Tsjetsjenen dolen verdwaasd door spookstad Puinhopen van Grozny

Verdwaasd sjokken de mensen tussen de bergen puin door. Een bejaarde man duwt een kinderwagen met twee grote jerrycans voort, moeizaam laverend langs de kraters die de Russische bommen in de weg hebben geslagen....

Van onze correspondent

Bert Lanting

GROZNY

Het geblakerde karkas van het presidentiële paleis is een van de weinige herkenningspunten in het spooklandschap waarin de Russische beschietingen de Tsjetsjeense hoofdstad veranderd hebben. De flatgebouwen erachter, aan de overkant van de rivier de Soenzja, zijn gereduceerd tot hopen puin waaruit slechts stompjes beton omhoog steken.

Ergens kleeft een badkuip aan de half ingestorte muren, het plankje voor de zeep en de shampoo er nog boven. Verderop gaapt een reusachtig gat dat een doorsnee toont van het dagelijks leven waaraan de oorlog abrupt een einde heeft gemaakt: een keuken en een stukje zitkamer met televisie, schilderijtjes aan de muur.

Nog wat schichtig zoeken Nina en Vladimir Volkov hun weg tussen de ruïnes van hun stad. Anderhalve maand lang hebben ze onder de grond geleefd, in een schuilkelder bij het beruchte Minoetka-plein, samen met ruim honderd andere buurtbewoners.

Slechts af en toe hebben ze zich op straat gewaagd, om hout te sprokkelen, sneeuw te verzamelen in een emmertje of - als er even een gevechtspauze was - de lijken van omgekomen buren te begraven in haastig gedolven kuilen achter het flatgebouw.

Nu de gevechten in de stad geluwd zijn, zijn ze naar buiten gekropen om te kijken wat er van hun familie aan de andere kant van de stad geworden is. Onder zijn arm draagt Vladimir in een plastic zakje alles wat ze nog bezitten: een album met foto's van de kinderen, hun paspoorten en wat diploma's. Hun appartement is twee weken geleden door een granaat getroffen en uitgebrand.

Verbijsterd lopen ze door de puinwoestijn. Ze herkennen hun stad niet meer. Hier en daar liggen nog lijken langs de weg: een man met een boodschappentas, een vrouw.

'Onze regering heeft steeds gezegd dat de stad leeg was, dat er alleen nog maar Tsjetsjeense strijders in Grozny zaten. Maar de stad zat nog vol met mensen die te arm waren om ergens anders heen te gaan', zegt Nina Volkova, zelf een Russin, bitter.

Ze leeft op als een Rus die van de andere kant van de stad komt, hun vertelt dat de wijk waar haar ouders wonen tamelijk ongeschonden is gebleven. Maar ook als alles goed blijkt met haar ouders en hun appartement intact is, wil ze toch weer meteen terug naar de schuilkelder. Met de wederopbouw zal ook de bureaucratie weer terugkomen en ze is bang dat ze anders niet als dakloze geregistreerd zal worden.

Rond het hoofdkwartier van de troepen van generaal Rochlin strompelen vervuilde, half verwilderde overlevenden van de 'bevrijding' van Grozny rond tussen de pantserwagens en militaire trucks in de hoop een blik vlees te bemachtigen bij de hulpverleners van het Ministerie voor Noodtoestanden. De militaire staf huist in een half kapotgeschoten conservenfabriek. De ramen zijn gebarricadeerd met balen platgeperste blikjes.

Vlakbij de poort ligt een lijk in de modder, waar iedereen met een boog voorbijloopt. Eigenlijk zou het moeten worden weggehaald, geeft een Tsjetsjeense functionaris van het ministerie voor Noodtoestanden toe. Maar zijn medewerkers zijn bang het op te ruimen: een dag eerder is een verpleegster omgekomen toen een mijn die onder een lijk verborgen bleek, ontplofte.

De Tsjetsjeense functionaris van het ministerie voor Noodtoestanden klaagt dat de Russische troepen zich te buiten gaan aan wreedheden. Iedere dag worden er volgens hem in de stad wel zo'n tien burgers omgebracht door dronken Russische militairen. Vooral de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken (MVD) hebben volgens hem een slechte naam.

Een paar dronken MVD-ers heeft vrijdag met hun pantserwagen drie mensen doodgereden bij de markt, vertelt hij. Vervolgens hebben ze in de wijk Staraja Soenzja twaalf burgers neergemaaid, zomaar langs de weg. Dat de Russische troepen onschuldige burgers doden kan hij natuurlijk niet goedkeuren, maar toch staat hij vierkant achter de actie om de 'bendes' van de Tsjetsjeense president Doedajev uit te roeien.

De Russische officieren op het hoofdkwartier erkennen dat er wel eens onschuldige slachtoffers vallen, maar over opzettelijke wreedheden hebben ze nog niet gehoord. 'Wij zijn hier om de burgers te helpen', onderstreept de dienstdoende commandant, die slechts kwijt wil dat hij kolonel is.

Majoor Viktor Nemoechin laat trots zien dat het Russische leger heer en meester is in de Tsjetsjeense hoofdstad. Op een pantserwagen scheuren we door de verwoeste stad: wie langzaam rijdt loopt de kans het doelwit te worden van Tsjetsjeense sluipschutters die nog steeds actief zijn in Grozny.

We rijden tot voorbij het Minoetka-plein, dat de Russen nog maar een paar dagen in handen hebben. Eén van de gebouwen rond het plein staat te branden: er is net een mortieraanval geweest. Maar de majoor laat zich niet uit het veld slaan. Hij is op weg om te laten zien dat er ook burgers zijn die de Russische militairen dankbaar zijn.

Nemoechin laat de pantserwagen stoppen in een laagbouwwijk die in vergelijking met andere delen van de stad redelijk gaaf is gebleven. Hier ligt slechts een op de tien huizen in puin. Hij wordt enthousiast begroet door wat bejaarde Russische vrouwtjes die langs de straat staan. Gisteren heeft hij hen benzine laten aftappen uit zijn pantserwagen, een kostbaar goed in een stad waar noch gas noch stroom is.

Terwijl hij nog eens royaal benzine uitdeelt, meldt hij geruststellend dat de Russische troepen Grozny 'voor negentig procent hebben bevrijd'. 'Ja, en voor honderd procent verwoest', schiet een van de vrouwen uit haar slof.

De majoor is even van zijn stuk gebracht. Maar even later zit hij uitgelaten lachend op de pantserwagen. Hij heeft een lift gegeven aan een jonge vrouw, die wil weten hoe het met haar familie in het centrum is. Nemoechin wijst opgewonden aan waar hij gevochten heeft in de stad. 'Dit heb ik gedaan', roept hij en hij wijst op een huis waarvan alleen de achtermuur nog overeind staat. De vrouw knikt. De tranen rollen over haar gezicht. Ze had alleen haar straat nog maar gezien.

Het huis van haar tante blijkt een ruïne. Een paar weken geleden is er een bom op terecht gekomen. Maar het goede nieuws is dat het gezin een paar dagen ervoor uit de stad was weggevlucht.

Veel te laat - het is al donker geworden - scheuren we door de totaal verlaten stad naar het militaire vliegveld van Grozny.

Overal klinken ontploffingen en het geratel van machinegeweren. Even buiten de stad komt onze pantserwagen ook onder vuur te liggen. 'Overdag beheersen wij Grozny, maar 's nachts nog niet', erkent de majoor later.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden