Trump en de media: de liefde is wederzijds

De verkiezingen in de VS kunnen nog alle kanten op. Toch lijkt Donald Trump al half in het Witte Huis te zitten. Hoe kan dat?

Trump met Chris Matthews op de nieuwszender MSNBC. Beeld afp

Ik zag het ook niet. Ik dacht dat de campagne van Donald Trump al na een maand of wat aan narcisme ten onder zou gaan. Boy, was I wrong. Journalisten tonen zelden twijfel, maar als ze eenmaal openlijk twijfelen, is er geen houden meer aan. Omdat niemand het succes van Trump zag aankomen heeft de zelfanalyse onder journalisten en Amerika-watchers inmiddels masochistische vormen aangenomen. New York Times-columnist David Brooks kwam tot de conclusie dat hij al die jaren onder de Washingtonse kaasstolp had geleefd, zonder zich te verdiepen in de grieven van gewone Amerikanen. Hij beloofde beterschap: 'Ik zal de manier waarop ik mijn werk doe moeten veranderen als ik ook in de toekomst waarheidsgetrouw over dit land wil berichten.' Brooks' collega Nicholas Kristof kwam tot dezelfde conclusie: 'We zijn blind geweest voor de worstelingen van gewone Amerikanen. (...) We spreken te veel met senatoren en te weinig met werklozen.'

Ikzelf zal een ander excuus moeten aanvoeren. In mijn tijd als correspondent in Washington kreeg ik namelijk nooit een senator aan de lijn, terwijl ik tijdens reportagereizen weinig anders deed dan met die bijna mythische 'gewone Amerikanen' praten. De afgelopen maanden deed ik dat opnieuw, in allerlei uithoeken van het land. En heus: veel mensen waren toen - we spreken over de eerste termijn van Obama - net zo boos als nu: woede waarin destijds de rechts-populistische Tea Party kon ontkiemen. Mijn valkuil was tweeledig. Eén: ik had te veel vertrouwen in de voorspellende waarde van de geschiedenis, waarbij de Republikeinen na wat populistisch geflirt in de voorverkiezingen uiteindelijk altijd voor een gevestigde-ordekandidaat kozen. En twee: ik onderschatte de rol die de media zouden gaan spelen, met name de nooit verzadigde televisiezenders.

Tussen de Tea Party en het Trumpisme loopt een rechte lijn, en zowel Brooks als Kristof hebben allebei veelvuldig over de Tea Party geschreven. In januari 2010 - hij was het zelf kennelijk vergeten - voorspelde Brooks zelfs dat de beweging 'het komende decennium' tot volledige wasdom zou komen. Dat bleek al snel: met Tea Party-steun veroverden Marco Rubio en Ted Cruz zetels in de Senaat. Krap twee maanden geleden golden zij nog als serieuze kanshebbers op de Republikeinse nominatie.

Die grote groep boze, blanke, laagopgeleide Amerikanen kwam dus bepaald niet uit de lucht vallen. Toch krijg je wel die indruk, als je veel commentaren leest. Nu is zelfreflectie toe te juichen. Zie Brooks. Het doet denken aan Nederland, post-Fortuyn: het besef de boot ernstig te hebben gemist. Maar de volgende stap laat zich raden: overcorrectie. Zo lees je ineens dat Trump zelfs populair is onder latino's, een mythe. Vergeten wordt soms dat circa tweederde van de Republikeinen níét op hem gestemd heeft, in dit stadium van de race een vrij unieke situatie. Dat een hoge opkomst bij zwaarbevochten primaries zelden iets zegt over de verkiezingsuitslag in november: ook dat doet er kennelijk niet toe. Trump zit al half in het Witte Huis, terwijl hij nog niet eens zeker is van de nominatie.

Opvallender is dit: Trump worden ineens geniale politieke voelsprieten toegedicht. Zijn politieke vermogen wordt 'ernstig onderschat', dat soort teksten. Het is een bekend patroon bij populisme: eerst de ontkenning, dan de ontdekking, dan de overschatting. Wat je er te weinig bij leest: Trump kreeg meer hulp van de media dan enige andere kandidaat uit de moderne politieke geschiedenis.

Beeld Javier Muñoz

Omstreden campagnemanager

Dat begon al in Trumps eigen Tower in New York, waar de miljardair vorig jaar juni van zijn roltrap afdaalde en zijn kandidatuur voor het presidentschap aankondigde. Het publiek bestond uit een paar honderd mensen ('duizenden', aldus Trump), onder wie een flink aantal ingehuurde figuranten. Het was hartje zomer, er was weinig nieuws, en hey, het was Trump - die kenden de mensen. Vastgoedtycoon, kijkcijferkanon met een eigen televisieshow, vaste prik in de New Yorkse tabloids.

De aankondiging van partijfavoriet Jeb Bush, een dag eerder, verdween naar de achtergrond. Binnen een paar weken leidde Trump zelfs in de peilingen. Dat kwam goed uit, want vanaf dat moment konden zenderbazen zich achter de koersen verschuilen: de koploper kreeg nu eenmaal de meeste aandacht. De vraag of de media misschien een rol bij die koppositie hadden gespeeld werd amper gesteld. Je ging je afvragen: wie kan wie nu eigenlijk maken en breken?

Bush beschreef het nog het best: Trump bespeelt de pers als een Stradivarius. Hij weet en de televisiezenders weten dat aandacht voor hem hogere kijkcijfers betekenen. Tegenover de website BuzzFeed erkenden medewerkers van de vijf grote zenders recentelijk dat het Trump-kamp buitensporige invloed uitoefent op de verslaggeving. Dat gaat zover, dat Trumps omstreden campagnemanager, Corey Lewandowski, voor een conferencecall met de tv-zenders zeggenschap over de camerastandpunten kon eisen. Bij verkiezingsbijeenkomsten mocht Trump voortaan alleen nog recht van voren worden gefilmd, vanaf het camerapodium. Even het publiek in gaan voor zogeheten 'snijshots' was er niet meer bij.

Lewandowski verklaarde dat hij de veiligheid van de cameraploegen buiten hun podium niet kon garanderen. In de toekomst mocht slechts één cameraman na afloop zijn plek verlaten om opnamen te maken van een handenschuddende Trump. Dat beeld moest vervolgens met alle concurrerende tv-zenders worden gedeeld. Het gevolg: Trump klaagt geregeld dat 'die walgelijke media' nooit beelden laten zien van zijn duizendkoppige, wildenthousiaste publiek, terwijl hij dat zelf praktisch onmogelijk heeft gemaakt. Bij andere kandidaten mogen cameraploegen vrij rondlopen.

Doen alsof hij de pest heeft aan de media: voor Trump is het een truc. Bij vrijwel elk verkiezingsoptreden wijst hij naar het persvak: zij daar, scum, geteisem. Gretig voedt hij het wantrouwen van zijn aanhang. Altijd wordt er gescholden, soms wordt het fysiek. Campagnemanager Lewandowski werd afgelopen week aangeklaagd omdat hij een verslaggeefster zo hardhandig bij Trump wegrukte dat de blauwe plekken op haar armen stonden. Het testosterongehalte bij Trumps bijeenkomsten is zo hoog - ook door opgefokte tegendemonstranten - dat NPR, de Amerikaanse publieke radio, zijn vaste Trumpvolgers naar een cursus conflictgebieden stuurde die normaliter is voorbehouden aan oorlogsverslaggevers.

Trump kan zich de commotie veroorloven - hij heeft privileges die andere kandidaten niet hebben. Amerikaanse politieke talkshows voeren doorgaans een keihard gevecht om gasten, maar die moeten dan wel bereid zijn naar de studio te komen voor een echte ondervraging. Trump mag als enige inbellen. Dat is een belangrijk verschil: de kandidaat kan gesouffleerd worden, doen alsof hij de vraag niet verstaat of een interview -'sorry, gotta go' - voortijdig afbreken. Onlangs besloot het bekendste interviewprogramma, Meet The Press, niet langer aan het spelletje mee te doen. Waarschijnlijk moeten ze nu maanden wachten op een interview.

Corey Lewandowski. Beeld afp

Kleedkamerinterview

De televisiedebatten: hetzelfde verhaal. De Republikeinen hebben er twaalf achter de rug. De moderatoren krijgen nauwelijks greep op de kandidaten. Direct na afloop - en dat is nieuw dit jaar - praten de networks met de 'winnaar', die dan al via een razendsnelle internetpeiling is aangewezen. Trump heeft een grote, trouwe aanhang en wint bijna altijd. Zo'n gesprek na afloop is een soort kleedkamerinterview. Hoe zat je in de wedstrijd? Die tackle op Rubio - die kwam hard aan. En morgen? Klaar voor Florida?

Soms hebben er tien kandidaten op het podium gestaan, om elke tien seconden spreektijd is gevochten. Na afloop krijgt Trump daar vaak, gratis en zonder serieus weerwoord, zo'n acht minuten zendtijd bij. Een columnist van persbureau Bloomberg vergeleek het met een interviewtje na een wedstrijd in de basketbalcompetitie, waarbij topschutter LeBron James tijdens het antwoorden nog een paar driepunters mag gooien.

Het is allemaal uitstekend voor de ratings. Dat weet ook Trump, die tijdens verkiezingsbijeenkomsten geregeld over 'kijkcijfers' spreekt als hij waarschijnlijk - of niet? - 'peilingen' bedoelt. Op een conferentie noemde een van de machtigste mannen in de televisiewereld, CBS-baas Les Moonves, het fenomeen Trump 'misschien niet goed voor Amerika, maar verdomd goed voor CBS'. Moonves ging verder: 'Het geld stroomt binnen en we hebben lol. Ik heb nog nooit zoiets gezien, en dit wordt een heel goed jaar voor ons. Sorry, het is vreselijk om te zeggen, maar ga vooral door, Donald. Ga zo door!'

CNN, een verhaal apart

Na zijn winst bij de Republikeinse voorverkiezingen in Mississippi hield Trump een overwinningstoespraak, live te volgen bij alle omroepen. Halverwege begon elders Hillary Clinton aan haar speech. Alle networks bleven bij Trump. Clinton was niet langer de grootste celebrity in de race. Een televisieproducer zei tegen BuzzFeed: 'Als de concurrentie bij Trump blijft, blijven wij ook bij Trump.'

CNN is een verhaal apart. De baas daar, Jeff Zucker, kent Trump nog uit een vorig leven. Als hoofd van de tv-zender NBC zond Zucker The Apprentice uit, de succesvolle reality-show waarin kandidaten streden om een stageplek bij Trump. Ingeklemd tussen FoxNews, waarmee Trump constant ruzie maakt, en het linkse MSNBC, is CNN nu zijn favoriete televisiezender. De liefde komt van twee kanten: afgelopen januari waren de kijkcijfers 40 procent hoger dan in januari 2015.

Nadat Trump in juni zijn kandidatuur had aangekondigd zond CNN in drie maanden tijd zeker 2.200 items over hem uit, tweemaal zo veel als over Jeb Bush en anderhalf keer de aandacht die concurrerende zenders als FoxNews aan Trump gaven. Vorig jaar zetten media-analysten nog vraagtekens bij de levensvatbaarheid van CNN, zo slecht ging het. Trumps deelname aan de verkiezingsrace maakte alles anders. Hij bezorgde CNN de bestbekeken programma's uit de geschiedenis van de zender. Bij de laatste debatten rekende de advertentieafdeling 2 ton voor een spotje van 30 seconden - veertig keer zo veel als op een normale avond. CNN verdient miljoenen dankzij Trump, de andere zenders ook.

Jeff Zucker. Beeld reuters

Verontrustende symbiose

Jim Rutenberg, schrijver van een veelgelezen mediacolumn in The New York Times, spreekt over een 'verontrustende symbiose' tussen Trump en de pers, uniek in zijn soort. Niet eerder, schrijft Rutenberg, zijn financiële, journalistieke en politieke belangen zozeer met elkaar verstrengeld geraakt. In tijden waarin veel nieuwsorganisaties amper het hoofd boven water kunnen houden, zorgt Trump voor verlichting. De kandidaat zelf, tegen Time: 'Ik verschijn in zo'n programma en de kijkcijfers verdubbelen, verdrievoudigen soms. Dat geeft je macht.' Met die macht dwingt Trump de media ertoe bepaalde journalistieke waarden los te laten, concludeert Rutenberg. Dat uitgerekend FoxNews hem de scherpste vragen stelt tijdens debatten is volgens Rutenberg geen toeval: bij Fox verdienen ze geld. Zij kunnen zich de aanval permitteren, al wordt daar in Fox-kringen steeds vaker openlijk aan getwijfeld: toen Trump een debat boycotte vanwege een conflict met Fox-anchor Megyn Kelly, waren de kijkcijfers meteen een stuk lager.

Trump houdt intussen honderden miljoenen in zijn zak. Tot afgelopen maand had Trump aan campagnespotjes een kleine 10 miljoen dollar besteed (8,8 miljoen euro), eenachtste van de uitgaven van Bush, minder dan de helft van die van Cruz. Nog opzienbarender is het kolossale bedrag aan free media dat daartegenover staat. Het bedrijf mediaQuant hangt een prijskaartje aan alle gratis publiciteit die de kandidaten krijgen: op televisie, radio, internet en in de kranten. Met een algoritme weegt mediaQuant de toon van de aandacht: positief, negatief of neutraal. Bij Trump stopte de teller op 2 miljard dollar. Dat is het bedrag dat Trump had moeten betalen als hij dezelfde aandacht had willen kopen. Pure wetenschap is het niet. Maar de verschillen met zijn tegenkandidaten zijn alleszeggend. Trump kreeg zes keer zo veel gratis publiciteit als zijn grootste rivaal, Ted Cruz.

Tekst gaat verder onder de foto.

Trump wordt geïnterviewd door Anderson Cooper. Beeld afp

Elke vijf minuten een leugen

Wat doet Trump met al die publiciteit? Hij liegt. Hij liegt véél. De website Politico deed een steekproef en worstelde zich door bijna vijf uur toespraken van Trump heen. Het resultaat: elke vijf minuten een leugen. Sommige leugens herhaalt hij tijdens elke toespraak: dat hij geen campagnedonaties accepteert, of dat Amerika een jaarlijks handelstekort met China heeft van 500 miljard dollar. Correcties komen er nooit.

Wordt een door Trump rondgestrooide samenzweringstheorie ontkracht, dan zegt Trump dat hij het ook maar ergens op internet heeft gelezen. Vergrijpt zijn campagnemanager zich hardhandig aan een journalist, dan is dat een leugen. Heeft de camera het incident vastgelegd, dan kloppen de beelden niet. Duizenden juichende moslims in New Jersey op 9/11? Nietes. Welles!

Het is geen toeval dat Trump graag aanschuift bij onlinemedia als Breitbart en Infowars, groot geworden met het rondstrooien van samenzweringstheoriën. Zijn achterban vertrouwt FoxNews niet meer, omdat die zender jarenlang napapegaaide wat het Republikeinse establishment ze vertelde.

Trump liegt aantoonbaar veel meer dan andere kandidaten, die ook worden gefactcheckt. Voor hem is er alleen de subjectieve waarheid: dat vind jíj. Hierdoor is hij praktisch ongrijpbaar. Het internettijdschrift Slate volgde een aantal vaste Trump-verslaggevers. Ze zouden Trump graag als een serieuze kandidaat behandelen, maar het lukt ze eenvoudigweg niet. Woordvoerders met wie je een werkbare off the record-relatie kunt opbouwen: Trump heeft ze niet. Beleidsadviseurs die bepaalde posities kunnen toelichten: idem dito. De meeste journalisten bellen er niet eens meer achteraan. 'Het heeft geen zin', klaagt een verslaggever. 'Zelfs als je een antwoord krijgt, laten we zeggen over immigratiebeleid, is de kans groot dat Trump de volgende dag op televisie diametraal het tegenovergestelde verklaart.'

Een andere journalist, over de vele leugens van Trump: 'Hoe vaak kun je opschrijven dat iets niet waar is? Er komt een moment dat een leugen gewoon geen nieuws meer is. En schrijf je wel over die leugen, dan is de kans groot dat hij deze de volgende dag toch weer herhaalt.' Weer een andere verslaggever moet verslag doen van een verkiezingsbijeenkomst van Trump. Die schept op dat er bijna dertigduizend mensen in de zaal zitten. Volgens de brandweer zijn het er zevenduizend. Maar zo'n leugentje haalt de krant niet eens meer. 'Wij waren gewend om alles te factchecken, elke dag weer. Maar we kunnen het niet bijhouden.' De website moet immers ook worden bediend. Elk uur wacht een nieuwe deadline.

Gelijkenissen met Joseph McCarthy

Trumps ongrijpbaarheid is niet uniek. In de jaren vijftig hield senator Joseph McCarthy Washington in zijn greep met een kruistocht tegen honderden ambtenaren die zich op last van de Sovjet-Unie in de krochten van het ministerie van Buitenlandse Zaken zouden hebben genesteld. Bij hoorzittingen walste McCarthy over tegenstanders heen. Weerwoord was verdacht. Zonder feiten richtte McCarthy carrières ten gronde.

Voor de beroemde journalist Edward R. Murrow (CBS News) was de maat vol. Op 9 maart 1954 wijdde hij een half uur televisie aan McCarthy, wiens citaten hij afwisselde met zakelijk commentaar. Pas aan het eind kwam, onderkoeld, Murrows oordeel. 'De daden van de jonge senator uit Wisconsin hebben bij onze buitenlandse bondgenoten paniek en ontzetting veroorzaakt en onze vijanden een aanzienlijke mate van tevredenheid verschaft. En wiens fout is dat? Welbeschouwd, niet de zijne. Hij heeft de situatie van angst niet zozeer geschapen als wel geëxploiteerd, en met succes.' Murrow sloot af zoals hij altijd deed: Good night, and good luck. Amerika's televisiegeweten had McCarthy's masker afgetrokken.

In zijn klassieker over de Amerikaanse media, The Powers That Be (1979), blikt journalist David Halberstam terug. De manier waarop de journalistiek tot dan toe om McCarthy heen had gedanst, noemt hij 'een fascinerend voorbeeld van de zwakheden van de traditionele journalistieke objectiviteit'. Je kon wel braaf McCarthy's woorden notuleren en daarmee aan alle normen van objectiviteit voldoen, schrijft Halberstam, maar McCarthy's letterlijke woorden waren nietszeggend. Het ging om de insinuatie, om de inconsequentie -- McCarthy stond erom bekend dat hij telkens weer iets anders riep. Maar het tempo waarin hij zijn beschuldigingen afvuurde was zó hoog, daar viel nauwelijks tegenop te factchecken.

Joseph McCarthy in 1954. Beeld afp

Uitgesproken partijdigheid

Edward Murrow zou tegenwoordig ontslagen worden, schrijft journalist Glenn Greenwald, de man die de documenten van Edward Snowden onthulde en tegenwoordig leiding geeft aan de website The Intercept. Hetzelfde lot zou waarschijnlijk nieuwsanchor Walter Cronkite treffen, die de Amerikaanse televisiekijker in 1968 vertelde dat de Vietnamoorlog niet meer te winnen was. De haast pijnlijk nauwgezette pogingen om objectief te blijven zijn uit de hand gelopen, meent Greenwald. Politiek verslaggevers zijn notulisten geworden, het streven naar objectiveit is belangrijker dan het zoeken naar de waarheid.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: tv-kanalen als FoxNews en MSNBC staan bekend om hun uitgesproken partijdigheid. Maar die pretenderen niets anders. Greenwald doelt op die media die objectiviteit als hoogste goed zien, maar daarin verdwalen. Hij haalt een voorbeeld aan uit de Bush-jaren, toen The New York Times wel over waterboarden schreef maar daarvoor niet het woord 'martelen' gebruikte, omdat die term te gekleurd zou zijn. Pas in 2014 ging de krant overstag.

Bovendien: geen journalist heeft momenteel het gezag van Murrow en Cronkite. Daarvoor is het medialandschap te versnipperd en het wantrouwen ten opzichte van de pers te groot. Het is niet zo dat Trump nooit kritische vragen worden gesteld. Sommige 'gezichten' van CNN, zoals presentator Jake Tapper, ontzien hem niet. De kwaliteitskranten doen over het algemeen hun werk. Maar die worden niet vertrouwd. De gezaghebbendste anchorman, NBC-presentator Brian Williams, moest vorig jaar het veld ruimen omdat hij zijn journalistieke avonturen te veel had aangedikt. Feitenvrij freestylen zodra er een microfoon verschijnt: het is niet alleen voorbehouden aan politici.

Ben Smith, hoofdredacteur van BuzzFeed, verzocht zijn redactieleden juist met klem om het beestje waar nodig vooral bij de naam te noemen. 'Het is volkomen gepast om Trump een leugenachtige racist te noemen', schreef hij in een e-mail. Niet omdat BuzzFeed stelling wil nemen, zegt Smith met nadruk. Sterker nog: de site heeft, zoals veel media, een socialemediabeleid voor de redacteuren. Die worden geacht geen partij te kiezen. BuzzFeed is geen activistische site en Smith ontraadt zijn mensen dan ook om eindeloze twitteroorlogen aan te gaan met schuimbekkende Trumpaanhangers. Maar een leugen is een leugen, en racisme is racisme. 'Onze verslaggeving is gebaseerd op feiten, niet op meningen. En dit zijn de feiten.'

Over die feiten: Trump betwijfelt openlijk of Obama wel een christen is. Hij wil de grenzen sluiten voor moslims, die hij 'een probleem' noemt. Hij omschrijft Mexicanen die de grens oversteken als 'verkrachters en criminelen', imiteert Aziaten en lichamelijk gehandicapten. Trump spreekt zich uit voor marteling van terreurverdachten, pleit ervoor om onschuldige gezinsleden van terroristen dood te schieten en roept op tot geweld tegen demonstranten. Hij noemt vrouwen 'honden' en 'vette varkens' en verstuurde ruim honderd tweets over een televisiepresentatrice, waarin ook pikante foto's die hij op internet had gevonden. Politieke tegenstanders zijn 'knettergek' of gewoon 'klein' - Trump heeft een fascinerende obsessie met lengte.

Doorgeefluik van opvattingen

Uit een medisch rapport op zijn website blijkt dat Trump zelf kerngezond is, sterker: bij zijn verkiezing zal hij 'de gezondste president zijn die Amerika ooit gehad heeft'. Onder normale omstandigheden zou zo iemand een racist, een sadist, een misogyn en een narcist genoemd worden.

Maar Trump is presidentskandidaat. Zijn uitspraken zijn daarom niet racistisch, hij wordt ervan beschuldigd racistische uitspraken te hebben gedaan. Want dat is steeds vaker politieke journalistiek: niet zelf labelen, maar een doorgeefluik zijn van opvattingen. Hesaid-she-said-verslaggeving. Met soms stiekeme bewondering voor de politicus die het spel nét even behendiger speelt dan zijn tegenstander. Dat doet-ie toch handig, The Donald. Ouwe schelm. De vergelijking dringt zich op met de discussie die in Nederland over de bejegening van Wilders wordt gevoerd.

Er lijkt een kentering gaande. Times-columnist Kristof verwijt zijn beroepsgroep 'te veel schoothondje en te weinig waakhond' te zijn geweest. Afgelopen dinsdag had Trump het moeilijk tegenover CNN-presentator Anderson Cooper, die hem aanviel op een tweet waarin Trump het uiterlijk van de echtgenote van Ted Cruz had bespot.

- Cooper: 'Vindt u dit presidentieel gedrag?'

- Trump: 'Hij begon!'

- Cooper: 'Hij begon? Dat is het antwoord van een 5-jarige kleuter!'

Deze kijker vond dat best verfrissend.

Eelco Bosch van Rosenthal is verslaggever van Nieuwsuur. Van 2007 tot 2012 was hij correspondent in de Verenigde Staten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden