Tsjak, de kop eraf

Minister Guusje Ter Horst wil de adviesindustrie waarmee de overheid zich omringt drastisch inperken. Maar in Den Haag is er weinig animo voor het snoeien in het aantal kenniscentra en adviescommissies....

Die, wijst Brigitte van der Burg onverbiddelijk, gaan het dus niet redden. ‘Die’, dat zijn stapels boekwerken van het Ruimtelijk Planbureau, glanspapier vol bespiegelingen over de verrommeling van Nederland en aanverwante problematiek.

Ongetwijfeld bere-interessant en kwalitatief hoogwaardig. Maar wanneer moet het drukbezette Tweede Kamerlid voor de VVD al die wijsheden tot zich nemen?

Begrijp haar goed, ze is zelf onderzoekster geweest, ze is dol op onderzoek, er kan haar niet genoeg onderzocht worden. Maar prop haar brievenbus niet vol met ongevraagd onderzoek en dito goede raad over van alles en nog wat – en verwacht al helemaal niet dat ze die ongevraagde adviezen serieus betrekt in haar afwegingen in de Tweede Kamer. ‘Ik lees alleen gerichte rapporten waarvan ik weet dat ze nuttig kunnen zijn.’

Dus gaan ze eerst een kast in. Na maanden stof vangen, gaan ze naar de oudpapierbak. Met ongebroken ruggetjes. (Deze poëtische omschrijving is van Alexander Pechtold, die bekent steekwagens vol nimmer opengeslagen adviezen te hebben weggedaan toen hij een paar jaar terug vertrok als minister van Bestuurlijke Vernieuwing.)

De rapporten-tsunami is een beetje eigen schuld. De politiek heeft zich namelijk omringd met talloze adviesorganen, planbureaus, tijdelijke adviescommissies, kenniscentra, technische adviescolleges en aanverwante gremia. ‘Er treedt een enorme verwatering op’, zegt Pechtold, nu D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer. ‘Het devalueert waar je bij staat.’

Ze worden gefinancierd uit de Rijksbegroting, ‘hangen’ veelal aan een ministerie en zijn er ter ondersteuning van het beleid. Om ministers en Kamerleden te helpen wetenschappelijke inzichten mee te nemen als ze een wet bedenken. Om inzicht te bieden in langetermijneffecten van besluiten. Om problemen te benoemen. Om scenario’s te schetsen. En om soms te roepen: ho, de politieke mode is weliswaar linksaf, maar je kunt er ook anders naar kijken.

Ze heten onafhankelijk te zijn omdat ze worden betaald uit publieke middelen. Ze adviseren geregeld (in tweederde van de gevallen) op verzoek van een minister. Maar vaak genoeg droppen ze ook ongevraagd hun visie in Den Haag, omdat ze vinden dat iets hoognodig aandacht behoeft, of verkeerd wordt gezien, of omdat er olie op de golven moet.

En ze zijn letterlijk talloos. Niemand weet hoeveel het er zijn.

Je hebt de vaste adviesraden waarvan er waarschijnlijk 42 zijn. Dan zijn er drie planbureaus en onduidelijke aantallen tijdelijke commissies (zoals de commissie arbeidsmarkt die de ruzie over het ontslagrecht moet doen vergeten), kenniscentra en adviescolleges. Vanaf dat punt raakt iedereen die je het vraagt de tel kwijt.

Minister Guusje ter Horst, die erover gaat, heeft het parlement een overzicht beloofd, inclusief de budgettaire beslagen per ministerie. Maar op het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn ze nog steeds aan het tellen.

Ondertussen weet Ter Horst wel al dat ze het mes wil zetten in de adviesindustrie. In vier A-viertjes zette ze daar afgelopen najaar haar ideeën over uiteen. Die komen neer op een gedwongen fusie van een aantal adviesorganen en een bezuiniging van 20 procent voor de rest. Bijna had de minister eerst een adviescommissie om advies gevraagd over de adviesorganen. Alsof je aan de kalkoenen vraagt wat ze met Kerstmis willen eten.

De vier blaadjes hebben tout Den Haag in rep en roer gebracht en de storm wil maar niet gaan liggen. Er is, buiten Guusje ter Horst zelf, bijna niemand te vinden die voor haar plannen is.

Sommigen (zoals de VVD en de PVV) vinden een kaasschaaf van 20 procent te bescheiden en willen af van alle ongevraagde adviezen. Sommigen (zoals D66 en de SP) vinden dat de minister niet heeft nagedacht over wat de overheid wíl aan advies en wat nut en noodzaak is van de rapporten die het land overspoelen.

En sommigen (zoals de oud-politici die een net onderkomen hebben gevonden bij zo’n raad) willen gewoon graag hun baantje houden. De raden zijn in naam weliswaar onafhankelijk, maar het systeem grossiert in politieke benoemingen waardoor de bezetting vaak een afspiegeling is van het politieke krachtenveld in Den Haag.

De lobby die van daaruit op gang is gekomen, is ‘gigantisch’, zegt Pechtold. VVD-kamerlid Van der Burg, die een radicaal opheffen van alle raden voorstaat, krijgt telefoontjes: ‘Dan zeggen ze: wat doe je nou?’

Dat gaat zo, legt Pechtold uit: wil je, stel, de Raad voor het Openbaar Bestuur opheffen, dan komt de voorzitter Jos van Kemenade, een PvdA-prominent, in het geweer. ‘Ze stappen gelijk naar de minister.’

De Tweede Kamer heeft Ter Horst inmiddels teruggestuurd naar haar werkkamer om ‘een fundamentele analyse’ te maken van het type advies dat de overheid denkt nodig te hebben en het type orgaan dat daarbij past. Daar rolt dan vanzelf een bezuiniging uit, is de gedachte. Of niet.

Achter het tumult schuilt een interessant ideologisch vraagstuk: hoeveel tegenmacht heeft een overheid nodig? Moet de politiek die tegenmacht wel zelf organiseren? En hoe groot moet de overheid zijn? ‘Fundamentele, democratie-achtige vragen’, zegt PvdA-Eerste Kamerlid Kim Putters, die als wetenschapper onderzoek heeft gedaan naar adviesorganen.

Om met die laatste vraag te beginnen: liever niet zo heel erg groot, wil het kabinet, dat door heeft dat het sentiment in het land is dat er te veel regels, te veel beleid en te veel ambtenaren zijn.

Om het geld hoeft de bezuiniging niet. De raden drukken voor een paar miljoen op de Rijksbegroting. Maar wie een slankere overheid ambieert, moet zich niet laten overladen met adviezen, is de gedachte. Want adviezen brengen ambtenaren maar op ideeën, wat in het ergste geval tot meer beleid leidt, in plaats van minder.

In de praktijk gaat het meestal zo, schetst Pechtold. Je hebt een adviescollege met pakweg twintig fte, een statig pand en een secretaresse. Daar krijg je zelf opgelegde publicatiedwang van. Het orgaan vindt dat het moet adviseren, liefst veel en dik en gewichtig, liefst over kwesties die hot zijn. (Nu zijn Europa, de Nederlandse identiteit en alles met moslims hot).

Tot directe actie leiden adviezen overigens zelden, concludeert Kim Putters uit onderzoek dat hij aan de Universiteit van Tilburg deed. ‘De minister zegt: dankuwel voor de analyse, maar we gaan het anders oplossen.’

Wel, zegt Putters, helpen rapporten soms bij het inburgeren van een nieuwe manier van denken. ‘Dat je ecologie en economie moet verbinden, vindt nu iedereen heel normaal. Daar is de VROM-raad over begonnen.’

En ze hebben een politieke functie: je kunt een heet dossier wegstoppen door een adviesorgaan er een half jaar op te laten kauwen. Tegen de tijd dat ze klaar zijn, is de kou al uit de lucht. Vooral de tijdelijke commissies – zoals de ontslagrechtcommissie – worden vaak daarom ingesteld.

Roepen dat adviesraden nutteloze instellingen zijn die bergen papier uitbraken en fungeren als een soort Rosa Spierhuis voor oud-politici, ‘is zó makkelijk’, vindt Putters. ‘Want niemand zit op een overheid te wachten die slank is, niettemin nog steeds zegt wat we moeten doen, maar dan zónder dat daar over is nagedacht. Juist een slanke overheid is gebaat bij onafhankelijk en deskundig advies voor goed beleid.’

Ter Horst miskent ook een andere rol van adviesraden, vindt CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek: bij macht hoort tegenmacht. Soms draaft de politiek door, speelt Den Haag kluitjesvoetbal. Dan kan het heel nuttig zijn als een onafhankelijk gremium van bedachtzame mensen een met gezag omkleedde interventie pleegt in het debat.

Alleen zit vaak niemand daarop te wachten. Als een adviesraad iets oppert dat tegen de politieke windrichting in gaat, dan gaat ‘tsjak, de kop eraf’, zoals Pechtold het formuleert. Neem de WRR. Een prestigieus instituut in een spectaculair pand met uitzicht op de Hofvijver onder leiding van de Wim van der Donk, een wetenschapper met CDA-connecties. De WRR heeft niet veel vrienden gemaakt met een aantal recente rapporten.

Eentje ging over islamterrorisme en suggereerde dat we de dialoog met Hamas moeten zoeken. Eentje ging over identiteit (berucht van de rede waarin prinses Máxima zei dat dé Nederlander niet bestaat). Prompt werd de legitimiteit van de WRR zelf in twijfel getrokken en werd de raad van ‘lariekoek’ en linkse, multiculti-sympathieën beticht – vooral dat laatste is anno nu een forse beschuldiging.

Of neem de Raad voor Economische Adviseurs, een adviesorgaan dat de Tweede Kamer had ingesteld om zich door topeconomen te laten voeden. Maar geen Kamerlid vroeg de REA vervolgens om raad, waarop het orgaan zelf maar tien ongevraagde adviezen afscheidde, het ene nog politiek controversiëler dan het andere. Ontslagrecht? Versoepelen. Hypotheekrenteaftrek? Weg ermee.

Prompt was de Kamer niet meer zo ingenomen met haar eigen adviesorgaan, waarop de REA zichzelf ophief. Pechtold: ‘Het beviel even niet, en hups, hoofd eraf.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden