Tunesië voorziet chaos door terugkerende Syrië-strijders

De terugkeer van Syrië-strijders en andere jihadisten naar Tunesië kan leiden tot de 'Somalisering' van het land. De regering moet 'uitzonderlijke maatregelen' nemen om dat te voorkomen, zoals het intrekken van het paspoort van mensen die zich elders hebben schuldig gemaakt aan gewelddadig extremisme.

Politie patrouilleert op het strand van Sousse na de aanslag in de zomer van 2015. Beeld null
Politie patrouilleert op het strand van Sousse na de aanslag in de zomer van 2015.

Het waren niet de geringste woorden die de Tunesische vakbond van binnenlandse veiligheidstroepen (SNFSI) afgelopen weekeinde gebruikte om te waarschuwen voor het gevaar van teruggekeerde jihadisten. De verwijzing naar Somalië suggereert de anarchie van een mislukte staat, waarin gewapende groepen het openbare leven in hun greep hebben.

Zover is het nog lang niet. Tunesië is een beschaafde democratie, die niettemin voortdurend de gevaren van het islamitisch radicalisme onder ogen ziet. Vrijwel wekelijks wordt wel ergens een jihadistische cel opgerold, meestal in de buitengebieden. Tientallen leden van de SNFSI zijn de afgelopen jaren om het leven gekomen bij botsingen met extremisten.

In 2015 werden twee aanslagen gepleegd op toeristische doelen, het Bardo-museum in Tunis en het strand van de badplaats Sousse. Bijna zestig buitenlanders kwamen daarbij om het leven. Het toerisme in Tunesië, een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land, stortte in.

Tunesische strijders

Ook in Europa lieten geradicaliseerde Tunesische jongeren van zich horen. De aanslag 19 december op een kerstmarkt in Berlijn werd gepleegd door een 23-jarige Tunesische asielzoeker die trouw had gezworen aan Islamitische Staat.

Volgens een schatting van de Verenigde Naties hebben ruim vijfduizend Tunesiërs de afgelopen vijf jaar hun land verlaten om zich bij gewapende groepen te voegen, vooral in Syrië en Irak. Buurland Libië is als tussenstation en leerschool gemakkelijk te bereiken.

Geen land heeft naar verhouding zo veel strijders geleverd voor de oorlog in Syrië. De meesten gingen erheen in de jaren 2012/2013, toen deelnemen aan de oppositie tegen dictator Bashar al-Assad minder in een kwade reuk stond, maar velen kwamen uiteindelijk terecht bij IS of aan Al Qaida gelieerde organisaties. Inmiddels zijn die groepen in het defensief en menig spijtoptant verlaat het strijdtoneel.

Tunesië zit daarom in zijn maag met terugkerende jihadgangers. Volgens een verklaring van de vakbond SNFSI hebben zij militaire training genoten en 'hebben zij leren omgaan met allerlei soorten geraffineerde wapens'. Terug in eigen land kunnen de extremisten zich aansluiten bij 'slapende cellen'.

'Geen vrijheid voor terroristen'

Niet alleen de veiligheidstroepen maken zich zorgen. Terwijl de SNFSI zondag vergaderde, demonstreerden honderden mensen voor het parlementsgebouw in Tunis tegen het toelaten van geradicaliseerde landgenoten. 'Nee tegen de terugkeer van jihadisten', was een van de leuzen, en 'Geen vrijheid voor terroristen'.

Het debat in Tunesië over de jihadgangers laaide op nadat president Béji Caïd Essebsi op 2 december in Parijs tegen verslaggevers had gezegd dat 'men niet een Tunesiër kan tegenhouden die naar zijn land wil terugkeren'. De grondwet staat dat immers niet toe. Bovendien 'kunnen we ze niet allemaal opsluiten, want daarvoor hebben we te weinig gevangenissen'.

In de pers en op sociale media kreeg Essebsi een lawine van kritiek over zich heen. Ook al voegde hij eraan toe dat 'we uiteraard waakzaam moeten zijn', was juist dat wat de president werd verweten: te weinig waakzaamheid jegens het jihadistisch gevaar. In een tv-interview op 15 december probeerde Essebsi de schade te beperken. Volgens hem is de regering 'niet toegeeflijk' en is er geen sprake van gratie voor terroristen, ook niet voor degenen die 'berouw' tonen.

Dat laatste woord speelt in het debat een bijzondere rol. Toenmalig president Moncef Marzouki stelde in 2014 een genuanceerde aanpak voor. In wat bekend stond als de 'berouw-wet' bepleitte hij heropvoeding en reclassering van teruggekeerde jihadisten, die hun straf konden ontlopen als ze berouw zouden tonen.

'Berouw-wet'

Het idee (dat nooit werd uitgevoerd) werd van harte gesteund door leider Rached Ghannouchi van de gematigd islamistische partij Ennahda. Hij heeft altijd begrip getoond voor de psychologische drijfveren van geradicaliseerde probleemjongeren en ziet niets in maatschappelijke uitsluiting. Omdat Ennahda deel uitmaakt van de regeringscoalitie van president Essebsi, scandeerden de betogers zondag bij het parlementsgebouw ook leuzen tegen Ghannouchi.

Zo wordt Tunesië heen en weer geslingerd tussen twee benaderingen van ex-jihadisten: de harde lijn (gevangenisstraf, paspoort intrekken) tegenover de zachte (preventie en maatschappelijke reïntegratie).

'We kunnen onze verantwoordelijkheid niet afschuiven op andere landen', verklaarde Ghannouchi zondag. 'We moeten deze ziekte serieus nemen. Mijn medicijn bestaat uit justitie, politie, onderwijs en therapie.'

Internationaal geniet de 'softe' aanpak veel steun. Denemarken heeft zijn Aarhus-model en het door Nederland en Marokko voorgezeten Global Counterterrorism Forum, waarin 29 landen en de EU samenwerken, heeft in het Rome Memorandum richtlijnen opgesteld voor reclassering van ex-jihadisten.

De Tunesische regering echter heeft nog niet kunnen kiezen welke kant ze op wil. De militaire vakbond verwijt president Essebsi 'gebrek aan politieke wil' het probleem aan te pakken.

Minister van Binnenlandse Zaken Hédi Majdoub zei vrijdag in het parlement dat ongeveer 800 Tunesiërs die actief waren in extremistische organisaties in het land zijn teruggekeerd. 'Ze worden allemaal goed in de gaten gehouden', benadrukte hij. Enkele tientallen zijn in de gevangenis beland, sommigen hebben huisarrest. Maar wat er met de rest is gebeurd, weet eigenlijk niemand.

Lees ook

'Ze blazen zichzelf liever op dan dat IS hen pakt'
De Arabische Lente begon als een roep om modernisering en democratie en is vijf jaar later ontaard in chaos en terreur. De Nederlandse documentairemakers Sinan Can en Thomas Blom trokken door de Maghreb en het Midden-Oosten om te weten te komen waar en wanneer de lentebries overging in een storm. (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden