Turken blij verrast na Griekse ommezwaai

Anderhalve meter. Zo groot is volgens geologen de fysieke toenadering tussen Turkije en Europa. Maar de aardbeving van 17 augustus heeft Turkije in een ander opzicht nog veel dichter bij Europa gebracht: het lidmaatschap van de Europese Unie is opeens geen utopie meer....

Afgelopen weekeinde beloofde de Griekse minister Papandreou van Buitenlandse Zaken geen veto meer te zullen uitspreken over de Turkse kandidatuur. Daarmee lijkt het belangrijkste obstakel uit de weg geruimd voor de normalisering van de betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie. Ankara bevroor de relatie in december 1997, omdat het vond dat het achtergesteld werd bij een elftal andere landen die het felbegeerde officiële etiket opgeplakt kregen van kandidaat.

Griekenland lag dwars bij het verlenen van die status: Turkije stelde zich te veel op als een vijand, vonden de Grieken, vooral in de kwesties rond de verdeling van Cyprus en de grenzen in de Egeïsche Zee. 'Hoe kunnen wij Turkije beschouwen als een potentiële bondgenoot als zij claims op Grieks grondgebied kracht bijzetten met wapengekletter', klaagden Griekse diplomaten.

Maar nu is er beweging. 'Jammer dat daarvoor een paar duizend doden nodig waren', merkte een cynische ambtenaar van de Europese Commissie deze week op. Het is zeker waar dat de draai van Papandreou mede mogelijk is gemaakt door de solidariteitsgevoelens van de Grieken met de Turkse slachtoffers. Ineens waren de Turken geen aartsvijanden meer, maar gewone mensen.

Maar het zou een te grove versimpeling zijn om de toenadering alleen te verklaren met een verwijzing naar de aardbeving. Want ook voordien was al enige beweging waar te nemen in de vastgeroeste standpunten aan beide zijden. In mei stuurde de Turkse premier Ecevit een brief aan kanselier Schröder waarin hij blijk gaf van een reële kijk op de Turkse kansen op het EU-lidmaatschap. Ecevit wist, schreef hij, dat er nog heel wat dient te veranderen voordat Turkije werkelijk kan meepraten over het Europese landbouwbeleid of de euro.

De Turkse premier duidde met name op de mensenrechten. De afgelopen maanden zijn er verschillende signalen geweest dat Ecevit het niet alleen bij woorden wil laten. Zo sprak hij zich in interviews openlijk uit tegen de doodstraf, van belang omdat die straf is uitgesproken tegen de Koerdische leider Öcalan. Daarnaast bekritiseerde hij de aanwezigheid van een militair in de staatsveiligheidsrechtbank in het strafproces tegen Öcalan. En zowaar, enkele dagen werd die magistraat uit het tribunaal gehaald.

Ook aan Griekse kant dateren de symptomen van een nieuw beleid al van voor de aardbeving. De in de VS opgeleide Papandreou is een stuk gematigder dan zijn voorganger Pangalos. Dat bleek al in de Kosovo-crisis, waarin hij de Griekse woede over de aanvallen op de Serviërs bekwaam in goede banen wist te leiden.

Er lijkt nu ruimte voor een rationeler onderhandelingsproces rond de Turkse kandidatuur. Enkele jaren geleden nog verklaarde de Duitse kanselier Kohl zich daar ronduit tegen, want de EU was een gemeenschap van christelijke landen. Zondag zei de Duitse minister Fischer: 'De EU is geen christelijke gemeenschap, maar een verbond van landen met gemeenschappelijke belangen en waarden.'

Hij gaf daarmee aan dat de weg voor de Turken naar Brussel openligt. Maar onbedoeld legde hij ook de vinger op de zere plek. Zolang de rapporten van mensenrechtenorganisatie Amnesty International over Turkije nog zoveel dikker zijn dan voor een gemiddeld EU-lid gebruikelijk is, kan het land niet toetreden. Want het eerste gebod in de EU-club moet het respect zijn voor mensenrechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden