Tunesië wil niet de fouten van buurland Algerije maken

Vanuit Tunesië gezien, is het moeilijk zich voor te stellen dat Algerije naast de deur ligt. Voorzover dit Arabische en islamitische land extremisme kent, is dat seculier en wordt het niet uitgedragen door fundamentalistische moslims....

THE GUARDIAN

The Guardian

TUNIS

De kroegen in de hoofdstad zitten vol arbeiders die een glaasje drinken. Vrouwen dragen mini-jurken als ze naar kantoor gaan en bikini's op het strand. Het toerisme floreert. De president verklaart dikwijls en luid dat 'goede fundamentalisten niet bestaan'.

Dat is ook de mening van taxichauffeur Mustafa uit Tunis. 'Die lui hebben niets met de islam te maken', zegt hij bij wijze van commentaar op het nieuws, vorige week, dat Algerijnse extremisten een moeder voor de ogen van haar kinderen hadden onthoofd. 'Het zijn gewoonweg gekken. De islam staat voor tolerantie, niet voor haat. Misschien onderschrijven sommigen, hier in Tunesië, wel de doelen van de fundamentalisten, maar nooit en te nimmer deze middelen.'

De geschiedenis en een op secularisatie gerichte campagne van tientallen jaren hebben in Tunesië een andere mentaliteit doen ontstaan dan bij de buren.

Algerije is een uitgestrekt gebied van woestijnen en bergketens, dat tot het moment dat de Fransen het met harde hand koloniseerden, nog nooit onder één bewind verenigd was geweest. Een miljoen Algerijnen sneuvelden in de strijd voor onafhankelijkheid en toen die eenmaal een feit was, volgden drie decennia van onderdrukking en mislukte centrale planning met als gevolg dat het vertrouwen in de Algerijnse instituties werd ondermijnd.

Tunesië heeft daarentegen nauwelijks onrust gekend. Van 1956 tot 1987 was het bewind stevig in handen van de vaderlijke Habib Bourguiba. Anders dan andere postkoloniale leiders waagde hij zich niet aan ideologische experimenten. De in Frankrijk opgeleide advocaat, een bekend voorstander van de rechten van vrouwen, streefde met kracht naar het terugdringen van de invloed van de islam. Polygamie werd door hem buiten de wet gesteld. Legendarisch is de gelegenheid waarbij Bourguiba tijdens de islamitische vastenmaand Ramadan live op de televisie een groot glas water dronk.

Hij wist op deze manier de invloed van de islam in het persoonlijk leven en in de politieke sfeer echter niet te elimineren. Tegen het eind van zijn bewind vormden gematigde fundamentalisten een ondergrondse partij onder de naam Ennahda, wat Wedergeboorte betekent.

Na een aan islamitische extremisten toegeschreven bomaanslag, in 1987, kwam de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Zine al Abidine Ben Ali, tot de conclusie dat Bourguiba, die inmiddels 84 jaar was, de teugels te veel had laten vieren.

Met een geruisloze coup greep Ben Ali de macht en veranderde hij de grondwet, zodat religieuze partijen illegaal werden. Vervolgens opende hij de jacht op Ennahda en maakte een eind aan het bestaan van die partij.

Tegen 1990 waren honderden moslim-verdachten voor de rechter gebracht en tot gevangenisstraf veroordeeld of verbannen. De leider van Ennahda, Rashid Ghannouchi, die wordt beschouwd als een van de meest verlichte islamitische intellectuelen, nam de wijk naar Londen, waar hij nog steeds woont.

Ben Ali heeft geen last van scrupules over het harde optreden van zijn regering. Hij hoeft er slechts op te wijzen dat er sinds hij de macht heeft gegrepen helemaal geen politieke onrust meer is.

'Godsdienstig obscurantisme', verklaarde hij onlangs recht voor z'n raap in een interview, 'leidt tot terrorisme. Het opent de deur voor alle mogelijke excessen en het staat haaks op democratie, vrijheid en vooruitgang'.

De groeiende chaos in Algerije verontrust Ben Ali naar zijn zeggen niet. 'Ik ben niet bang voor besmetting', verklaarde hij tegenover een Franse journalist. 'Het fundamentalisme is tegenwoordig jullie probleem. Frankrijk, Engeland en de VS worden door fundamentalistische terroristen als uitvalsbasis gebruikt. Die landen verlenen in naam van vrijheid en democratie asiel aan de vijanden van vrijheid en democratie.'

Toch neemt Ben Ali liever geen risico's. Zijn aan zee gelegen paleis wordt aan alle kanten, zelfs onder water, zwaar bewaakt. Zijn herverkiezing als president, in maart van dit jaar, had plaats met niet minder dan 99 procent van de stemmen. Twee andere kandidaten brachten vervolgens korte tijd door in de gevangenis. De pers staat onder strikte censuur. De sterke politiemacht is goed bewapend en wordt gevreesd.

Vergeleken bij andere landen in de regio wordt Tunesië niettemin mild geregeerd. Nog belangrijker is dat de regering lijkt waar te maken wat ze belooft.

De treinen rijden op tijd. Er is weinig corruptie. Gezondheidszorg en onderwijs horen tot de beste in de Arabische wereld. Hoewel Tunesië slechts over weinig hulpbronnen beschikt - het heeft niet zulke enorme olie- en gasvoorraden als Algerije - is de economische vooruitgang indrukwekkend.

In Algerije is de toestand explosief doordat miljoenen werkloze, slecht gehuisveste en opgeleide jongeren bezwijken voor de verleiding van een vertwijfeld radicalisme. Opstootjes van jongeren bewogen in 1988 een angstige Algerijnse regering ertoe islamitische politieke partijen toe te staan.

Daarentegen voelen jonge Tunesiërs zich over het algemeen betrokken bij hun samenleving. Misschien zouden sommigen wel willen dat hun land naar z'n islamitische wortels terugkeert, maar dat verlangen is niet zo sterk dat ze bereid zijn de risico's te lopen die gepaard gaan met het uitdagen van een machtige, vastberaden overheid.

De overgrote meerderheid van de bevolking koestert geen twijfel over de vraag wat in het belang van Tunesië is: het aantrekken van toeristen en investeerders uit Europa en vooral het vermijden van de fouten van de Algerijnse buren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden