Tulp meets sari

De catwalk van de modeweek van New Delhi had dit jaar een Nederlandse twist. Een voltreffer in een land dat gefascineerd is door mode.

'Kijk', zegt dj Joost van Bellen in een restaurant in New Delhi, terwijl hij foto's op zijn mobiele telefoon laat zien. 'De borrel op de Nederlandse ambassade. Je denkt: stijf, maar het was helemaal James Bond. De palmbomen rond het zwembad droegen metershoge spijkerbroeken, die speciaal voor de gelegenheid waren gemaakt. Man, het was eergisteren, maar ik heb nog een kater.'


Het is Fashion Week in New Delhi, een modeweek die lijkt op alle andere modeweken ter wereld: er zijn modeshows, er is een beurs met Indiase modemerken en dagelijks brengen de kranten trouw verslag uit van welke sterren er bij wie op de eerste rij zitten en wat de trends zullen zijn voor het voorjaar van 2013. Time to go Dutch, kopte de Delhi Times dinsdag boven een foto van Joost van Bellen - vette grijns, duimen omhoog - en modeontwerper Jan Taminiau, die al even stralend de camera in blikt. Want al is het een voornamelijk Indiaas feestje, de modeweek heeft deze keer een Nederlandse twist.


Taminiau en Van Bellen maken deel uit van een delegatie die de Nederlandse creatieve industrie in India moet promoten. India is een opkomende markt immers, met een almaar groeiende middenklasse die een enorme fascinatie voor mode begint te ontwikkelen - het ene na het andere luxe winkelcentrum verrijst in en rondom Delhi. Missoni, Louboutin en Paul Smith hebben zich hier de afgelopen jaren als de donder gevestigd; de nieuwe rijken wonen in Azië en ze snakken naar buitenlandse merken. Indiase vrouwen dragen allang niet meer alleen sari's, elke taxichauffeur heeft het achteloos over El Vee (Louis Vuitton). Geen wonder dus dat het ook in de Nederlandse modewereld (en bij het ministerie van Economische Zaken) begon te kriebelen: hierbij zijn, dit meemaken, is de gedachte achter de eerste Nederlandse deelname aan de Indiase Fashion Week.


Afgelopen zaterdag werd in New Delhi een modeshow gehouden met ontwerpen van Jan Taminiau en van DIED, het modelabel van Diederik Verbakel en Marieke Holthuis, die samen tien jaar bij Diesel werkten. De ontwerpers maakten hun collecties samen met in eigen land beroemde Indiase modeontwerpers, maar de avond werd nadrukkelijk als Nederlands gepresenteerd: 'Dutch fashion Here & Now India', heette het programma. Joost van Bellen verzorgde de muziek, visagiste Ellis Faas deed haar en make-up en catwalkfotograaf Peter Stigter was erbij om alles vast te leggen. Ze gaven ook workshops, net als James Veenhoff, die in Amsterdam een jeansschool heeft opgezet. Iris van Herpen, in Indiase modekringen net zo bejubeld als overal elders ter wereld, stond ook op het programma, maar zij moest afzeggen wegens tijdgebrek.


De onkosten worden vergoed door Dutch DFA (design, fashion, architecture), een club die door een aantal ministeries wordt gefinancierd om Nederlandse creatieven in het buitenland te pluggen. Daartoe mag ze in vier jaar tijd 12 miljoen euro uitgeven.


Al eerder organiseerde Dutch DFA modeshows, in China bijvoorbeeld, 'maar dat was toch meer rang, opkomen, een showtje geven en weer weggaan', zegt Joost van Bellen, die er toen ook bij was. Deze keer werd voor een andere opzet gekozen; een samenwerking met Indiase ontwerpers zou gegarandeerd voor grote belangstelling van de Indiase pers zorgen en, belangrijker nog, voor langdurige relaties.


'Ik mocht zelf bedenken met wie ik een collectie wilde maken', zegt Jan Taminiau. 'Ik wist niets van de Indiase modewereld, dus heb ik een vriendin gebeld die half Indiaas is en voor wie ik net een bruidsjurk had gemaakt. Zij kwam met de naam van Suneet Varma. Ik heb hem gegoogeld en ik zag het meteen zitten.' Varma schuift aan in de lobby van het superluxe Aman Hotel waar de ontwerpers een fotoshoot hebben voor de Indiase Harper's Bazaar - publicitair gezien zit het inderdaad helemaal snor met de missie. Varma is een ster in India. Hij kleedt Bollywoodactrices en heeft eigen winkels, maar hij ontwerpt ook de interieurs van de topklasse-BMW's waar de filthy rich in rijden. Varma was meteen geïnteresseerd om mee te doen, zegt hij. 'Jan en ik houden allebei van borduursels, decoraties en van het ambacht dat daarbij komt kijken. Maar zijn werk is modern en beheerst vergeleken met het mijne, dat vloeiender en vrouwelijker is. We konden van elkaar leren.'


Ook Taminiau zag kansen. 'India is zo'n verschrikkelijk groot land met... hoeveel mensen ook alweer, Suneet? Een miljard - zo'n markt, dat kun je bijna niet bevatten.' Niet alleen de afzetmarkt, ook de productiemogelijkheden zijn voor hem interessant.


In zijn atelier in Baambrugge werkt Taminiau met zes mensen. In India heeft een beetje ontwerper door de lage arbeidskosten al gauw een eigen fabriek met honderden mensen, waar alles wat hij bedenkt stante pede kan worden uitgevoerd. Suneet Varma: 'We hebben al afgesproken dat Jan van mijn fabriek gebruik gaat maken. Al het ambacht dat vereist is voor zijn ontwerpen, hebben we in huis.'


Diederik Verbakel en Marieke Holthuis van DIED werkten voor dit project samen met het flamboyante Indiase duo Rohit Gandhi en Rahul Khanna, door de Nederlanders deze week 'de Geer en Goor van de Indiase modewereld' genoemd. Wegens overmatig partygedrag laten zij verstek gaan bij de shoot voor Harper's Bazaar om half vijf 's middags - ze zullen later in het groepsportret worden geshopt. Ook Gandhi en Khanna hebben een eigen fabriek, een uitkomst toen een dag voor de modeshow de DIED-collectie niet in India bleek te zijn aangekomen. Holthuis: 'Er stonden meteen twintig man voor ons klaar en in een dag hebben we alle outfits voor de show in elkaar geramd.'


Zoals het hoort is van het kunst- en vliegwerk niets te merken op de avond van de show. In de bomvolle en snikhete zaal liggen naamkaartjes op de stoelen. Grazia, Vogue, Elle, alle Indiase modebladen zijn aanwezig, plus tientallen inkopers van grote modewinkels. Na een oproep om toch vooral te twitteren en te facebooken over het evenement, gaat de show van start met een model dat, lekker Hollands, haar middelvingers opsteekt naar de catwalkfotografen. Een nogal overbodig gebaar in een verder zinderende show die veel Indiaser - want meer kleur, meer glitter, meer draperieën - is dan wat je normaal gesproken in Nederland ziet, maar die ook de sobere vormen en hoekige silhouetten bevat waar de Nederlandse mode om bekend staat. En veel zwart - een kleur die jonge, Indiase rock chicks in de armen sluiten.


'Absolutely stunning', zegt een moderedacteur van Cosmopolitan na afloop van de show. 'Fantastisch, ik wil alle kleren in de Cosmo laten zien.' Haar collega van Vogue vond het nogal ingewikkeld om uit te maken welke collectie eigenlijk van wie was - betere aankondigingen hadden inderdaad geholpen in een show waaraan zes ontwerpers hebben meegewerkt - maar is desalniettemin enthousiast. 'Indiase mode staat doorgaans bol van de glitters en pailletten, dit was veel meer high street. Sommige outfits waren lekker rauw en casual.' Vooral de kleren van DIED, zegt de eigenares van zes modezaken in het Zuiden van India, wil ze inkopen. 'Hun shirts vind ik heel cool, en ook letterlijk weather friendly. De kleren van die andere ontwerper zijn te warm en te zwaar voor hier.'


Maar voor Jan Taminiau ziet Harmeet Bajaj, een Indiase modeconsultant die nauw bij het project betrokken is geweest, andere mogelijkheden. 'Bruiloften zijn hier een economie op zich. Ze kunnen een week duren. Alleen de gasten al geven vaak duizenden euro's uit aan hun jurk. Nu staat hier een ontwerper in de bladen die Lady Gaga kleedt en Beyoncé en de kroonprinses van Nederland - bedenk maar eens hoe dat de markt voor hem opent. Hij moet zijn ontwerpen alleen wel een beetje aanpassen. 'Die hoge splitten tot halverwege het bovenbeen, dat kan hier niet.'


Nederlandse creatieven in China, India, Turkije en Duitsland

Dutch DFA (design, fashion, architecture) heeft 12 miljoen euro overheidsgeld ter beschikking om vier jaar lang de Nederlandse creatieve industrie in het buitenland te promoten.


De organisatie richt zich op vier landen: China, India, Turkije en Duitsland. In 2009 heeft Dutch DFA imago-onderzoek laten doen. In China was vooral de Nederlandse architectuur bekend, in India bleek bekendheid met Nederlands design nagenoeg afwezig.


In januari komt er een vervolgonderzoek. De hoop is dat de Nederlandse mode dan op de kaart staat.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden