Turkije begeeft zich in wel erg dubieus gezelschap

De aanklachten in het Turkse samenzweringsproces hadden meer weg van wilde samenzweringstheorieën.

Maandag werden in Turkije ruim 250 militairen, universiteitsrectoren, journalisten en politici veroordeeld in verband met Ergenekon, een vermeende samenzwering tegen zowel de regerende Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) als de - ook in Nederland actieve -- beweging rond de in de VS woonachtige imam Fethullah Gülen. Volgens de aanklagers wilde Ergenekon via 'false flag'-aanslagen sympathie onder de bevolking kweken voor een militaire machtsovername.

In 2007 vonden de eerste arrestaties plaats. Aanvankelijk kon ik me daar veel bij voorstellen. De aan Ergenekon toegeschreven strategie deed denken aan het extreem-rechtse Gladionetwerk in Italië, dat in de jaren zeventig aanslagen pleegde om linkse partijen in diskrediet te brengen. Ook bracht Ergenekon de provocaties van de fascistische Grijze Wolven in herinnering, waarmee de weg werd geopend naar de bloedige staatsgreep van 1980 in Turkije.

In 2010 schreef ik artikelen over Ergenekon voor het aan de Gülen-beweging verbonden Engelstalig Turkse dagblad Today's Zaman. Daarin bekritiseerde ik onder andere de opvattingen van Mehmet Perincek, de zoon van de leider van de Turkse Arbeiderspartij Dogu Perincek, een van de eerste Ergenekon-arrestanten.

Dogu Perincek vertegenwoordigde de Turkse tak van de Euro-Aziatische beweging. Deze in Moskou gevestigde organisatie streeft naar een anti-westers blok, bestaande uit China, Iran, Rusland, Turkije en voormalige Sovjet-republieken in Centraal Azië. Leider van de Euro-Aziatische beweging is de Russische ultranationalist Alexander Dugin, waarover Today's Zaman suggereerde dat hij op de achtergrond leiding gaf aan Ergenekon. Zelf hield ik het in Today's Zaman bij Dugins lofbetuiging in de jaren negentig aan Reinhard Heydrich. Volgens Dugin was deze beruchte nazi de 'eerste Euro-Azianist.'

Na de arrestatie van Dogu Perincek werd zijn rol richting de Euro-Aziatische beweging overgenomen door zijn zoon Mehmet. Een half jaar na mijn kritische artikel over hem in Today's Zaman bleken hij en ik een gemeenschappelijke kennis te hebben. Ik ontving een bericht van Mehmet Perincek. Hij was op de hoogte van mijn kritiek in Today's Zaman, maar dat stond een gedachtenwisseling niet in de weg. In de daarop volgende maanden correspondeerde ik met hem over de Turkse politiek. Op opvallend ontspannen toon, hoewel ik er niet omheen draaide over veel onderwerpen radicaal met hem van mening te verschillen.

Mehmet Perincek woonde in Moskou, maar een half jaar later kwam hij naar Istanbul. We spraken daar af, maar kort na aankomst werd hij gearresteerd en beschuldigd van Ergenekon-lidmaatschap. Ik trachtte nog hem in de gevangenis te bezoeken, maar kreeg daarvoor geen toestemming. Sindsdien heb ik geen contact meer met hem gehad.

Hoewel ik tegen die tijd nog meende dat Ergenekon een realiteit was, nam de twijfel toe. Eerste aanleiding was de aanklacht, die meer weg heeft van een wilde samenzweringstheorie (inclusief Bilderberg en de vrijmetselarij) dan een serieuze beschuldiging. Door het gebrekkige bewijs achtte ik het allerminst aangetoond dat Ergenekon bestond - laat staan dat er politiek getinte aanslagen aan toegeschreven konden worden.

De volgende stap in mijn transformatie van 'gelovige' tot 'ongelovige' ten aanzien van Ergenekon was de arrestatie van de linkse journalist Ahmet Sik. Hij wilde een boek publiceren over de invloed van de Gülen-beweging op politie en justitie in Turkije. Daarvan werd hij op het laatste moment weerhouden toen de politie hem op verdenking van Ergenekon-lidmaatschap aanhield. De visie van Sik over het Ergenekon-proces zag ik bevestigd worden naarmate gebrek aan transparantie en vooringenomenheid onder rechters en aanklagers toenamen.

De indruk groeide van een politiek proces dat vooral de kritiek op de AKP en de Gülen-beweging moest neutraliseren. Zeker, onder hen die nu zijn veroordeeld bevinden zich onvervalste criminelen. Voorop staat echter dat zij niet voor hun misdaden zijn vervolgd, maar voor lidmaatschap van een organisatie waarvan de aanklagers het bestaan niet overtuigend hebben kunnen bewijzen.

Bij de ideologie van veel andere Ergenekon-verdachten passen naar mijn mening absoluut vraagtekens. Dat geldt zeker ook voor Dogu en Mehmet Perincek. In een democratie kan het volgen van een ideologie op zich echter geen reden zijn tot vervolging.

Dogu Perincek werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Zijn zoon Mehmet - mijn eerdere correspondentiepartner - tot zes jaar. De rechter vond twee jaar voorarrest echter genoeg, waardoor hij op vrije voeten kwam.

Ten slotte een opmerkelijk constatering: het enthousiasme van vader en zoon Perincek over Turkse deelname aan een anti-westers Euro-Aziatisch blok lijkt ondertussen door de AKP-regering te zijn overgenomen. Die indruk werd in ieder geval vorig jaar gewekt toen Ankara besloot om dialoogpartner te worden van de Shanghai Cooperation Organization (SCO), een economische en militaire samenwerkingsovereenkomst die met lidstaten als China en Rusland (en waarnemer Iran) vaak als tegenhanger van de EU en de NAVO wordt beschouwd.

PETER EDEL is auteur van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden