Tuinhuisje

De dichter P.N. van Eyck had voor zijn prachtige bibliotheek een apart huisje in zijn tuin. Misschien heb ik het altijd onthouden omdat ik hoopte dat het waar is....

KEES FENS

Nu het zomer wordt, wil ik mijn kamer uit. Buiten schijnt de zon en ik lees onder de lamp, de boeken verschieten en ik word valer. In de achttiende eeuw ging men buiten lezen; misschien werd mede daardoor de literatuur ook wat luchtiger. Ontstonden toen de prieeltjes, die vaak opengehaakte huisjes, met sierlijke stoelen erin? Buiten ben je en toch binnen, om je heen houdt het gras zich nog stiller, de bomen bladeren haast geruisloos, de zon neemt de middag door, de wind waait zacht tussen de regels van de hoge heggen. Jij leest. En dat wordt een heel natuurlijke handeling.

Ik weet het nu. Ik wil een tuinhuisje. Maar dan moet ik eerst een grote tuin willen, een heel stille. Geen buren dus. In het midden van het grasveld hoort een oude eik, want een tuin moet ook geschiedenis hebben. Ik wil dus een tuin. En achter in die tuin een prieel, zeshoekig, want dat vind ik het mooiste en ruimste. Ik laat het groen schilderen, want het moet overgaan in de bomen en de struiken. Een stoel, een tafel, een boek. Door het groene raam zie ik mijn werkkamer en de schim van mezelf. Mijn verleden. Uitgeademd.

Kees Fens

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden