidoosten door de PUK.

De actie van het Turkse leger hangt nauw samen met de positie van de DPK die de 250 kilometer lange grens met Turkije controleert en financieel afhankelijk is van het illegale wegverkeer. Voordat het Turkse leger vorig voorjaar een groot offensief in Noord-Irak lanceerde, kwam Ankara overeen met de DPK dat zij in ruil voor samenwerking zou profiteren van de informatie die Turkije zou vergaren in een op te zetten 'bufferzone' aan de Iraakse kant van de grens. Van die zone, en andere beloften zoals wapens en geld, is niets terecht gekomen.

Volgens het Britse dagblad The Independent voerde het Turkse leger vorige week onderhandelingen met de DPK in de grensplaats Silopi. Gepoogd werd de DPK ervan te overtuigen dat steun aan een nieuw offensief tegen de PKK op z'n plaats was. Wat de uitkomst van deze besprekingen was, is onbekend. Maar aangenomen mag worden dat ook het huidige offensief geen definitief einde zal kunnen maken aan de acties van de PKK vanuit Noord-Irak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden