Trumps anti-immigratiebeleid biedt kansen voor Silicon Valley in Mexico

Onder het motto 'We want you' lokt de Mexicaanse deelstaat Jalisco Amerikaanse technologiebedrijven die geraakt worden door het anti-immigratiebeleid van president Trump.

Werknemers van de Amerikaanse start-up Wizeline in Guadalajara spelen een partijtje tafeltennis Beeld getty

De meeste Mexicanen zagen het Donald Trump-tijdperk met angst en beven tegemoet. Zo niet gouverneur Aristóteles Sandoval. 'Trump is er nu eenmaal, je kunt er maar beter je voordeel mee doen.' Hij gebruikt daarom Trumps anti-migratieretoriek om Amerikaanse technologiebedrijven binnen te halen. Zijn deelstaat Jalisco doopte hij om tot 'Silicon Valley van Mexico'.

'Trumps plannen komen voort uit dwaasheid, geslotenheid en intolerantie', zegt de 43-jarige Sandoval. 'In Jalisco reageren we daarop met creativiteit en openheid.'

Sandoval doelt op het voornemen van de Amerikaanse president om werkvisa voor hooggekwalificeerd personeel uit het buitenland aan banden te leggen. Dit in het kader van Trumps credo 'buy American, hire American'. De Amerikaanse techindustrie maakt veel gebruik van dit H-1B visum. Bedrijven als Google en Facebook speuren wereldwijd naar de knapste koppen om nieuwe systemen en software te ontwikkelen. Sommige techbedrijven halen de helft van hun personeel uit het buitenland.

Het is een jaar na Trumps aantreden nog onduidelijk in hoeverre zijn visumplannen werkelijkheid zullen worden, maar Sandoval is al aan het werk gegaan. In februari vorig jaar begon hij zijn campagne met een open brief aan Amerikaanse bedrijven, getiteld: 'We want you'. In april bezocht hij Silicon Valley om daar directeuren te overtuigen een dependance te openen in Jalisco. 'Bij ons zijn werknemers uit alle landen welkom.'

Gouverneur Aristoteles Sandoval

In november kwam het Mexicaanse consulaat in San Francisco met het 'tech-visum': wie minstens 1.500 dollar per maand verdient bij een Amerikaans bedrijf, krijgt binnen 24 uur een werkvisum voor Mexico. Andreas Kramer, ceo van durfkapitaalfonds MITA Ventures, was kort daarna de eerste gelukkige, en hij verhuist nu naar Guadalajara, waar zijn bedrijf start-ups financiert.

Gouverneur Sandoval houdt kantoor in een wit landhuis in deelstaathoofdstad Guadalajara. Voor de deur staan kleerkasten met overvloedig gel in het haar, zwarte zonnebrillen en glimmend gepoetste bordeelsluipers. Zelf heeft Sandoval zijn haren ook strak naar achter gekamd, geheel in stijl van zijn conservatieve partij PRI, waar ook president Enrique Peña Nieto toe behoort. 'Jalisco is beroemd, omdat tequila hier vandaan komt', zegt hij. 'Maar we hebben de wereld meer te bieden.'

Technologiehoofdstad

Guadalajara is al jaren de technologiehoofdstad van Mexico. In de jaren zeventig en tachtig vestigden bedrijven als IBM, Hewlett-Packard en Motorola zich in de buurt. Ze profiteerden van de spotgoedkope Mexicaanse arbeidskrachten die in fabrieken de onderdelen in elkaar zetten. Meer recent openden techbedrijven onderzoeks- en ontwerpafdelingen in Guadalajara.

Met zo'n 1,5 miljoen inwoners is Guadalajara de tweede stad van Mexico. Drugskartel Jalisco Nueva Generación controleert de drugsroutes in de regio. Omdat er geen oorlog woedt tussen rivaliserende kartels heeft de bevolking daar weinig last van. Toeristen slenteren door het koloniale centrum, ouderen spelen domino in de parken, kinderen rennen door straten met felgekleurde huizen.

Aan de bosrijke rand van satellietstad Zapopan ligt de campus van software- en microprocessorfabrikant Intel. In een laboratorium van 5.000 vierkante meter worden nieuwe producten ontwikkeld en getest. Bij de ingang hangt een levensgrote stenen Aztekenkalender, de linkerhelft ervan is beplakt met glazen processors. 'Ook de Azteken waren innovatief', zegt Jesús Palomino, directeur van de designafdeling. 'Met de zonnekalender waren ze hun tijd ver vooruit.' Ruim duizend ingenieurs hebben ze in dienst, zegt Palomino. 'De meesten zijn Mexicaan, maar we hebben ook mensen uit Egypte en India. De Mexicaanse regering ontvangt onze buitenlandse medewerkers met open armen.'

Het Amerikaanse softwarebedrijf Oracle begon in 2010 met veertien personeelsleden in Guadalajara, nu werken er meer dan duizend ingenieurs en wordt er gebouwd aan een campus van 5 hectare. Directeur softwareontwikkeling Juan Pablo Ahues komt uit El Salvador. Na tien jaar voor Oracle te hebben gewerkt in Silicon Valley verhuisde hij naar Guadalajara.

Juan Pablo Ahues van Oracle

'Het leven is hier beter dan in Silicon Valley', zegt Ahues. 'Latino's zijn socialer, en ook beginnende ingenieurs kunnen hier met hun salaris een huis kopen.' In het begin vocht hij tegen vooroordelen. 'We moesten ons echt bewijzen', vertelt hij. 'Maar inmiddels hebben ze in Silicon Valley door dat Mexicaanse ingenieurs voor niemand onderdoen.'

Op de vraag of het migratiebeleid van Trump consequenties heeft voor het personeelsbeleid van Oracle, blijft het stil. 'Ik geloof niet dat ik mag praten over Trump', zegt Ahues. Voor de zekerheid belt hij de afdeling persvoorlichting. 'We doen geen uitspraken over politiek', zegt de woordvoerder. 'Dat ligt allemaal veel te gevoelig.'

Kansrijke initiatieven

Enkele kilometers verderop zetelt Start-up GDL, een non-profitorganisatie gericht op het aantrekken van internationale start-ups. 'We zoeken in de hele wereld naar kansrijke initiatieven', zegt directeur Cindy Blanco (26). 'Vooral Amerikanen denken dat heel Mexico extreem gevaarlijk is. We nodigen hen uit, dan zien ze dat Guadalajara een heel prettige stad is.'

Start-up GDL huist in het kantoor van de Amerikaanse start-up Wizeline. Alle clichés worden hier bewaarheid: jonge werknemers met Star Wars-shirts drinken frisdrank uit jampotten en spelen na de lunch videogames. Oprichter van zowel Wizeline als Start-up GDL is Bismarck Lepe, zoon van Mexicaanse migranten. Lepe studeerde aan Stanford en is een van de mannen die Google groot maakten.

Cindy Blanco van start-up GDL

In 2014 verplaatste Lepe de designafdeling van Wizeline naar Guadalajara. In 2016 richtte hij Start-up GDL op. 'Wij kunnen helpen een zachte landing te creëren voor de Dreamers', zei Lepe nadat Trump vorig jaar had gedreigd de verblijfsvergunning van achthonderdduizend jonge migranten af te pakken. 'Vorig jaar hebben we vijf internationale start-ups binnen gehaald', zegt Blanco. 'Tien anderen tonen serieus interesse.'

In gouverneur Sandoval vindt ze een bondgenoot. Na zijn aantreden in 2013 richtte hij een ministerie van Wetenschap en Innovatie op, en met subsidies probeert hij jongeren te stimuleren een eigen bedrijf te beginnen. De techsector groeit nu jaarlijks met 7 procent, 120 lokale start-ups hebben sinds 2014 internationaal kapitaal verworven. Volgens Sandoval werpt zijn 'We want you'- campagne vruchten af, al wil hij geen concrete cijfers geven. 'Geloof me, er is veel interesse. Ik ben onder meer in gesprek met Facebook en Google.'

Sandoval wiebelt onrustig heen en weer op zijn leren fauteuil. 'Ik wil Amerikaanse bedrijven warm maken voor Jalisco, maar uiteindelijk wil ik dat Mexicaanse bedrijven ontstaan die de concurrentie met de Amerikaanse giganten aankunnen. We moeten Trump als een kans zien. We moeten af van die slachtofferrol.'


Mexicaanse economie houdt zich goed ondanks Trump

Mexico was de pispaal van Donald Trump tijdens zijn presidentscampagne. Hij noemde zijn zuiderburen 'criminelen en verkrachters' en beloofde dat Mexico zou gaan betalen voor een 3.185 kilometer lange grensmuur. Ook zou hij het vrijhandelsverdrag Nafta, tussen Mexico, Canada en de VS, grondig herzien.

Concreet is er weinig veranderd. Het aantal deportaties in het eerste jaar van Trump was lager dan onder zijn voorganger Barack Obama. De bouw van de muur is nog niet begonnen en Mexico had zijn beste exportjaar sinds 2009. 'De export is met 10 procent gegroeid', zegt Luis Miguel González, econoom en hoofdredacteur van financieel dagblad El Economista. Er zijn wel onderhandelingen gaande om Nafta te herzien. De gesprekken verlopen moeizaam.

Trump heeft in december de vennootschapsbelasting verlaagd van 35 naar 21 procent, om het aantrekkelijker te maken voor bedrijven zich in de VS te vestigen. In Mexico is de vennootschapsbelasting 30 procent. 'Maar multinationals krijgen hier zoveel voordelen dat ze feitelijk maar 17 procent betalen', zegt González.

'Mexico heeft veel tijd verloren met bang zijn', gaat González verder. 'Die verlamming heeft meer schade aangericht dan Trumps beleid zelf. We hadden die tijd beter kunnen gebruiken om onze andere handelsrelaties uit te breiden.' Mexico heeft het afgelopen jaar wel geprobeerd de banden met Europa en de rest van Latijns-Amerika aan te halen. 'Eigenlijk zouden we ons meer op Azië moeten richten, China vooral. Maar dat durft de regering niet zolang de Nafta-onderhandelingen lopen. De angst om Trump boos te maken is te groot.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden