Trump's ambassadeur bij de VN is misschien wel de president van de toekomst

Vorig jaar noemde Donald Trump haar nog 'een aanfluiting', nu is Nikki Haley zijn ambassadeur bij de VN en wordt haar een grote toekomst voorspeld.

Nikki Haley spreekt bij de VN Veiligheidsraad Beeld ap

Er is een verhaal dat Nikki Haley liever niet vertelt, over haar jeugd in South Carolina. Het is halverwege de jaren zeventig. Nikki is een kleuter van 4 en doet samen met haar iets oudere zus Simmi mee aan een missverkiezing voor kinderen. Het is een ideetje van een buurvrouw, waarmee haar ouders om onbegrijpelijke redenen hebben ingestemd - deze immigranten uit de Punjab hebben grote dromen voor hun kinderen, maar die gaan niet over schoonheidswedstrijden.

Maar goed, daar staan ze dan. Nikki, in een wit jurkje met ruches, zingt This Land is Your Land. De andere kinderen doen ook wat, en daarna worden ze met zijn allen op het podium geroepen. De zwarte meisjes moeten aan de ene kant gaan staan, de witte meisjes aan de andere. Daartussenin staan Nikki en Simmi. De juryleden krabben zich op het hoofd. Straks moeten er een witte miss en een zwarte miss worden aangewezen. Waar horen deze bruine meisjes dan bij? Gelukkig komt er snel een oplossing: ze worden gediskwalificeerd en met een strandbal en een kleurplaat naar huis gestuurd.

De reden waarom Haley (45) dat verhaal niet graag vertelt, is dat mensen er snel de verkeerde conclusies aan verbinden. Ach, het racistische zuiden, natuurlijk. Dat zal haar leven wel hebben bepaald. Maar Haley relativeert het. Je moet het in context zien, vindt zij. South Carolina is allang zo racistisch niet meer. 'Mijn familie en ik hebben ontmoedigende ervaringen gehad', schrijft ze in haar biografie Can't Is Not an Option uit 2012. 'Maar elke familie heeft ontmoedigende ervaringen. Die verhalen zelf doen er niet toe, het gaat erom hoe de verhalen eindigen.'

En die eindigen vaak goed, denkt ze.

Stralend stond diezelfde immigrantendochter, inmiddels Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties, donderdagmiddag achter het spreekgestoelte van het Hilton in midtown Manhattan. In slim gekozen bewoordingen prees ze haar baas, president Trump, die dinsdag met scheldwoorden en dreigementen de wereld had toegesproken. 'De andere landen hebben positief gereageerd', zei Haley. 'Zij waarderen hoe bot en eerlijk hij was. Rechtdoorzee en verfrissend. Het was een solide week. Zeer succesvol.'

Haley is de rijzende ster aan het Republikeinse firmament. Ze wordt gezien als een van de drijvende krachten achter Trumps gematigde opstelling tegenover de VN maandag, en als degene die de allerscherpste kantjes van zijn speech dinsdag afschuurde. Dat China donderdag ineens samenwerking beloofde met nieuwe Amerikaanse sancties tegen Noord-Korea, kan deels ook op haar conto worden geschreven. Laat Trump maar schreeuwen, Haley doet gewoon rustig haar werk.

Eigen plan

Ze lijkt volledig haar eigen plan te trekken. Soms negeert ze de president volkomen, soms neemt ze een volstrekt tegengestelde positie in en af en toe herhaalt ze, maar dan in andere, meer diplomatieke bewoordingen wat hij heeft gezegd. Met haar kritiek op Rusland en het Syrische regime nam ze vanaf het begin afstand van haar baas en leek ze meer op een klassieke Amerikaanse buitenlandhavik dan op een Trumpiaanse isolationist. Ze voetbalde met vluchtelingen en chatte met Bono over mensenrechten.

Haley zat aan het begin van de Republikeinse voorverkiezingen nog in het anti-Trumpkamp. 'In zorgelijke tijden kan het verleidelijk zijn de sirenelokroep van de meest boze stemmen te volgen', zei ze in januari 2016, tijdens een toespraak die een soort antwoord was op de State of the Union van Barack Obama. De boodschap was duidelijk. Trump noemde haar 'een aanfluiting'.

Dat Trump haar desalniettemin nomineerde voor de post van VN-ambassadeur leek raar, maar was politiek handig. Zo kon hij laten zien dat hij gekleurde vrouwen best waardeerde, terwijl hij de populaire Haley tegelijkertijd onschadelijk maakte: ze had geen buitenlandse ervaring en zou zich dus nauwelijks kunnen profileren.

Maar Haley blijkt een diplomatiek talent. Voor sommigen is zij zelfs de facto minister van Buitenlandse Zaken, omdat de echte minister, Rex Tillerson, bijna geen contact heeft met het buitenland. Toen Haley deze zomer Rusland en China achter nieuwe sancties tegen Noord-Korea kreeg, werd zij zelfs door Democraten geprezen, zoals door Obama's voormalige ambassadeur in Moskou. Intussen houdt ze Trump te vriend door hem af en toe uitgebreid te complimenteren met wat hij heeft bereikt, zoals donderdag.

Ook al moet ze daartoe soms zichzelf tegenspreken. 'Amerikanen', zei Haley in 2015, 'willen iemand in het Witte Huis die kalm en koelbloedig is en niet razend wordt als iemand gewoon een beetje kritiek op hem heeft. We zouden echt een wereldoorlog kunnen krijgen als dat gebeurt.' Nu is zo'n houding dus 'verfrissend'.

Zo komen er verschillende tegenstellingen samen in Haley. Ooit rebelleerde ze met de TeaParty tegen het establishment van de Republikeinse 'good old boys club', nu is ze juist de oogappel van de gevestigde orde. Haley, vorig jaar nog neverTrumper, is nu een van de belangrijkste pijlers van zijn kabinet. Haley, een jonge bruine vrouw wier vader een tulband draagt, is een van de gezichten van een regime dat geleid wordt door een oude witte man vol xenofobie en misogynie.

Maar misschien is zij, als wandelende paradox, wel het best in staat de scheuren in de Republikeinse partij te overbruggen. Misschien, zo wordt gefluisterd, is zij de president van de toekomst.

Tekst gaat verder onder de foto

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson en Nikki Haley Beeld ap

Overleven

Haley wordt in 1972 als Nimrata Nikki Randhawa geboren in Bamberg, een plaatsje aan een spoorlijn in South Carolina. Haar ouders zijn Sikhs die hun welgestelde en eerzame leven in India hebben achtergelaten om hun kinderen meer kansen te bieden in het land van de ongekende mogelijkheden. Ze vinden banen in het onderwijs en proberen uit alle macht, met tulband en sari en al, te integreren. Dat blijkt lastig. 'We waren niet donker genoeg om zwart te zijn en niet bleek genoeg om wit te zijn', schrijft Haley. 'We deden het enige wat we konden: overleven.'

Haar eerste instinct is zich aan te passen. 'Ik begon te vermoeden dat de manier waarop ik verschilde van mijn omgeving - mijn godsdienst, mijn ras, en later mijn vrouw-zijn - altijd een kwestie zou blijven', schrijft ze. 'Maar ik ging me er niet kwaad over maken. Ik moest gewoon doen wat mijn ouders me hadden geleerd: ermee dealen. Voor mij betekende het dat ik me moest concentreren op de overeenkomsten tussen mij en de mensen om mij heen en de verschillen uit de weg moest gaan.'

Politiek is geen gespreksonderwerp in huize-Randhawa, maar als Nikki's moeder vanuit de woonkamer een exotisch cadeauwinkeltje begint en Nikki op haar 12de gaat helpen met de boekhouding en belastingaangifte, beginnen er overtuigingen in haar te groeien. 'Ik ontdekte dat kleine bedrijven de motortjes zijn die banen creëren en voor economische groei zorgen. De overheid is de dode massa die we allemaal achter ons aan slepen.' Ze weet het nog niet, maar ze is een Republikeinse in de dop.

De universiteit geeft haar niet alleen een opleiding, maar ook meer zelfbewustzijn. Als ze een vriend een Indiase jongen hoort beledigen en ze niet ingrijpt, besluit ze 's avonds voortaan niet meer altijd de lieve vrede te bewaren. 'Al die tijd had ik mijn best gedaan me aan te passen. Voortaan zou ik me meer bewust zijn van de verschillen. Ik ging erover praten dat ik een Indiase was die in een klein dorp was opgegroeid. Ik ontdekte dat ik daardoor een interessantere vriend werd.'

Ook komt ze, in haar eerste weekend weg van huis, de jongen tegen die later haar man zal worden. Bill Haley heet hij (ze vindt hem geen Bill, zegt ze na een tijdje, en besluit hem voortaan bij zijn tweede naam, Michael, te noemen). Haley wordt militair bij de National Guard, en dient in 2012 een jaar in Afghanistan.

Nikki wordt accountant en krijgt een goede baan bij een recyclingbedrijf in Charlotte. Een van de eerste dagen zit ze met een aantal managers, allemaal mannen, in de bestuurskamer te wachten op de directeur. Als hij binnenkomt zegt iemand: 'Nikki, haal jij even koffie voor Paul?' Ze is verbouwereerd, maar herstelt zich. Ze pakt een telefoon en belt haar secretaresse. 'Pam, kun jij een kop koffie komen brengen?'

Later gaat ze net als haar man en zussen bij het bedrijf van haar moeder werken, Exotica International, dat inmiddels miljoenen omzet.

Andere zakenvrouwen suggereren haar de politiek in te gaan. Ze neemt het als 31-jarige op tegen een Republikeinse afgevaardigde die al dertig jaar in het staatsparlement zit. Hij noemt haar 'little lady' en gooit het vervolgens over de xenofobische boeg, door haar in een advertentie bij haar Indiase naam te noemen, Nimrata N. Randhawa, een teken voor zijn aanhangers haar met haattelefoontjes te bestoken en met de auto te achtervolgen. Ze wint desondanks.

Verdachtmakingen

Als ze zes jaar later, in 2009, een gooi doet naar het gouverneurschap duikt er vlak voor de verkiezingsdag een oud-medewerker van haar op die zegt dat hij maandenlang een 'ongepaste' affaire met haar heeft gehad, begonnen in de terreinwagen van Haley ('We schoven de stoelen naar achteren en ze ging op me zitten'). Hij laat telefoongegevens zien die tientallen soms urenlange nachtelijke gesprekken tussen hem en Haley weergeven. Ook een lobbyist die voor een Republikeinse tegenstander werkt zegt dat hij een onenightstand met haar heeft gehad. Haley, al dertien jaar getrouwd, zegt dat het onzin is.

En ze komt ermee weg. Een vrouw, een gekleurde vrouw (na haar huwelijk overigens wel christen geworden), wordt zo voor het eerst gouverneur van deze conservatieve zuidelijke staat, ondanks seksisme en andere verdachtmakingen. Voor Haley vallen daarmee eigenlijk alle oude racistische incidenten die haar zijn overkomen weg, zegt ze in 2015 bij de National Press Club. 'Ik zou niet tot gouverneur kunnen zijn gekozen als dit een intolerante staat was', zegt ze. 'Ik zou de Republikeinse voorverkiezingen niet hebben gewonnen als dit een intolerante partij was.'

Datzelfde jaar schiet Dylann Roof in een zwarte kerk in Charleston, een havenstad in South Carolina, negen kerkgangers dood. Roof heeft geposeerd met de confederate flag, de vlag van de zuidelijke staten uit de burgeroorlog, die voor hem een symbool van witte superioriteit is. Die vlag wappert ook op het Capitool van South Carolina, voor het regeringsgebouw in de hoofdstad Columbia. Haley staat voor de keus: wat doen we daarmee?

'Deze vlag, weliswaar een integraal onderdeel van ons verleden, past niet bij de toekomst van onze geweldige staat', zei ze (waarbij moet worden aangetekend dat ze pas na druk van het bedrijfsleven overstag ging). En daar ging de vlag, voor een juichend voornamelijk zwart publiek dat 'USA! USA! USA!' scandeerde. Het was Haleys eerste grote stap op het landelijke toneel.

Waar eindigt haar verhaal? Er gaan geruchten dat ze minister van Buitenlandse Zaken zal worden, om Tillerson op te volgen - die op het tweede plan lijkt te zijn beland. Haley hield donderdag de boot af. 'Al sinds ik in de politiek zit, wordt er gekletst over wat ik ga doen en wat ik moet gaan doen. Maar ik doe gewoon mijn werk. Ik vertel het Amerikaanse volk wat ik weet en probeer de Amerikaanse president te dienen. Verder wil ik mijn tijd er niet aan verspillen.'

Natuurlijk kan Trump haar ook nog zat worden. 'Houdt iedereen eigenlijk van Nikki?', vroeg hij dit voorjaar tijdens een lunch met ambassadeurs van de VN-Veiligheidsraad. 'Anders kan ik haar zo vervangen hoor.' Gelach. Trump: 'Nee hoor, dat gaan we niet doen. Beloof ik. Ze doet het fantastisch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden