Tunnelvisie

Onder het Binnenhof en de Hofvijver zou zich een geheim gangenstelsel bevinden dat het Mauritshuis en de Tweede Kamer met elkaar verbindt. Is het waar of een broodje aap? V duikt in het mysterie.

Het is jammer voor koning Willem-Alexander, maar even onopgemerkt wegsluipen uit zijn werkpaleis kan hij wel vergeten. Althans, niet meer via een geheime ondergrondse route uit de tijd van zijn voorvaderen. Vanuit Paleis Noordeinde liep een tunnel naar een pand in de nabijgelegen Molenstraat. 'Vermoedelijk is die aangelegd in de 16de eeuw', zegt bouwhistoricus Lucas Vis. 'Hij is inmiddels dichtgemetseld, maar het pand waarin de tunnel uitkwam heet nog altijd Koningspoort, een oude stadspoort.' Juist. Er bestaan dus tunnels onder Den Haag.


De geheime gang naar de Koningspoort voedt de Haagse stadsverhalen. Zo zou er onder het Binnenhof en het aanpalende 17de-eeuwse Mauritshuis, dat vandaag officieel wordt heropend door de koning, een eeuwenoud netwerk liggen van gangen en gewelven. Zodat de hoge heren konden vluchten tot achter vijandelijke linies, zegt de één. Zodat ze ongezien bij hun maîtresses konden komen, volgens een ander. Plaats je het gerucht in de huidige tijd dan zou het tunnelstelsel een evacuatieroute zijn bij calamiteiten voor de kunstwerken in het Mauritshuis. Voor De Nachtwacht in het Amsterdamse Rijksmuseum is een speciale 'brievenbus' gemaakt om het schilderij te evacueren. Als de nood aan de man komt, kunnen Frans Banning Cocq en de zijnen bliksemsnel verdwijnen door een gleuf in de vloer. Maar wat is de vluchtroute van het Meisje met de parel?


Dat er vele tunnels zijn onder de Haagse binnenstad staat als een paal boven water voor Harold Verra, webdesigner, uitvoerend artiest annex 'ambassadeur van de creativiteit'. Het bestaan van een 'atoombunker' onder het Plein bij de Tweede Kamer is een publiek geheim. Verra gaf ooit een rondleiding door de Haagse 'onderwereld': langs bunkers, parkeergarages, 'geheime' gangen en tunnels. 'Als mijn kat niet in een put was geflikkerd', zegt Verra, 'had ik nooit geweten wat daar allemaal onder de grond zat.' De bewoner van het Haagse Hofkwartier, vlakbij Paleis Noordeinde, moest zijn huisdier redden uit een stokoude, bakstenen put op een binnenterrein, niet ver van zijn huis. 'Onder in die put, zo'n 3 meter diep, zag ik resten van gewelven. Ingestort natuurlijk, maar je zag wel het begin van een gang. Dat er ondergrondse verbindingen lopen van het Binnenhof naar de buitenwijken is een ding dat zeker is.' Vroeger, zegt hij, liep je zo door de gewelven van café De Paap in de Papestraat naar de slijterij om de hoek - erg handig. 'De huidige eigenaren hebben dat allemaal dichtgegooid. Ze hadden geen zin meer in dat gezeik van vreemde mensen in hun kelder.'


Dankzij gebrek aan zowel bewijs als tegenspraak en dankzij de eeuwenlange stilte van de Oranjes over een heimelijke bypass naar de buitenwereld, kon schrijver Willem Brakman zijn roman De koning is dood (1999) deels situeren in een onderaards Den Haag, een parallelle wereld bevolkt door edellieden en aristocraten. De hoofdpersoon erft een huis aan de Korte Vijverberg, naast het Mauritshuis, dat toegang biedt tot een curieus universum onder de grond. Hij krijgt een rondleiding van een ingewijde. 'Daar was de Gevangenpoort, wees een omhoog geprikte vinger. Dat vochtige gewelf bleek nog maar het begin, want even later hoorde ik het onmiskenbare gemurmel van water. 'De beek', klonk het verwijtend, 'we zitten nu onder de Hofvijver.'


Johan Maurits, de bouwer van het Mauritshuis, had uitzicht op diezelfde Hofvijver. Het huis ligt naast het Binnenhof, pal tegenover het Torentje van waaruit sinds 1982 de minister-president zijn hofhouding runt. Had veldheer/bestuurder Johan Maurits onderaardse gangen laten aanleggen voor strategische dan wel amoureuze doeleinden? In een beschrijving uit 1652, acht jaar na voltooiing van het Mauritshuis, - waar toen overigens al 'konstige schilderijen' hingen - wordt gewag gemaakt van gewelven onder het voorplein en een doorgang vanuit het huis 'lopende dwars onder de publique Strate tot in eenen schonen hof ofte Gaerden tot het Huijs behoorende'. De onderdoorgang was bedoeld 'daer door gins ende weder te connen gaen sonder besien te worden van yemanden' - een discrete passage voor een heer van stand.


Ligt hier de sleutel tot de verhalen over de ondergrondse evacuatieroute voor de kunstwerken? Erg handig lijkt het niet. Een 17de-eeuwse gang is misschien geschikt als vluchtroute voor handzame schilderijtjes als het Meisje met de parel of Het puttertje, dat in Donna Tartts gelijknamige roman al eens moest worden gered na een bomaanslag. Het wordt een ander verhaal als De Stier van Potter, 2,36 bij 3,39 meter, onverwacht de stal moet verlaten. Quentin Buvelot, curator bij het Mauritshuis, schreef ter gelegenheid van de heropening het boek Mauritshuis, een gedetailleerde historische studie naar het huis en alles wat erbij hoorde. 'Johan Maurits liet een tuin aanleggen aan de overkant van de straat die voor zijn huis langsliep', zegt hij, 'op de plek waar nu het gebouw staat van het voormalige ministerie van Koloniën.'


Hij schetst een tuin met strakke perken en romantisch-wilde bosschages. Een ideale plek om er ongezien tussenuit te knijpen? 'Het was in die tijd not done dat een heer van stand en zijn gasten over straat gingen. De tuin was vooral voor representatieve doelen, er werden bijvoorbeeld kegelspellen gespeeld. Ze liepen naar de tuin door de onderaardse gang.' De tunnel is er nog. Dat wil zeggen: 'Hij is in de 19de eeuw dichtgestort omdat hij te krakkemikkig werd.' En als de kunstwerken onvoorzien moeten worden geëvacueerd? 'Helaas', zegt Buvelot, 'daarover mag ik helaas geen mededelingen doen.'

Honderden reigernesten

Toen Johan Maurits in 1636 het stuk land kocht waarop hij zijn tuin zou inrichten, beloofde hij op eigen kosten de daar bivakkerende reigers te onderhouden. In 1637 werden honderd reigernesten geteld in het gebied. Elf jaar later was dit aantal gegroeid tot driehonderd. Een natuurbeschermer avant la lettre as Johan Maurits niet. Hij onderhield de vogels uit respect voor stadhouder Frederik Hendrik, die de reigers inzette bij de valkenjacht. Toen er jaren later een einde kwam aan deze hobby van de Oranjes, haalden Johan Maurits en buurman Constantijn Huygens opgelucht adem: meer rust in de tuin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden