Interview Robert Putnam

Trump is een dieptepunt én een keerpunt, voorziet Robert Putnam

Robert Putnam, een prominente Amerikaanse intellectueel, toonde zich in zijn eerdere werk vaak somber over zijn land. Maar behalve een dieptepunt is Trump ook een keerpunt, voorziet hij of beter: hóópt hij. ‘Dit is niet de tijd voor cynisme.’

Badderende mensen in Coney Island, nabij New York. Putnam put hoop uit de sociale veranderingen van begin 20ste eeuw. Beeld Getty

Nog geen 48 uur geleden, vlak voordat hij in het vliegtuig naar Nederland stapte om in Maastricht een lezing te geven, schreef Robert Putnam het laatste woord van zijn nieuwe boek. ‘Ik ben er nog helemaal vol van’, verklaart hij opgewonden met rode wangen. Een van Amerika’s meest invloedrijke publieke intellectuelen is inmiddels bijna 79, maar zijn jongensachtige branie is slijtvast. ‘Toch zal dit mijn laatste boek zijn. Ik word te oud.’

Putnam wil niet in mineur eindigen. ‘Mijn werk heeft de afgelopen 25 jaar in het teken gestaan van neergang’, bekent hij. In Bowling Alone (2000) staafde de Harvard-hoogleraar politicologie de teloorgang van de sociale samenhang (‘sociaal kapitaal’) in de VS. Zelfs bowlen, een gezelschapssport bij uitstek, doen Amerikanen tegenwoordig alleen, was het iconische beeld.

Voor Our Kids (2015) keerde de man die de presidenten Clinton, Bush en Obama adviseerde terug naar zijn geboorteplaats Port Clinton, Ohio. Hadden zijn generatiegenoten en hijzelf nog in grote meerderheid hun ouders overtroffen, nu zag hij dat de sociale ladder beklimmen allesbehalve vanzelfsprekend is. De kansenongelijkheid tussen kinderen van arme en kinderen van rijke ouders neemt enkel toe. Op zijn geboortegrond droeg Putnam de Amerikaanse Droom ten grave.

En toen moest Donald Trump nog verkozen worden. ‘De apotheose van ik-heid’, noemde Putnam zijn president eerder. Maar behalve een dieptepunt ziet hij in Trump ook een keerpunt voor de Amerikaanse samenleving. ‘Zoals een zwemmer, die aan het einde van de baan de rand van het bad raakt en omdraait.’

The Upswing – ‘De opleving’ – is dan ook de titel van het meest optimistische boek in zijn oeuvre, het slotstuk dat volgend jaar moet verschijnen. Want één ding weet Putnam zeker: the only way is up.

In een vergaderzaaltje van de Universiteit van Maastricht pakt hij de flip-over en tekent met stift een lijn. Linksonder op de x-as schrijft hij het jaartal 1900, rechtsonder 2020. Dan tekent hij een halve cirkel als een ondergaande zon.

Robert Putnam is een Amerikaanse politicoloog en hoogleraar bestuurskunde aan de Harvard-universiteit. Beeld Joost van den Broek/de Volkskrant

‘Weet je wat dit is? De eeuwtrend in inkomensgelijkheid. Heel ongelijk, steeds meer gelijk, weer heel ongelijk.’ Dan tekent hij een nieuwe lijn, precies de vorige volgend. ‘Dit is de mate van sociale verbondenheid.’ Weer eenzelfde lijn: politieke depolarisatie. Tot slot: collectivisme. ‘Allemaal dezelfde grafiek.’

We werd Me

De eerste helft van de 20ste eeuw, stelt Putnam, was er op alle fronten sprake van een stijgende lijn. Het punt waarop in de grafieken het verval inzet, is steeds min of meer hetzelfde: zo ergens eind jaren zestig. We werd me. ‘Neem dat liedje van The Beatles: I Me Mine. En een paar jaar eerder hadden ze het nog over all you need is love.’

De ‘I-We-I-curve’, noemt Putnam de trend. Wat precies oorzaak is en wat gevolg, hij durft het niet te zeggen. Wel blijkt uit analyses dat het niet begon met economische ongelijkheid. ‘Het is als met een zwerm vogels. Ze vliegen samen, maar je weet niet wie de eerste was.’

Misschien, grapt Putnam, is hij hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor het ineenstorten van de Amerikaanse beschaving. ‘In 1964 mocht ik voor het eerst stemmen.’ Toch is niet de jaren zestig, maar de periode rond 1900 de belangrijkste in deze grafiek.

‘Ik ben in mijn eerdere werk blijven plakken bij de verkeerde helft van de eeuw, de tweede dus, toen bijna alles minder werd. Maar als je uitzoomt en het hele plaatje beschouwt, zie je dat daaraan vooraf een voorspoedige periode ging.’

1900 was het keerpunt na het tijdsgewricht dat wordt aangeduid als Gilded Age (het ‘vergulden tijdperk’, red.), de hoogtijdagen van grote industriëlen als de Rockefellers en Ford. ‘De rijken woonden in kasten van huizen in Upper Side Manhattan en gaven obscene feesten. Amper 10 mijl verderop leefden arbeiders, hoofdzakelijk immigranten, in bittere armoede, als slaven haast.’

De politieke partijen waren destijds als vijandige stammen, ze werkten niet samen en waren niet bezig wezenlijke problemen op te lossen. Maatschappelijk was het ieder voor zich, de cultuur was narcistisch. ‘In kunst en religie draaide alles om ‘ik’, om eigen verlossing: gaat god mij redden?’

Het punt dat Putnam wil maken: ‘Er zijn diepe parallellen tussen het hedendaagse Amerika en het Amerika van toen. En we hebben ook nog de geweldigste president ooit verkozen. De ongelijkheid, de sociale fragmentatie, de politieke polarisatie, het narcisme: Trump is het uitroepteken achter al deze trends. Eigenlijk waren we er nooit zo slecht aan toe als nu.’

Toch put Putnam hoop uit de historische parallel. De Gilded Era lokte een reactie uit: de Progressive Era. Het was een tijdvak begin 20ste eeuw met nieuwe vormen van organisatie en samenwerking. De Rotary werd opgericht, de highschool bedacht en scouting ongekend populair. Een tijdperk van sociaal activisme en politieke hervorming ook. Problemen die voortkwamen uit industrialisering en immigratie werden aangepakt, net als corruptie. Presidenten als Theodore Roosevelt waren trots op steun uit het andere politieke kamp. De economische ongelijkheid nam af. Me veranderde in we.

Vandaar de ondertitel van zijn nieuwe boek: How America Came Together a Century Ago and How We Can Do It Again. Want daarover is Putnam optimistisch. ‘Er werd een wissel omgezet, door voornamelijk jonge mensen. Daarom moeten we ons nu afvragen: wat deden zij om Amerika weer op de rails te krijgen? Hoe deed de jeugd het honderd jaar geleden? Daarvan kunnen de jongeren van nu leren. We can fix this problem.’

Tegenreactie

Het idee van een scharnierpunt in de geschiedenis presenteert Putnam niet voor het eerst. Het dook in 1991 al op in een opiniestuk van hem in The Washington Post met de titel ‘Waarom Amerika klaar zou kunnen zijn voor een nieuwe Progressive Era’. De Golfoorlog, Reagan – veel erger kon het niet worden, dacht Putnam toen. 

Maar een waterscheiding bleef uit. Zelfs Barack Obama kon ondanks zijn mantra ‘Change’ en ‘Yes, we can’ niet het tij keren. Waarom zou dit dan wel het moment zijn voor de grote kentering?

‘De historische overeenkomsten tussen 1900 en nu zijn overweldigend’, zegt Putnam. ‘Trump heeft alle trends verergerd, en daarop is een sterke tegenreactie gekomen. Er is sprake van bijna ongeëvenaarde mobilisatie.’ Niet eerder gingen jongeren in zulke grote getale naar de stembus. Zijn eigen dochter, Laura Putnam, schrijft over nieuwe grassroots-bewegingen. ‘Lokale bewegingen, van onderaf. Ze wordt in The New York Times vaker aangehaald dan ik.’ Vooral opgeleide witte vrouwen laten zich volgens Putnam gelden. ‘De moeders en oma’s van Amerika nemen het roer in handen.’

Het kan niettemin wensdenken blijken, erkent Putnam. ‘Ik ben ook geen historische determinist die gelooft dat het noodzakelijk weer zo zal gaan als rond 1900, als een pendule. Misschien gaat die grote ommekeer niet komen. Misschien wordt Trump zelfs herkozen. Maar dit is niet de tijd voor cynisme. Ik wilde laten zien dat het anders kan, dat het eerder is gebeurd.’

Jaap Dronkers Lezing

Putnam was deze week in Maastricht om in de geest van The Upswing de eerste Jaap Dronkers Lezing te verzorgen. Onderwijssocioloog Dronkers, die in 2016 overleed, trachtte altijd met zijn onderzoeksresultaten het publieke debat te voeden. Ook als het ging om delicate kwesties, zoals de soms slechte kwaliteit van scholen. ‘Dit deed vaak nogal wat stof opwaaien, maar bevestigde ook de publieke rol van de sociale wetenschappen’, aldus het organisatiecomité.

Putnam is uit hetzelfde hout gesneden. Een sociale wetenschapper ben je voor de samenleving, vindt hij. Wie wil begrijpen waar die overtuiging geboren werd, moet terug naar 1961. In de race om het presidentschap nam Richard Nixon het op tegen John F. Kennedy. Tijdens een bijvakcollege politicologie ontmoette de toenmalige natuurkundestudent Putnam zijn vrouw. Een paar maanden later besloten ze op een mooie ochtend per trein vanuit Philadelphia naar Washington te reizen.

‘Bij het Capitool hoorde ik plots die ene zin: ‘Vraag niet wat het land voor jou kan betekenen, maar vraag je af wat jij kunt betekenen voor je land.’ Nu klinkt dat misschien banaal, maar toen was het alsof Kennedy mij persoonlijk toesprak. Op dat moment besloot ik dat ik sociale wetenschapper wilde worden om iets te betekenen voor de publieke zaak.’

Net als Dronkers deed Putnam stof opwaaien met zijn beroepsopvatting. Even beroemd als berucht is E Pluribus Unum (‘Uit velen een’), een lezing die in 2007 als artikel werd gepubliceerd. Daarin concludeert Putnam op basis van statistisch onderzoek dat in etnisch gemengde wijken mensen – ook van dezelfde afkomst – elkaar minder opzoeken en minder vertrouwen. Ze zouden als schildpadden ‘hun kop intrekken’.

‘Die bevinding werd gekaapt en misbruikt’, blikt hij terug. ‘Mijn foto stond pontificaal op de website van de Ku Klux Klan. Als eerbetoon, omdat ik het failliet van de multiculturele samenleving zou hebben bewezen.’

Hij raakte ook tegen zijn zin betrokken bij een rechtszaak. Twee witte studenten die niet werden toegelaten tot de universiteit van Texas verzetten zich juridisch tegen het toelatingsbeleid van de universiteit, dat ten gunste zou zijn van etnische minderheden. Ze beriepen zich daarbij op Putnams werk. Die voelde zich daardoor gedwongen zich te verdedigen tegenover het Hoger Gerechtshof. Zijn wetenschappelijke werk was ‘verdraaid en misbruikt’, stelden zijn advocaten. De conclusie had moeten zijn dat diversiteit juist goed is voor hoger onderwijs.

Over de statistische geldigheid van zijn conclusies plaatste Putnam al in zijn artikel kanttekeningen. Inmiddels is er een boekenkast over vol geschreven. De stelling is betwist, al kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorig jaar op basis van onderzoek in Nederland in het rapport De nieuwe verscheidenheid tot vergelijkbare conclusies als Putnam. 

Bij herlezing valt op dat Putnam een lans breekt voor tolerantie en de merites van diversiteit op langere termijn bewierookt. ‘Mijn dochter is getrouwd met een Costa Ricaan', zegt hij nu. ‘Mijn kleindochter is nu 25 jaar. Als zij zo oud is als ik, denk ik dat zij niet meer als een latino wordt gezien. Amerika is altijd aan verandering onderhevig geweest. We hebben ons ‘wij’ altijd opnieuw gedefinieerd.’

Toch wordt Putnam ook in Nederland nog vaak van stal gehaald als de ‘professor die wetenschappelijk heeft aangetoond dat diversiteit slecht is’. Desondanks heeft hij geen spijt van de publicatie van het gewraakte artikel. ‘Ik hou niet van gedoe, maar volgens mij heb ik in dat artikel iets heel wezenlijks aangeroerd, dat toen politiek nog te gevoelig lag.’

De kwestie illustreert de koorddans van de wetenschapper in het publieke domein. ‘Ik wil niet dat mensen naar mij luisteren omdat ik mooie verhalen vertel of omdat ik hen om ideologische redenen beval. Ik wil dat mensen naar mij luisteren omdat ik mijn verhaal op feiten baseer en serieus wordt genomen door collega-wetenschappers. 

‘Maar mijn land staat er slecht voor. En zoals het citaat van Karl Marx luidt, dat op zijn graf op Highgate Cemetery in Londen staat: ‘Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt erop aan haar te veranderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden