Tunesië viert de revolutie, maar volgens de bevolking valt er niet veel te vieren

Tunesië viert zondag de verjaardag van de revolutie, maar velen vinden dat er niet veel is veranderd en er meer reden is voor protest.

Demonstranten staan zondag in Tunis tegenover de oproerpolitie. Beeld reuters
Demonstranten staan zondag in Tunis tegenover de oproerpolitie.Beeld reuters

Het is feest op de Avenue Bourguiba, en het is allesbehalve feest. Op de brede laan in het centrum van Tunis is vandaag het verscheurd gemoed van Tunesië goed zichtbaar: het land viert de zevende verjaardag van de revolutie, het merendeel van de bevolking vindt dat er niet veel te vieren is.

Feest of protest? De twee sentimenten dreigen zondagmiddag rond 1 uur te botsen nabij het podium van de Ennahda, de gematigd islamistische partij die al sinds 2011 deel uitmaakt van de regering.

Bij de islamisten is de stemming opgewekt. Er is muziek, er wordt gejuicht, er zijn sprekers die de lof zingen van de volksopstand die in 2011 een einde maakte aan het corrupte regime van dictator Zine el Abidine Ben Ali. Ennahda is onderhand deel geworden van het establishment en is erop gebrand dat zo te houden.

Een klein eindje verderop, voor het bordes van het monumentale theater van Tunis, hebben zich degenen verzameld die vinden dat er sindsdien niet zoveel veranderd is in Tunesië. Dit zijn de aanhangers van twee nieuwe jongerengroepen die het revolutionaire vuur brandend houden: Fech Nestannew ('Wat staat ons te wachten?') en Manich Msamah ('Wij vergeven niet').

Manich Msamah werd twee jaar geleden opgericht uit verontwaardiging over de amnestie voor corrupte lieden van het oude regime, een brisant onderwerp in Tunesië. Fech Nestannew is nog maar twaalf dagen oud. De groep ontstond min of meer spontaan toen de op 1 januari in werking getreden begroting voor 2018 op vele terreinen het leven duurder maakte voor de gewone Tunesiër.

Overal in het land gingen jongeren na een oproep van Fech Nestannew uit protest de straat op. Op veel plaatsen ging dat gepaard met een soort geweld dat Tunesië eigenlijk niet gewend is. Politiebureaus werden in brand gestoken, overheidsgebouwen belaagd. Eind vorige week, toen de rust grotendeels leek weergekeerd, had de politie ruim achthonderd arrestaties geturfd.

Geen massa's

De vraag was daarom wat de viering van de revolutie vandaag in Tunis zou brengen. Meer geweld? Massaal protest? Ook het linkse Volksfront had zich achter de eisen van de jongerengroepen geschaard en riep zijn aanhang op te komen demonstreren.

Maar massaal is het zeker niet. Een paar duizend Tunesiërs hebben zich zondag de moeite getroost naar het stadscentrum te komen. Van hen wekt alleen de aanhang van Fech en Manich, aangevuld met die van het Volksfront, een militante indruk. Met een man of tweehonderd lopen ze telkens korte stukjes over de laan, vuisten ballend en leuzen roepen als 'vrijheid en waardigheid'. Op elke straathoek passeren ze een rij oproerpolitie.

Als de groep oprukt naar het podium van Ennahda en oog in oog komt te staan met de islamisten, dreigt het even fout te gaan. Er wordt gescholden, misschien worden er wat flessen gegooid. Maar de politie komt tussenbeide en spoedig zijn de kampen gescheiden.

Onderzoekster Huda Maziouk van de Carnegie Endowment, die getuige was van de confrontatie, zegt naderhand dat de jongeren vooral boos waren over de toon van de manifestatie van de islamisten. 'Ennahda was echt aan het feestvieren. De boodschap was: wij zijn aan de macht en we zijn van plan dat te blijven. Het deed denken aan de tijd van Ben Ali.'

'De islamisten zijn tegen een nieuwe revolutie', zegt de 22-jarige hondendresseuse Yasmin Mbarki, activiste van Fech Nestannew. 'Als de politie ons niet had tegengehouden was het vechten geworden. Ik ben tegen geweld, maar er is zóveel woede onder de jongeren. Ze hebben niets. Geen werk, geen hoop, geen toekomst. En de regering geeft alleen geld aan het IMF.'

Zo heeft elke partij zijn eigen hoek, zijn eigen tent en zijn eigen toonsoort op deze versnipperde bijeenkomst. Feest of protest? 'De eisen van het Volksfront vallen samen met de eisen van de revolutie van 2011', zegt Selim Kharrat, voorzitter van de ngo Al-Bawala, een particuliere waakhond voor politieke transparantie. 'Het gaat nog steeds om werk en waardigheid.'

De diepere oorzaken van de revolutie zijn volgens Kharrat niet aangepakt. 'Er wordt geen economisch alternatief geboden. Het is heel makkelijk om de btw te verhogen, maar daarvan zijn vooral de armen en de middenklasse de dupe. Vrij beroepen als artsen en advocaten houden hun fiscale voordeeltjes. De mensen zien heel goed dat de elite onvoldoende bijdraagt.'

Democratie

Feest of protest? 'Beide', zegt voorzitter Samir ben Amor van de oppositionele CPR onder de partytent van zijn partij. 'We vieren de verjaardag van de revolutie, maar we zijn tegen het economisch beleid van de regering en tegen de neiging terug te keren naar autoritarisme.' Niettemin, dat alle partijen vandaag afzonderlijk optrekken vindt Ben Amor prachtig: 'Zo is democratie!'

Dat is de andere kant van de medaille. Tunesië is het enige land waar de Arabische Lente is geslaagd. Het land kreeg een voorbeeldige grondwet, de pers is vrij en vooral inzake vrouwenrechten is vooruitgang geboekt. Toch heerst het chagrijn. 'Democratie kun je niet eten', is hier een gevleugelde uitspraak.

De sociale protesten spelen zich bovendien af in een context van breed ongenoegen over de politieke klasse, die het vooral druk lijkt te hebben met haar eigen intriges en negen opeenvolgende kabinetten lang niet in staat is geweest verlichting te brengen in het dagelijks bestaan van de meeste Tunesiërs, integendeel. De huidige crisis in Tunesië is daarom vooral een crisis van het partijpolitieke systeem, zegt Maziouk van Carnegie. 'Iedereen is de politici moe.'

Daardoor leeft in Tunesië een groeiende nostalgie naar de tijden van oud-president Ben Ali, zo constateert de International Crisis Group (ICG) in een vorige week verschenen rapport. Dat gaat gepaard met een sterke 'autoritaire neiging' onder 's lands bestuurders. Met name Nidaa Tounes, de leidende partij in de coalitie, is daarmee behept. De 91-jarige president Baji Caïd Essebsi, oprichter van Bidaa Tounes, is onmiskenbaar uit op een presidentieel systeem. Terugkeer naar het ancien régime? Onwaarschijnlijk, concludeert de ICG. Daarvoor zijn er sinds 2011 te veel vrije tegenkrachten losgemaakt.

Ook het centrum van Tunis biedt niet de aanblik van contrarevolutie. Al in de loop van deze zonnige zondagmiddag worden de partytenten weer opgevouwen, de dranghekken opzijgezet. De flaneurs nemen weer bezit van Avenue Bourguiba. De terrassen zaten de hele tijd al vol met koffiedrinkende toeschouwers.

Regering komt met geld voor armen

De Tunesische regering trekt 58 miljoen euro uit voor behoeftige gezinnen. De maatregel is een reactie op de maatschappelijke onvrede die werd uitgelokt door de publicatie begin deze maand van de begroting voor 2018. Op tal van plaatsen gingen boze jongeren de straat op.

'Het geld is voor de armen en de middenklasse', zei minister van Sociale Zaken Mohamed Trabelsi bij de presentatie van het plan zaterdag. Volgens hem zullen 250 duizend gezinnen profiteren. Verder komen er extra's voor huisvesting en ziektekosten.

Ook de 91-jarige president Baji Caïd Essebsi liet zich dit weekend van de weeromstuit van zijn sociale kant zien. Zondag bezocht hij Ettadhamen, een arme wijk in de hoofdstad Tunis die symbool staat voor de werkloze jongeren uit de arbeidersklasse. Hij opende er een cultureel centrum.

De oproerpolitie gebruikte traangas om jongeren in de wijk uiteen te jagen die autobanden in brand staken en politieauto's met stenen bekogelden. Elders in de stad bleef het rustig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden