Interview

'Tsjechisch lezen gaat bij mij fonetisch, zoals die strip Haagse Harry'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Oud-tennisser Richard Krajicek (43): 'Alles wat links was, vonden wij slecht.'

Beeld Robin de Puy

In 1970 vluchtten de ouders van Richard Krajicek uit Tsjechoslowakije. 'De eerste paar dagen zaten ze op een camping bij Rotterdam. Hun hele leven hadden ze van communisten gehoord dat het Westen slecht was. Alleen wisten mijn ouders niets over hoe mensen dan leefden in West-Europa. Op de dag dat ze in Nederland aankwamen, won Feyenoord de Europacup 1. Drinken, feesten, iedereen ging helemaal los, dagen achter elkaar. Mijn ouders dachten: het klopt dus toch dat het hier een soort sodom en gomorra is.

'De vader van mijn vader was advocaat. Een welgestelde familie, ze hadden ook wel wat vastgoed. Toen hij weigerde om een loyaliteitsverklaring aan het regime te tekenen, werd de familie alles ontnomen, van de ene op de andere dag. Al hun bezittingen werden ingenomen door de staat. Mijn vader besloot met mijn moeder te vertrekken. Het was twee jaar na de Praagse Lente van 1968. Ze zijn met twee auto's op twee verschillende plekken de grens over gereden. Zonder geld, want dat mocht je niet het land mee uit nemen. In een Duits dorpje hadden ze afgesproken elkaar weer te treffen.

'Mijn ouders hadden één doel: slagen in het Westen. Ze kwamen hier niet om in een praatgroepje te zitten met andere slachtoffers van het communisme. Eigenlijk wilden ze naar Zweden, maar ze vonden werk in Nederland. Vooral mijn vader voelde een grote afkeer van het communisme. Hij hield echt van zijn land, van Tsjechië, en hij is nu ook teruggegaan. Dat regime had hem het leven ontnomen in zijn eigen land. Een jaar nadat ze naar Nederland waren gekomen werd ik geboren, in 1971.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) gaat voor V in gesprek met bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met het dj-duo Sunnery James en Ryan Marciano (Surinaams) en online-ondernemer Anna Nooshin (Iraans).

Waren jullie anders?

'Ik heb me altijd een Nederlander gevoeld die ook Tsjechisch kan praten. Tot mijn 11de woonden we in een klein dorp, De Lier. Daar werden we gezien als politieke vluchtelingen. Het was een andere tijd dan nu. Het enige incident dat ik me uit mijn jeugd kan herinneren, was toen mijn halfzus Lenka op school werd uitgemaakt voor gastarbeider. Daar werd een hele zaak van gemaakt, de jongen die dat had gezegd werd op het matje geroepen bij de schoolleiding. De eerste keer dat ik zelf zoiets meemaakte, was jaren later. Ik had voor het Nederlands Davis Cupteam een slechte wedstrijd gespeeld. Een journalist vroeg of ik misschien minder mijn best deed voor Nederland omdat ik een buitenlander was. Ik dacht: hè, zien zij mij als een buitenlander? Zo had ik het zelf nooit bekeken.'

Spraken je ouders goed Nederlands?

'Mijn moeder wel, mijn vader niet zo. Mijn vader spreekt nu Tsjechisch met mij, dan praat ik terug in het Nederlands. Ik kan het verstaan, maar ik heb nooit geleerd om het te lezen en schrijven. Als ik Tsjechisch moet lezen, gaat het fonetisch, zoals die strip Haagse Harry, ken je die?'

Toen je 11 was, verhuisden jullie naar Scheveningen. Voel jij je een Hagenees?

'In de pers werd ik altijd een Hagenaar genoemd, omdat ik daar op de middelbare school heb gezeten. Ik ben geen Hagenees, maar de stad trekt me wel erg. Mijn moeder en mijn zus wonen er.

'Tegen mijn vrouw Daphne heb ik wel eens gezegd: laten we naar Den Haag verhuizen als de kinderen de deur uit zijn. Daar wil ze absoluut niet aan, dus ik zie het niet gebeuren. Daphne wil liever naar Amsterdam, dat trekt mij weer niet zo.'

Richard Krajicek is de enige tennisser uit de Nederlandse geschiedenis die de absolute top heeft bereikt, door in 1996 Wimbledon te winnen. Over Nederlandse sporters wordt weleens gezegd dat ze te verwend zijn, te welvarend opgegroeid, voor de meedogenloosheid die nodig is om te winnen in een mondiale sport.

Richard Krajicek

Na een carrière als proftennisser, waarin hij onder meer Wimbledon won, is Richard Krajicek (Nederland, 1971) nu directeur van het ABN Amro World Tennis Tournament (9 t/m 15/2, Ahoy, Rotterdam). 'Vanaf mijn 3de ben ik tennisser geweest, het is mijn passie. In het tennis zijn niet veel banen. Je kunt trainer/ coach worden of toernooidirecteur. Op deze manier kan ik actief blijven in het wereldje. Ik ga naar alle grote toernooien en heb besprekingen met de andere directeuren. Prof zijn was het mooiste. Daarna komt toernooidirecteur zijn.'

Verschilde jij van de andere Nederlandse tennissers?

'De opvoeding van mijn vader was niet altijd leuk. Het heeft wel geleid tot een bepaalde hardheid en een ongelooflijke wil om te winnen. Voor tennis moet je jarenlang repetitieve arbeid kunnen opbrengen tijdens de training - niet leuk, wel noodzakelijk. Ik had dat ervoor over. Je moet een apart persoon zijn om dat te kunnen. In Nederland spreken ze liever over een mooie techniek. En niet over wat nodig is om een wedstrijd te winnen.'

Je bent directeur van het ABN Amro World Tennis Tournament in Rotterdam. Helpt daarbij je ervaring met verschillende afkomsten?

'Ik denk het wel. In mijn vorige leven als tennisser ging ik al om met veel nationaliteiten. Ik weet dat ik het bijvoorbeeld direct goed kan vinden met Australiërs. Met sommige Franse spelers ook, maar die moet je meestal eerst beter leren kennen. Het is niet alleen cultuur, maar ook iemands persoonlijkheid.'

Ten slotte. Je bent actief lid van de VVD. Wat is het verband tussen anti-communisme en pro-VVD?

'Ik ben sterk anti-rood opgevoed. Ook anti-socialistisch. Alles wat links was, vonden wij slecht. Ik kan me herinneren dat een goede vriendin van mijn moeder, die zelf ook het communisme was ontvlucht, er bewust voor koos niet te werken. Zij stemde PvdA omdat dat beter was voor haar uitkering.

'Ik vond dat bijna obsceen, je bent toch gevlucht voor de communisten? Mijn vader wilde ook niet dat die vrouw bij ons over de vloer kwam. Die sterke anti-gevoelens heb ik al sinds mijn 18de niet meer.'

Nederlands
'Bij wedstrijden van het Nederlands elftal.'

Tsjechisch
'Als ik mensen Tsjechisch hoor spreken. Bijna niemand verstaat dat, het is de minst gesproken taal ter wereld.'

Eten
'Nu Japans, maar in mijn jeugd was het de Tsjechische en Oost-Europese keuken. Ik zie het terug bij mijn zoon. We waren in Praag, hij heeft vier dagen achter elkaar goulash gegeten.'

Muziek
'In de auto luister ik mee met wat de kinderen opzetten.'

Zwarte Piet
'Ik praat bijna liever over het Midden-Oosten dan over Zwarte Piet. Voor het afdwingen van gedragsverandering ben ik allergisch, maar ik denk dat het een feit is dat Zwarte Piet zal veranderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden