Column

Trots op Arand Hovakimian, mijn middelbareschoolvriend

Goed werk van mijn bluesmattie.

Beeld anp

Oma trots maken, daar leef ik voor. Maar oma is alweer zeven jaar dood. Waarom ik me ga laten interviewen, strakjes, tijdens de viering van 200 jaar Neerlandistiek in Utrecht, weet ik dus niet precies.

Goed, er zal vast een ritseling door oma's urn trekken, want het is natuurlijk niet mis, haar kleinzoon die aan de boezem van zijn Alma Mater wordt gedrukt. Zeker in het geval van drs. P. Buwalda, die de tent destijds met slaande deuren heeft verlaten. Ik had mot met Wilbert Smulders, mijn scriptiebegeleider, zoals dat weleens gaat - het is een lang, niet zo vriendelijk verhaal dat ik al eens heb opgeschreven.

Nou ja, as erover.

Interessanter is de onvermoede opmars binnen de Utrechtse Neerlandistiek van Arand Hovakimian, mijn middelbareschoolvriend. Terwijl ik mijn pak sta te persen, valt mijn oog op zijn foto. Daar staat hij, op de voorkant van het speciale jubileumboek, pal naast Max Havelaar-specialist Guus Sötemann, en omgeven door veertig andere illustere professoren. (W.P. Gerritsen, bij wie ik ooit hoorcollege Reinaert de Vos heb gevolgd, zal vanavond het eerste exemplaar in ontvangst nemen.)

Dat college was in een grote zaal, Gerritsen sprak ons toe door een microfoon. Ik zat in de nok en sabbelde op mijn contactlens, wat je nooit moet doen, voor je het weet slik je hem door - wat natuurlijk gebeurde, anders vertelde ik het niet. Kuchend stommelde ik naar beneden, en toen ik langs Gerritsen liep, vroeg hij: 'Wat gaat u doen?' Ik pakte zijn microfoon en zei: 'Ik ga even mijn contactlens uitschijten.'

Knap werk van Arrie! Om zonder oratie, zonder proefschrift, en zelfs zonder studie Nederlands in de eregalerij van de Utrechtse Academie te belanden. Hoe goed of slecht hij in Nederlands was, weet ik niet meer, wel herinner ik me zijn beruchte spreekbeurt, of eigenlijk: het telkens niet houden ervan. Dat was echt kermis, in Blerick. Ik geloof dat hij zeven keer op rij niet kwam opdagen. Toen is Kamerling, onze leraar, hem thuis gaan ophalen, meekomen jij, en heeft Arand in het kamertje van de rector, terwijl de hele klas zich joelend voor het smalle ruitje verdrong, zijn spreekbeurt afgestoken, waarschijnlijk over Muddy Waters of zo, want hij kon geweldig bluesgitaar spelen. Niet zomaar zit hij op de foto op de rand van Pipi's bed met een gitaar op zijn schoot. We gingen dat weekend met z'n allen naar B.B. King in Groningen.

Morgen, als ik weer thuis ben, doe ik een exemplaar van het jubileumboek in een envelop, met een briefje erbij: 'Leuk man, ik ben trots op je. Zullen we weer eens een bluesje leggen?'

En dan maar afwachten. We hebben elkaar zeker vijftien jaar niet gesproken. Jammer dat ik Arrie's gezicht niet kan zien wanneer hij zichzelf ontdekt. Dat zal wel lijken op mijn eigen verbaasde murf, want wat niemand kan zien is dat naast Arand, ook op Pipi's bed, nog een andere gitarist zit, te weten P. Buwalda, eerstejaars student Nederlands in Utrecht - maar die hebben ze op mijn Alma Mater eraf geknipt, waarschijnlijk per abuis, maar misschien ook wel expres, want het is natuurlijk wel geestig, ergens. Als ik Smulders was, zou ik er wel om moeten lachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden