Trumps importheffing als dreiging om banen te creëren

'Jobs President' wil bedrijven naar believen straffen en belonen

Amerikaanse bedrijven die banen verhuizen naar het buitenland vinden Trump op hun pad. Juridisch gezien zijn niet al zijn voorgenomen maatregelen mogelijk, praktisch gezien kan hij een heel eind komen.

Een zo goed als verlaten terrein van Ford in Villa de Reyes, Mexico. Ford maakte onlangs bekend niet verder te bouwen aan de fabriek, maar ontkent dat dat door Trump komt. Beeld ap

Als 'de grootste banenmaker die God ooit geschapen heeft', zo wil Donald Trump de geschiedenis ingaan. En dat hebben de CEO's van Ford, General Motors en andere Amerikaanse multinationals geweten: als stoute schooljongetjes meldden ze zich vorige week maandag bij rector Trump om uit te leggen waarom ze niet met meer vlijt Amerikaanse banen creëren. Wie banen verhuist naar het buitenland, waarschuwde Trump tijdens de persconferentie na afloop, krijgt een 'very major' importheffing voor de kiezen. Een bedrijf dat zijn werknemers in de VS op straat zet en in een ander land doodleuk een fabriek bouwt, moet niet denken dat zijn producten daarna gewoon weer tegen nul procent belasting de Amerikaanse grens over gaan. 'Dat gaat niet gebeuren', waarschuwde de president.

Stokken en wortels

Trump heeft het Amerikaanse bedrijfsleven al '75 procent' minder bureaucratie beloofd, snellere procedures om fabrieken te openen en een verlaging van de winstbelasting van 35 naar 15 à 20 procent. Maar welke stokken heeft Trump om individuele bedrijven mee te slaan als ze toch fabrieken naar het buitenland verplaatsen - buiten het publiekelijk te kijk zetten van de boosdoeners? En welke wortels kan hij bedrijven voorhouden om ze te laten doen wat hij wil?

Al vanaf dag 1 van zijn verkiezingscampagne zwaait Trump met de stok van de importheffing. Anderhalf jaar geleden, op de dag dat hij zijn kandidatuur bekendmaakte, waren het nog twee nieuwe Mexicaanse autofabrieken van Ford die als electorale piñata dienden. Als de Amerikanen Trump tot president zouden kiezen, dan zou Ford het niet in zijn hoofd halen om ten koste van Amerikaanse banen een fabriek in Mexico te bouwen. Trump zou dan simpelweg de CEO van Ford bellen en dreigen met een importheffing van 35 procent op elke auto die Ford vanuit Mexico de VS invoert. 'Ik garandeer je: als ik dit telefoontje om negen uur 's ochtends pleeg, dan is het tegen vijf uur 's middags geregeld en verhuizen ze terug naar de VS.'

Trumps 'Jobs president'-citaat wordt op internet veelvuldig gedeeld.

Importheffing van 35 procent

Kan Trump dat zomaar, een specifiek bedrijf een importheffing van 35 procent opleggen omdat de keuzes van dat bedrijf hem niet bevallen? Het korte antwoord: juridisch gezien niet, praktisch gezien wel. Het straffen van een individueel bedrijf met een importheffing zou de grondwet schenden, meer in het bijzonder het veertiende amendement, dat iedereen gelijke behandeling garandeert. Maar dit amendement beschermt weliswaar een bedrijf - General Motors bijvoorbeeld - maar niet per se zijn producten - bijvoorbeeld GM's in Mexico gemaakte Chevy Cruze's. General Motors zou een rechtszaak kunnen aanspannen in het geval van een importheffing, met goede kans op winst. Maar tegen de tijd dat de rechter uitspraak doet heeft Trump zijn doel al bereikt en is GM heel wat omzet door de neus geboord.

'Misschien zou een bedrijf door de rechter een dwangverbod kunnen laten opleggen tegen de heffing', zegt handelsdeskundige Edward Alden van de Council on Foreign Relations. 'Maar de president zou zich dan weer kunnen beroepen op de een of andere noodsituatie - bijvoorbeeld dat het verval van de Amerikaanse maakindustrie de levering van wapens aan het leger bedreigt, en dus de nationale veiligheid in gevaar brengt. Rechters zijn er in de praktijk niet erg happig op tegen een president in te gaan als hij zich op een noodsituatie beroept.'

Zo'n heffing zou een overtreding van NAFTA zijn, het vrijhandelsverdrag tussen Canada, de VS en Mexico. Maar dat zal Trump weinig kunnen schelen: hij heeft al aangekondigd over het verdrag te willen heronderhandelen, of het op te zeggen ten faveure van bilaterale verdragen met Canada en Mexico afzonderlijk.

De heffing zou ook indruisen tegen de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), tenzij Trump kan bewijzen dat de belasting van 35 procent een anti-dumping-boete is wegens het tegen bodemprijzen op de Amerikaanse markt dumpen van buitenlandse producten. Hoe dan ook: de toorn van de WTO hoeft Trump voorlopig niet te vrezen, want 'in het beste scenario' doet de Wereldhandelsorganisatie er twee jaar over om tot een oordeel te komen in een handelsdispuut, zegt Panos Delimatsis, hoogleraar International Trade Law aan de universiteit Tilburg. En mocht Trump het dispuut verliezen, dan heeft de Amerikaanse regering nog tien tot vijftien maanden om zijn 'fouten' te herstellen. Tegen die tijd voert Trump waarschijnlijk alweer campagne voor zijn herverkiezing.

Meer te vrezen heeft Trump op binnenlands terrein, want het opleggen van belastingen is aan het Amerikaanse Congres, niet aan de president. Maar Trump kan het Congres op zijn minst tijdelijk omzeilen met 'executive orders'. Ongebruikelijk bij belastingzaken, maar niet zonder precedent. Zo beriep president Nixon zich in 1971 met succes op de voor oorlogstijd bedoelde 'Trading With The Enemy Act' uit 1917. Daardoor kon Nixon een tijdelijke heffing van 10 procent op de import van alle buitenlandse producten invoeren, ook al waren de VS op Vietnam na helemaal niet in oorlog met de rest van de wereld.

Voordeeltjes

Ligt het straffen van individuele bedrijven al gevoelig, dat geldt evenzeer voor het belonen van bedrijven. President Obama kreeg bijvoorbeeld kritiek voor zijn honderden miljoenen dollars aan subsidie voor Solyndra, de in 2011 ter ziele gegane zonnepanelenfabrikant. Trump en zijn running mate Mike Pence wekten op hun beurt hoon toen ze eind november 7 miljoen dollar aan belastingvoordeeltjes gunden aan airconditioningfabrikant Carrier, uit te betalen door de staat Indiana, waarvan Pence toen nog gouverneur was. In ruil daarvoor beloofde Carrier 800 arbeidersbanen te behouden in zijn fabriek in Indianapolis. Tijdelijk weliswaar, want Carrier gaat het geld gebruiken om de fabriek verder te automatiseren, wat weer ten koste gaat van werkgelegenheid, kondigde ceo Greg Hayes van Carriers moederbedrijf United Technologies aan.

Tijdens de verkiezingscampagne had Trump de airconditioningfabrikant nog met een importheffing gedreigd als de banen zouden verdwijnen naar Mexico. Trump kraaide daarna victorie, hoewel de belastingvoordeeltjes niet kunnen voorkomen dat nog eens 1.300 banen wel degelijk naar Mexico verdwijnen.

Economische maatregelen van eerdere presidenten

Protectionisme
President Herbert hoover tekende in 1930 met tegenzin de protectionische Smoot-Howlay Act, die hij 'wreed, exorbitant en verfoeilijk' noemde.

Oorlogstijd
Richard Nixon gebruikte in 1971 als president de eigenlijk voor oorlogstijd bedoelde 'Trading With The Enemy Act' uit 1917 om importheffingen op te leggen.

Staatssubsidies
President Obama kwam onder vuur te liggen toen zonnepaneelmaker Solyndra failliet ging ondanks een half miljard dollar aan staatssubsidies.

Japanse handelswaar
Consistentie kan Trump niet ontzegd worden: al in 1988 pleitte hij in The Oprah Winfrey Show voor importheffingen op onder meer Japanse handelswaar.

Voor de federale overheid is het ongewoon om individuele bedrijven te bevoordelen, uitgezonderd militair-industriële bedrijven als Boeing en Lockheed Martin, zegt Alden. Op het niveau van de staat gebeurt het vaker, bijvoorbeeld door bedrijven een 'belastingvakantie' te gunnen of door een weg te bouwen naar hun fabriek. Vooral Texas maakt hier een specialiteit van, zegt Alden.

Andere denkbare voordeeltjes zijn net zo onorthodox, zegt Gary Hufbauer van het Peterson Institute for International Economics. Trump zou Amerikaanse bedrijven kunnen bevoordelen bij aanbestedingscontracten van de overheid, of hij zou zijn plannen voor het opknappen van wegen en bruggen perfect op maat kunnen snijden van de Amerikaanse bouwindustrie. Maar dit zou breken met decennia van beleid, zegt Hufbauer.

En dan is er natuurlijk nog een indirecte beloning denkbaar: het straffen van buitenlandse concurrenten. Trump zou buitenlandse producten met importheffingen kunnen treffen om vaderlandse bedrijven te begunstigen - bijvoorbeeld door de invoer van Toyota Corolla's zwaar te belasten, ten faveure van de Ford Focus. Ook hier geldt: zeer onorthodox, zegt Hufbauer. 'De Verenigde Staten hebben dit niet meer gedaan sinds de Smoot-Hawley Act van 1930, dus dit zou een enorme breuk zijn met een kleine 87 jaar geschiedenis.' Met de Smoot-Hawley Act, een schoolvoorbeeld van protectionisme, trok de Amerikaanse economie zich tijdens de Depressie terug achter een verdedigingslinie van honderden importtarieven, van schoenen tot suiker, van bakstenen tot citroenen.

Lees verder onder de afbeelding.

Symboolpolitiek

Rest de vraag: zou het verstandig zijn van Trump om bedrijven te straffen of te belonen al naar gelang ze doen wat hij wil? De door Trump uitgeoefende druk zal bedrijven wellicht gevoeliger maken voor de publieke opinie, zegt Michael Lind, mede-oprichter van de denktank New America en schrijver van Land of Promise, over de economische geschiedenis van de VS. Politieke leiders klagen vaak over hoe globalisering samenlevingen in winnaars en verliezers verdeelt, maar maken tegelijkertijd een machteloze indruk - alsof ze globalisering zien als een natuurfenomeen waaraan weinig te doen valt, zoals je tegen een regenbui ook hooguit een paraplu kunt opzetten. Trump doet in elk geval iets, al is het symboliek en zal hij er weinig banen mee redden, verwacht Lind.

Maar dat de risico's groot zijn, daarover zijn vrijwel alle economen het eens. Zullen andere landen terugslaan met eigen importheffingen en een handelsoorlog ontketenen? Betalen Amerikaanse consumenten straks fors meer in de supermarkt voor hun geïmporteerde groente en fruit? Worden Amerikaanse fabrieken de markt uitgeprijsd omdat ze meer geld kwijt zijn aan het importeren van onderdelen, met banenverlies als gevolg? Strijken er nog meer lobbyisten neer in Washington, als ze zien dat de wet onder Trump plooibaar is? En is de vooruitgang ermee gediend als bestuursvoorzitters zich in hun beslissingen laten leiden door politieke overwegingen, in plaats van door wat het beste is voor hun bedrijf?

'We begeven ons op onontgonnen terrein', zegt Alden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.