Turen in een zwart gat

We zijn er gek op: studies waarin ons een kijkje wordt gegund in de toekomst. Worden we allemaal rijk of gaan we alsnog tenonder?...

Op de Olympische Spelen van 2156 zullen vrouwen de 100 meter sneller afleggen dan mannen, berekenden onderzoekers van de Universiteit van Oxford. Vrouwelijke sprinters boeken de laatste jaren meer progressie dan mannelijke. Als deze ontwikkeling zich in dit tempo doorzet, dan zullen de vrouwen over 52 jaar sneller zijn.

Het is een absurde stelling, maar dit soort voorspellingen staan vrijwel dagelijks in de krant. Cijfers worden simpelweg naar de toekomst geëxtrapoleerd, zonder acht te slaan op fysieke grenzen, maatschappelijke veranderingen of nieuwe technologieën.

Veel denkers en wetenschappers kunnen de verleiding van de glazen bol niet weerstaan. Wij beleven 'de maatschappij van het minder', zei de Duitse socioloog Ulrich Beck onlangs (Reflex, 20 november). 'We zijn gewend aan het permanent beter, hoger, meer. De kinderen zouden het nog beter krijgen dan wij, nog meer kansen. En nu moeten we eraan wennen dat dat niet langer het geval is. De oude dromen gaan niet meer op.'

De hoogtijdagen van Europa zijn voorbij, sombert Beck. Andere werelddelen, vooral Azië, zullen er met een deel van de koek vandoor gaan.

Die angst is nergens voor nodig, vindt echter het Centraal Planbureau dat eind november vier secnario's voor 2040 schetste. 'De vrees dat onze kinderen het vanwege de vergrijzing of ander onheil slechter zullen hebben dan wij is ongegrond', meldde CPB-onderzoeker Free Huizinga op montere toon. 'Verval is niet aan de orde. Krimp is uitgesloten.'

In het 'somberste' scenario voorspelt het CPB nog een toename van de welvaart met ongeveer eenderde. In dit scenario blijft de verzorgingsstaat behouden, zijn de inkomens tamelijk eerlijk verdeeld en is de werkloosheid relatief hoog. Het andere uiterste is het 'geglobaliseerde economie'-scenario dat ons een land van marktwerking, privatisering en ongelijkheid belooft. Maar per saldo zijn we straks wel twee keer zo rijk als nu.

Veel mensen zijn bezorgd over het outsourcen van IT-banen naar Azië, zoals ABN Amro onlangs aankondigde. Maar volgens de orthodoxie van de economische wetenschap is dat helemaal niet erg. De welvaart in Azië zal toenemen, wij kunnen er meer producten en diensten afzetten, de wereldhandel groeit en uiteindelijk is iedereen beter af.

Wie heeft er gelijk, Beck of het CPB? Het Planbureau lijkt de beste papieren te hebben. Beck trapt in een klassieke val. Hij extrapoleert een actueel probleem - in dit geval de crisis van de Duitse industrie - naar de toekomst. Tijdens de oliecrisis van 1973 voorspelde premier Den Uyl dat het nooit meer zou worden als vroeger. De sociaal-democratische voorman zou niet meer meemaken dat de arbeider in de jaren negentig niet alleen een auto voor de deur had, maar ook aandelen zou leasen bij Dexia.

Doemscenario's doen het altijd goed. Pessimisme is een begrijpelijke reactie op sociale veranderingen die de mens onzeker maken, schreef de historicus Hermann von der Dunk in zijn bundel Elke tijd is een overgangstijd. In de jaren vijftig maakte men zich druk over de industrialisatie, die het vertrouwde plattelandsleven vernietigde. In de jaren negentig was men bezorgd over de flexibilisering van de arbeid, die de zekerheden van de industriële samenleving - een baan voor het leven bij Shell of Philips - omver haalde. Nu is de islam een gevaar, welke religie een bedreiging zou zijn voor homo's, vrouwen en de liberale cultuur in het algemeen.

'Vatten we crisisbesef op als het besef dat bepaalde waarden en tradities, die ons hebben gevormd en waarop wij ons hebben georiënteerd bij de zingeving of organisatie van ons leven, veranderen of verdwijnen, dan is crisisbesef inherent aan de cultuur en geschiedenis', aldus Von der Dunk. 'Algemene cultuurfilosofische analyses van de eigen tijd komen, als volgens een onweerstaanbare drang, een geheim denkpatroon, in een mineurtoonaard terecht.'

Doemscenario's moeten dus gerelativeerd worden. Maar dat wil niet zeggen dat het CPB de toekomst beter voorspelt dan Ulrich Beck. De toekomst is onkenbaar. In de scenario's van Shell, dat bekend staat om zijn doorwrochte toekomstvisie, is altijd the unknown opgenomen. De oliegigant kan er niet echt rekening mee houden, want niemand weet wat the unknown is.

Een oorlog om natuurlijke hulpbronnen die steeds schaarser worden? De uitbraak van een nieuwe besmettelijke ziekte waar geen remedie tegen bestaat? Aanslagen met massavernietigingswapens? The un known maant ons tot bescheidenheid. Een scenario is als het lampje van een mijnwerker: de eerste paar passen worden bijgelicht, maar het kronkelige gangenstelsel verderop blijft duister.

De toekomst heeft een geschiedenis. In elke periode voorspelden wetenschappers de toekomst en vaak zaten ze er op kolderieke wijze naast.

'Ergens tussen 1997 en 2008 zal het mogelijk worden de menselijke hersens langs elektronische weg direct met informatie te voeden. Wanneer het elektrisch systeem van het menselijk brein eenmaal gedecodeerd zal zijn, kan men dat brein direct op een computer aansluiten. Die kan daarin naar wens een afgeronde hoeveelheid Sanskriet, theoretische fysica of Franse kookkunst pompen', schreef Elsevier in 1966 over een studie van de Amerikaanse futurologen Gordon en Helmer voor de denktank Rand.

Veel voorspellingen uit de jaren zestig weerspiegelden het technologisch optimisme van space age. De oceanen zouden worden gebruikt voor het telen van zeewier en andere nieuwe voedselproducten, waardoor de honger in de wereld zou verdwijnen. Infectieziekten zouden worden uitgebannen en vakantie op de maan zou de normaalste zaak ter wereld worden.

De 'kritiese' jaren zeventig brachten een ander, pessimistischer geluid. In 1972 voorspelde de Club van Rome in Grenzen aan de Groei dat de wereld rond 2000 in een ernstige crisis zou geraken. De bevolking zou sterk groeien, de voedselproductie zou dat niet kunnen bijbenen, olie en andere hulpbronnen zouden uitgeput raken. Er was zelfs een kans van 1 op 40 dat de wereld helemaal niet meer bestond in 2000.

In het rapport van de Club van Rome werden trends simpelweg geëxtrapoleerd. Als steeds meer mensen een eindige hoeveelheid energie gebruiken, kun je uitrekenen wanneer de doos leeg is, meenden de samenstellers van het rapport.

De werkelijkheid is grilliger en minder voorspelbaar. De samenleving reageerde op de schaarste door zuiniger met energie om te springen. Motoren en machines werden efficiënter, huizen werden beter geïsoleerd. Bovendien stimuleerde de schaarste oliebedrijven om nieuwe boortechnieken te ontwikkelen, waarmee reserves konden worden aangesproken die voordien onbereikbaar waren.

Onbedoeld heeft de pessimistische Club van Rome het technologisch optimisme aangewakkerd. Veel mensen geloven dat er altijd wel een technologische oplossing voor de schaarste zal worden gevonden. Hoe nijpender het probleem, hoe groter de menselijke inventiviteit.

Maar ook hier geldt uiteraard dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst.

Vervolg op pagina 14

Vervolg van pagina 13

Voorspellingen gaan vooral over het heden

In het naoorlogse Nederland lag de toekomst op de tekentafel. In de jaren dertig had het laissez-faire kapitalisme de wereld in een diepe crisis gestort. Daarna volgden de chaos en de ontreddering van de Tweede Wereldoorlog. Nederland moest een beter land worden, anders was het lijden voor niets geweest. Daarom werd de wederopbouw krachtig en planmatig ter hand genomen.

In 1946 richtte Jan Tinbergen het Centraal Planbureau op. Tinbergen was van huis uit fysicus en meende dat hij de economie zou kunnen doorgronden alsof het een exacte wetenschap was. Het geloof in maakbaarheid - en daarmee ook in voorspelbaarheid - bereikte een hoogtepunt in de jaren zeventig. Het kabinet-Den Uyl besloot dat niet alleen de economie gepland moest worden, maar het leven zelf. Zo werd in 1973 het Sociaal en Cultureel Planbureau in het leven geroepen.

In die dagen hield men nog van grote woorden. In 1970 trad de 'Commissie Voorbereiding Onderzoek Toekomstige Maatschappijstructuur' aan. Uiteindelijk pleitte die commissie voor een nieuw orgaan dat inzicht moest verschaffen in mogelijke lange-termijnontwikkelingen van de 'samenleving als geheel'. Dat werd de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, ingesteld in 1972.

Geheel conform de tijdgeest was de nieuwe Raad niet vies van pretenties en grote concepten. Hij zette zich meteen aan een Algemene Toekomstverkenning voor Nederland die in 1977 werd gepubliceerd. Onlangs hield de WRR een symposium, waarin op deze ambitieuze onderneming werd teruggeblikt.

Sommige ontwikkelingen waren goed voorzien, ook al vergde dat ook weer geen al te briljante geest: de ontzuiling, het afnemende belang van landbouw en industrie, het toenemend aantal echtscheidingen en de opmars van de computer. Andere belangrijke ontwikkelingen werden echter gemist of onderschat. Zo werd niet voorzien dat vrouwen massaal in deeltijd zouden gaan werken, en dat steeds meer mensen alleen zouden wonen.

De Toekomstverkenning weerspiegelt ook de pre-occupaties van de jaren zeventig. De oliecrisis had een enorme invloed, dus werd ervan uitgegaan dat energie schaars en duur zou blijven. De WRR-onderzoekers voorspelden ook dat werknemers steeds meer invloed op het beleid van hun bedrijf zouden krijgen. Schaalvergroting in het onderwijs was een objectieve noodzaak. Protesten daartegen kwamen slechts voort uit een misplaatst romantisch geloof in kleinschaligheid. De ideale school telde tweeduizend leerlingen.

Toekomstvoorspellers zijn kinderen van hun tijd. Hun voorspellingen reflecteren hun eigen angsten en wensdromen. In feite gaan de meeste voorspellingen helemaal niet over de toekomst, stelt de Maastrichtse filosoof Rein de Wilde in zijn boek De voorspellers. Ze moeten eerder worden gezien als verklaringen over het heden. Optimistische scenario's zijn vaak verkapte verkoopstrategieën. Je kunt mensen alleen verleiden te investeren in het zwarte gat van internet als je suggereert dat het net een onontkoombare toekomst vertegenwoordigt.

Pessimistische scenario's zijn veelal waarschuwingen. Wie zich zorgen maakt over de kosten van de vergrijzing of de verzorgingsstaat kan met een paar extrapolaties gemakkelijk laten zien wanneer de bodem van de schatkist in zicht komt. Dergelijke scenario's zijn veelal bedoeld als self defeating prophecy, als een oproep tot actie in de politiek gewenste richting.

Missers zijn inherent aan het denken over de toekomst. Veel onthutsender zijn echter de blinde vlekken. De thema's die aan het begin van de 21ste eeuw het maatschappelijk debat domineren, ontbreken volledig in de toekomstverkenning uit 1977: de multiculturele samenleving, de islam, het terrorisme, normen en waarden.

De toekomst is onkenbaar. De zorgen van vandaag kunnen morgen achterhaald zijn. In 1981 publiceerden de sociologen Joseph van Doorn en Frans van Vught een onderzoek naar de toekomstverwachtingen van de Nederlanders. Veertig procent van de hoger opgeleiden verwachtte voor het jaar 2000 een beperkte nucleaire oorlog op Europees grondgebied.

Tegenwoordig zijn mensen bang voor een langdurig en gewelddadig conflict met de islam. Misschien is het over 25 jaar ook een kwade herinnering. De Franse islamoloog Gilles Kepel gelooft dat de jihad een achterhoedegevecht is. Maar we kunnen niet weten of hij gelijk zal krijgen. Wellicht blijkt Samuel Huntingtons idee van een 'botsing der beschavingen' uiteindelijk accurater.

De wetenschap heeft de moed niet helemaal opgegeven, blijkt uit de evaluatie van de Algemene Toekomstverkenning uit 1977. We weten inmiddels dat extrapolaties onbetrouwbaar zijn en dat we geneigd zijn om het belang van actuele problemen te onderschatten.

'Toch staan we niet helemaal machteloos. Creativiteit kan een wapen zijn om te jagen op mogelijke nieuwe ontwikkelingen die de toekomst anders zouden kunnen kleuren dan we logischerwijze verwachten', stellen de onderzoekers Cock Hazeu en Patrick van Duin in hun evaluatie. In elke samenleving zijn de kiemen van de toekomst al aanwezig. De kunst is om ze te herkennen. De Brits-Duitse socioloog Ralf Dahrendorf constateerde dat invloedrijke ideeën vaak in de marge ontstaan. In 1946, toen de westerse wereld aan haar verzorgingsstaten bouwde, publiceerde Friedrich Hayek The Road to Serfdom, wat pas decennia later zou uitgroeien tot een inspiratiebron voor het neoliberalisme. De basis voor het Amerikaanse neoconservatisme werd gelegd in de jaren zeventig, toen links ook in de VS op zijn hoogtepunt was. Rechtse intellectuelen richtten denktanks op als de Heritage Foundation en het Manhattan Institute, om in betrekkelijke rust een antwoord op het linkse denken te ontwikkelen.

Achteraf is het allemaal gemakkelijk te reconstrueren. Maar op het moment zelf worden vernieuwers vaak niet serieus genomen omdat zij te ver buiten de ideologische hoofdstroom staan.

Ook in de futurologie blijkt de voorhoede vaak een achterhoede te zijn. In 1982 veronderstelde de Utrechtse futuroloog Bart van Steenbergen dat steeds meer mensen, vooral jongeren, zouden kiezen voor 'een samenleving die op een andere leest is geschoeid, met minder economische groei en minder materialistisch.' En: 'Voor de keus gesteld van meer welvaart of een schoner milieu, is het schone milieu aan de winnende hand. De behoefte om rijker te worden neemt af.'

De toekomst zou echter niet ontkiemen bij Milieudefensie of de Bond tegen het Arbeidsethos. De actualiteit van 2004 vindt zijn oorsprong in het Rifgebergte, waar straatarme boertjes ontdekten dat er in Nederland een beter leven klaarlag.

Terwijl Nederland discussieerde over de neutronenbom, verhuisde een onbekende islamitische strijder, Osama Bin Laden, naar Afghanistan. Hij vocht er tegen het communistische bewind, en hij kreeg alle steun van de Amerikanen. In 1982 was het Amerika van Reagan nog helemaal in de ban van de Koude Oorlog, en het leek een goed idee om jihadi's in te zetten tegen de Sovjetmarionetten die Afghanistan destijds regeerden.

Ook voor de CIA bleek de toekomst onkenbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden