Trots op de stad, wat de rest ook vindt

Erg positief wordt er in Nederland meestal niet gedacht over Almere. Maar het merendeel van de bewoners is trots op de stad. Al is er dan een beetje weinig cultuur.

ALMERE - Erbuiten hoor je vaak: 'Almere, ik zou daar niet dood gevonden willen worden.' Maar het merendeel van de bewoners is juist trots op de stad in de polder, die dit weekend haar 30-jarige bestaan viert.


In 1984 werd Almere officieel een gemeente en trad de eerste gemeenteraad aan. Nu, dertig jaar later, wonen er bijna 200 duizend mensen in de newtown, die bestaat uit stadsdelen als Almere Stad, Almere Haven, Almere Poort en Almere Buiten. Een stad die geen eenheid is, zeggen critici, met die afzonderlijke delen, van elkaar gescheiden door groenstroken en wegen, die nauwelijks in contact staan met elkaar. De stad zou geen ziel hebben, met al die forenzende bewoners in duffe nieuwbouw en zonder historisch kloppend hart.


'Het blijft lastig de schoonheid van Almere onder de aandacht te brengen van de goegemeente op het oude land', schrijft Frits Huis in het jubileumboek Dertig jaar Almere. Almere komt buiten de gemeentegrenzen vooral bovendrijven in polls voor de keuze van de minst aantrekkelijke plek van het land. De laatste vier jaar gaat bovendien veel berichtgeving over de PVV, lokaal de grootste partij.


Dat de bewoners het anders ervaren, blijkt uit de peilingen die de gemeente om het jaar houdt. Het klopt dat driekwart van de bewoners buiten de stad werkt. Maar de helft van de inwoners is heel trots op de stad, en eenderde een beetje trots: nog geen 15 procent zegt geen enkel goed gevoel te hebben over zijn woonplaats.


Vooral het vele groen en de ruimte worden gewaardeerd. Er is wat weinig cultuur, maar de gevleugelde uitspraak luidt: 'Het concertgebouw van Almere staat aan de Van Baerlestraat in Amsterdam.' Oftewel: als je de echt grote namen wilt zien, moet je even reizen. Ruim de helft van de bewoners zegt wel graag te winkelen in het Almeerse stadshart, dat in 2005 is voltooid.

Borrel drinken

Huis beschrijft in het jubileumboek bijvoorbeeld de totstandkoming van dat nieuwe centrum. VVD-wethouder Cees van Bemmel zou tegen de wereldberoemde architect Rem Koolhaas hebben gezegd: 'Jij moet ervoor zorgen dat als straks het stadscentrum klaar is, mijn vrouw zegt: kom Cees, we gaan gezellig een borrel drinken in de stad. De rest is flauwekul.'


Er blijken veel verhalen te vertellen over de jonge stad. Een jongerenwerker gaf er rapper Ali B nog een duwtje in de rug toen het niet goed met hem ging. Het was pionieren: 'Wie zijn kinderen 'op hockey' wilde doen, moest eerst een hockeyclub oprichten.'


Halverwege de jaren negentig leefde ook in Almere de droom onder bestuurders om de Tour de France naar de gemeente te halen. Het kwam er niet van, misschien ook wel door toedoen van Frits Huis, toen sportverslaggever bij De Telegraaf. Burgemeester Ralph Pans vroeg hem om advies. 'Begin er niet aan', zei Huis tegen hem.


'Ik ben in Amsterdam geboren en Almere is in mij geboren', is de lijfspreuk van Huis. 'Het zal in de lente van 1975 zijn geweest dat ik voor het eerst in mijn Volkswagen Kever via de Hollandse Brug naar de stad van de toekomst reed. Ik zag een uitgestrekte, deels opgespoten vlakte waar nog geen huis stond. Niettemin viel ik er als een blok voor.'


Huis, 64 jaar oud, behoorde eind 1976 tot de eerste honderd bewoners. Begin deze eeuw richtte hij Leefbaar Almere op. Sinds vorige maand is Huis voor de tweede keer wethouder. Zijn in 1978 geboren zoon neemt het hem nog steeds kwalijk dat zijn vader hem na zijn geboorte in een Goois ziekenhuis in Naarden heeft aangegeven. Liever had hij in zijn paspoort Almere zien staan.

Eerste school

De Bijenkorf, het eerste schoolgebouw van Almere, was een Brede School voordat het woord bestond en ook het broodnodige buurtcentrum. Omdat het buurtcafé te vroeg dichtging, opende schooldirecteur Joop Kuys 's avonds de deuren voor de voetbalvereniging, het Almeerse cabaret en het welzijn. Vrachtwagenchauffeur André Tierie woonde ertegenover. Hij stapte eens binnen toen hij hoorde dat die avond de Almeerse afdeling van de PvdA er zou worden opgericht. Toen hij thuiskwam, was hij voorzitter van die afdeling. Later werd hij raadslid en wethouder.

Eerste huisarts

Nico van Duijn, de eerste huisarts van Almere, schreef als student al in 1973, nog voor er huizen stonden, een brief naar de instanties. Hij wilde op het nieuwe land huisarts worden. Toen het zover was, zette hij er overal gezondheidscentra op, die tot op heden functioneren. De eerste jaren was hij vooral heel druk met het begeleiden van zwangerschappen in al die jonge gezinnen die zich in de gloednieuwe huizen vestigden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden