Tsjechov in de vijfde versnelling

Tsjechov is niet alleen van de lange melancholieke stukken, hij schreef ook snel, kort en vol op de lach. Theatergroep Oostpool legt uit hoe.

Laten we nou eens níét zijn blockbusters nemen, waarin personages maar aankletsen over plannen die ze toch niet gaan verwezenlijken. Geen Kersentuin of Meeuw, maar een keer Anton Tsjechovs gekke eenakters van de plank gepakt. Dat dachten Erik Whien en een select clubje Oostpool-acteurs, die in Tsjechovs eenakters Het aanzoek, Over de schadelijkheid van tabak en De beer doken. In een vlotte spiksplinternieuwe vertaling van Yolanda Bloemen en Marja Wiebes, drie korte toneelstukjes van elk pakweg een half uur. Het was nog even puzzelen in welke volgorde maar een week voor de première zijn ze er wel uit, zeggen regisseur Whien en acteur Stefan Rokebrand kort na de repetities in hun Arnhemse theater Huis Oostpool.


Het aanzoek (1888)


'Het begint allemaal fris en fruitig, in de ochtend, waar een opvliegende landeigenaar bezoek krijgt van zijn buurman die om de hand van de dochter des huizes komt vragen. En dan gaat het los', zegt regisseur Erik Whien. Is aanvankelijk iedereen blij met de voorgenomen trouwpartij, het tafereel neemt een bizarre wending wanneer beoogde geliefden ruzie krijgen over een stukje land en vervolgens over de kwaliteit van hun honden.


Natalja Stepanova (Wendell Jaspers): 'Er is vandaag een duivel van tegenspraak in u gevaren. Eerst dacht u dat de Ossenweitjes van u waren, en nu dat Oegadaj beter is dan Otkataj. Ik houd er niet van als iemand niet zegt wat hij denkt. Want u weet heel goed dat Otkataj honderd keer beter is dan uw... dan die stomme Oegadaj van u. Waarom zegt u dan het omgekeerde?'


Ivan Vasiljevitsj Lomov (Bram van der Heijden): 'Ik zie, Natalja Stepanovna, dat u meent dat ik blind of dom ben. Begrijp dan toch dat uw Otkataj een overbeet heeft!'


Rokebrand: 'Dat relatiegedoe is de bindende factor tussen de drie - naast dat het eenakters zijn en geschreven zo rond dezelfde tijd.' Whien: 'Tsjechov was 28 toentertijd. Hij was nog arts en schreef veelal korte verhalen. Soms bouwde hij die om tot een toneelstukje; daar viel meer geld mee te verdienen. Pas tien jaar later kwamen de grote stukken. Toen had hij zelf een relatie met actrice Olga Knipper.' Daarvoor was Anton Pavlovitsj Tsjechov (1860-1904) niet erg gelukkig in de liefde. En dat zie je terug, zo leggen ze uit.


Whien: 'We hadden net even iets meer tijd voor deze productie, alles wat we konden vinden over Tsjechov hebben we gelezen. We hebben hem meegesleurd het repetitielokaal in. Want kijk, in principe zijn die eenakters klaar als een belegde boterham. Bij, zeg, Oom Wanja kun je je verliezen in de verschillende betekenislagen. Maar dit is wat het is. Daarom leek het ons interessant om de eenakters tegen zijn leven aan te zetten en te zien: wat leren we daarvan.


'We hebben weinig vreugdevolle momenten in zijn bestaan ontdekt, hij had nogal een talent voor ongeluk. Hij lééd onder het toneelwerk: liep-ie weer weg uit de zaal, dodelijk bedroefd omdat hij de enscenering niet goed vond. Maar het leverde wél deze pareltjes op, met hilarische personages als Lomov, een neurotische hypochondrische kerel die voortdurend hartkloppingen heeft en op het eind ook bijna sterft tijdens die ruzie. En het is helder wat we daarmee willen: het publiek een heel leuke avond te geven door ook eens een andere Tsjechov te laten zien, in de vijfde versnelling, vol op de lach.'


Over de schadelijkheid van tabak (1888)


'Alle mannen zijn het slachtoffer van een vrouw. In dit stuk probeert er iemand een lezing te houden terwijl zijn bemoeizuchtige echtgenote in de coulissen staat', aldus Rokebrand. De monoloog wordt gespeeld door collega Bram Coopmans. Whien: 'De verhalen hebben elk een heel eigen sfeer. Maar al snel na het begin dondert het bij alledrie helemaal in elkaar, vallen alle maskers af en staat iedereen soms letterlijk in z'n onderbroek. Het huwelijksaanzoek mislukt, de tabakstoespraak mislukt, de beer van een vent komt geld innen, maar ook dat mislukt.'


Rokebrand: 'In Over de schadelijkheid van tabak zit wel meer poëzie, omdat Ivan Ivanovitsj Njoechin zijn fantasie de vrije loop kan geven in zijn solo-optreden.' En zo gaat hij het dan juist niet hebben over tabak en de schadelijkheid ervan maar kan hij het publiek het volgende toevertrouwen:


'Wegwezen, alles in de steek laten en niet omkijken... waarheen? Het maakt niet uit waarheen... als het maar ver weg is van dit waardeloze, banale, goedkope leven dat van mij een oude zielige dwaas heeft gemaakt, een oude zielige idioot, ver weg van dat domme, kleinzielige, valse, valse, valse, gierige mens, van mijn vrouw, die mij drieëndertig jaar heeft getergd, ver weg van de muziek, van de keuken, van het geld van mijn vrouw, van al die onbenullige en banale dingen... om dan ergens heel ver weg in een veld te blijven staan, als een boom, als een pilaar, als een vogelverschrikker, onder de uitgestrekte hemel, en de hele nacht te kijken naar de stille heldere maan boven je, en te vergeten, te vergeten...'


Whien: 'Het doet me in zekere zin denken aan de voorstelling die we vorig jaar maakten, Boiling Frog van Peter De Graef. Die kan ook oerkomische situaties bedenken waarbij je bijna van je stoel valt van het lachen, maar al die personages zijn ook diep eenzaam. Alles wat met komedie te maken heeft, is natuurlijk toch ook gebaseerd op droefheid.' Rokebrand: 'Bittere ernst.' Whien: 'Het lachen is de personages al vergaan - ze komen bloedernstig op in een absurde situatie.' Rokebrand: 'Hoe grotesk die ook is, wij moeten het menen.'


Uiteindelijk ontdekt Ivan Ivanovitsj Njoechin z'n vrouw achter de schermen, moet hij alles terugnemen en eindigt-ie weer dik onder de plak van dat mens. Maar: zijn hart heeft hij gelucht. Whien: 'Bram speelt het heel goed. Al had hij een hekel aan Tsjechov, en nog steeds wel. Niet per se aan dit materiaal, maar in die lange stukken als De Meeuw bijvoorbeeld, vindt hij Tsjechov een zeikerd.'


De beer (1902)


In het eenvoudige, vrij kleine houten decor weet de lange Rokebrand zich als de 'beer' Smirnov geen raad van alle passie. Hij struikelt over het meubilair van de aanbeden weduwe Popova (Kirsten Mulder) en werpt zichzelf letterlijk kronkelend voor haar voeten. 'Deze twee acteurs zijn zo ongeveer geboren voor die klucht', aldus de regisseur. 'Ze spelen al vijftien jaar met elkaar en dit is een perfecte casting, zo'n grote kerel met zo'n pittige tante.'


Rokebrand: 'Als twee blokken graniet staan ze tegenover elkaar. En als ze op elkaar stoten, schieten de vonken eraf.


'We wisten heus wel dat komediespelen niet makkelijk is, maar dat bleek toch maar weer eens te meer. Bij een eerste lezing klinkt het zo leuk, alle emoties worden uitgesproken. Wat ben ik kwaad! Wat moet ik lachen! Maar als je daar als acteur nog iets extra's mee gaat doen schiet je jezelf in je voet. Lastig. Wat je in elk geval moet voorkomen is dat deze personages te intelligent overkomen. Want dat zijn ze nou eenmaal niet.'


Ook hier is er weer sprake van een mannelijk slachtoffer. Rokebrand: 'Vrouwen!? Nooit meer, zegt de beer. Tien minuten later hangt hij in de kroonluchter van verliefdheid.'


Smirnov: Het wordt tijd dat we maar eens afzien van het vooroordeel dat alleen mannen voor beledigingen moeten boeten! Gelijke rechten zijn gelijke rechten, verdomd. Duelleren!


Popova: U wilt een duel? Graag!


Smirnov: Nu meteen!


Popova: Nu meteen! Mijn man heeft me een paar pistolen nagelaten... Ik ga ze meteen halen... (Loopt haastig weg en komt weer terug). Het zal me een genoegen zijn u een kogel door uw botte kop te jagen. Krijg maar wat! (Gaat af).


(...)


Smirnov: Dat is pas een vrouw! Nu begrijp ik het! Een echte vrouw! Geen zuurpruim, geen tuthola, maar een en al vuur, buskruit, een raket! Bijna jammer om die dood te schieten!


Rokebrand: 'Niets menselijks is hem vreemd: daar komt hij zijn zwakke plek weer tegen.' Whien: 'Zo zijn het stuk voor stuk mooie, kleine portretten over heel gewone, simpele mensen die in volle emotie recht hun eigen drama inrennen, allemaal diep ongelukkig en in de war.'


Rokebrand: 'En door er drie achter elkaar te zetten, krijg je een zekere meerwaarde, zoals bij een overzichtstentoonstelling van een schilder. Je gaat verbindingen leggen, begrijpen wat Tsjechov wilde laten zien: ziehier de mens en zijn geploeter, ziehier hoe iedereen elkaar met de beste bedoelingen in de wielen fietst.'


Whien: 'Hij is een soort Woody Allen avant la lettre. In z'n neurosen, z'n psychologie, het gekibbel, de dynamiek. Je ziet dat hoopje ellende dat voor de zoveelste keer in dezelfde valkuil trapt... Maar dan komt er een soort conclusie over de mens, die zo troostrijk is eigenlijk.' Rokebrand: 'Het zijn wel schattige einden.' Whien: 'Ja en nee. In Het aanzoek kunnen ze zo maar weer van voren af aan beginnen.' Rokebrand: 'Dat is waar. Het lijkt keer op keer een happy end, maar je kunt er niet zeker van zijn. Dat heeft iets onontkoombaars.'


Tsjechov. Een voorstelling rond de eenakters van A.P. Tsjechov, gaat op 2 februari in première in Huis Oostpool, Arnhem.


Tournee t/m 23 maart; oostpool.nl


Ook dit theaterseizoen wordt er weer veel Tsjechov gespeeld. In de reeks 'Tsjechov3' regisseert Gerardjan Rijnders bij Hummelinck Stuurman Theaterbureau De Kersentuin (première 23/2); Luk Perceval ensceneert Platonov bij NTGent (Nederlandse première 7/5, daarvoor te zien in de Schouwburg Gent); Thomas Ostermeier brengt met Toneelgroep Amsterdam De Meeuw (première 16/6). Theu Boermans Drie Zusters (Nationale Toneel) is nu net uitgespeeld.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden