Weblog

Tropenmuseum: confrontatie met slavernijverleden en een trip door modieus Afrika

Twee goede redenen om een bezoekje te brengen aan het Tropenmuseum in Amsterdam: een kleine, maar indringende expositie die de discussie wil aanwakkeren over hoe het slavernijverleden nog altijd doorwerkt in vooroordelen en discriminatie, en een grotere over de modemetropolen in Afrika: Casablanca, Lagos, Nairobi en Johannesburg, met natuurlijk veel mooie en verrassende kleding en films met de modeontwerpers in hun steden.


Fashion Cities Africa in het Tropenmuseum. Beeld wb

Heden van het slavernijverleden

Eerder op het Afrikablog vertelde de samensteller Richard Kofi al over de gedachte achter de tentoonstelling in een interview met Lonneke van Genugten. Verwacht dus geen uitputtend overzicht van slavernij in de loop van de eeuwen in alle delen van de wereld. Het gaat over de transatlantische mensenhandel en de dwangarbeid die daarop volgde in Noord- en Zuid-Amerika.

Maar ook daarover kom je weinig te weten op de expositie: het thema is racistische stereotypering; hoe die in de loop der eeuwen is ontstaan, is uitgebreid met rassentheorieën, vervolgens wordt ontkend door de witte Nederlanders, maar in een moderne vorm voortleeft en vooral door de Zwarte Nederlanders wordt gevoeld.

Daarmee sluit de tentoonstelling goed aan bij de discussie die opnieuw is opgerakeld door bijvoorbeeld Anousha Nzume met haar humoristische en rake boek Hallo witte mensen en door de hoogleraar Gloria Wekker met haar veel strengere academische boek White Innocence.

Ze wijzen op de blinde vlekken bij witte Nederlanders voor de racistische en intolerante kanten van de Nederlandse gewoonten. Het zelfbeeld van tolerante en kleurenblinde progressiviteit spoort niet met de werkelijkheid die niet-zo-witte Nederlanders dagelijks ondervinden. En wie daar op wijst kan rekenen op verontwaardiging, ongeloof en irritatie. In die zin oogstten de twee boeken precies de mechanismen die de auteurs hadden aangekaart.

Het is wel duidelijk welke positie de makers van de expositie innemen, al doen ze hun best om vragen op te werpen in plaats van een moralistische preek te houden. Gloria Wekker is een van de vier kenners die vanaf een scherm de bezoekers toespreken. En op een tekstbordje staat: 'Racisme, vooroordelen en economische ongelijkheid op basis van huidskleur en herkomst bestaan nog steeds.'

De vragen gaan voorbij het welles-nietes: hoe werkt dat dan in de praktijk en wat zouden we ertegen kunnen doen? In het midden van de expositiezaal kunnen bezoekers op kaartjes hun antwoord op een of meer van die vragen geven en ophangen aan een hek, een week na de opening zag ik er vele tientallen hangen.

De expositie zelf laat betrekkelijk weinig zien. De bezoeker wordt ontvangen in een voortaal waar op een groot scherm een jonge vrouw, Dorothy Blokland, een mooi wakker-schud-verhaal houdt in het genre spoken word. Omdat het filmpje steeds wordt herhaald in een loop, gaat het effect na drie keer weer hetzelfde helaas wel wat teloor, al zou je ook kunnen zeggen dat haar stem de bezoeker tot ver in de expositie achtervolgt en dat zoiets symbolisch is.

Er zijn vitrines over wereldtentoonstellingen en de groei van het sociaal-darwinisme, over verzet tegen Zwarte Piet (met de schoenen van ex-hoofdpiet Erik van Muiswinkel), over vroege critici als Anton de Kom.

Het is opvallend dat het vooral gaat over het ontstaan en de constructie van het blanke superioriteisgevoel en de reactie daarop in kringen van de onderdrukten. Het slavernijverleden op zich blijft nogal onderbelicht op de kleine expo. Daarvoor kun je beter bij Anton de Kom zelf terecht: ik heb 'Wij slaven van Suriname' onlangs herlezen en het boek heeft niets aan zijn kracht verloren, een onovertroffen tekst.

Het enige 'ouderwetse' element op deze tentoonstelling, historische voorwerpen, troffen mij toch nog het meest: een echte enkelketen en een brandmerktang.

Tekening Brian Elstak voor de expositie Heden van het slavernijverleden Beeld Tropenmuseum
IJzeren enkelboei. Beeld Tropenmuseum
2ManySiblings: Velma Rossa en Papa Petit, ontwerpers in Nairobi.(broer en zus) Beeld Sara Waiswa / Tropenmuseum

Fashion Cities Africa
Een stuk vrolijker is de expositie Fashion Cities africa, dat eerder was te zien in de Brighton Museum & Art Gallery.

Iedereen kijkt nu wat er in Afrika gebeurt qua mode, zegt ontwerper Papa Petit in Nairobi. De kunstenaars en couturiers zijn niet meer leuke, afwijkende figuren in de mondiale marge, maar toonaangevend. De inspiratie in het Westen lijkt opgedroogd, terwijl die in Afrika nog maar net lijkt losgebroken. Niet gehinderd door conventies en een markt die verwachtingen stelt, experimenteren creatievelingen in alle hoeken van Afrika erop los, individueel of in groepsverband.

Ik schets hier natuurlijk een nieuw clichébeeld. In werkelijkheid hebben die creatievelingen met dezelfde wereldmarkt te maken en ook met de conventies van kunstcritici, curatoren, galleries en musea. Vroeg of laat. Sterker: dat er meer wordt gekeken naar wat er in Afrika gebeurt is ook een teken dat de Afrikaanse kunst, mode en architectuur integreert in de mondiale hoge cultuur.

De nieuwe sterren staan vaak met een been in het Westen en het andere in een land van herkomst. Kijk maar naar Said Mahrouf op de expositie, geboren in Marokko, opgegroeid in Nederland, in 2011 met zijn modelabel naar Casablanca verkast.

De Afrikaanse inbreng in die mondiale modewereld groeit wel, ook in Afrikaanse landen zelf, zo kun je leren tussen al die zeer uiteenlopen kleren op de expo uit de videoreportages met de makers. Ze hebben luxe-winkels in de vier steden voor een clientèle uit wat 'de opkomende middenklasse in Afrika' wordt genoemd.

In feite is het een bevoorrechte en getalenteerde bovenlaag van 'afropolitans', de succesvolle, legale migranten (voor studie en goede banen voor toptalenten) in het Westen, die dan als re-pats terugmigreren om 'thuis' een vernieuwend bedrijf op te zetten met in het Westen verdiend geld en investeringen. Op het Afrikablog kwamen zulke repats in Ghana en Ethiopië aan het woord.

De meesten zijn echter geen (re-)migranten maar moderne nomaden, pendelaars tussen continenten. Dat is de nieuwe levensstijl in de wereld. Ze brengen Afrikaanse trends ook naar Europa. In Nederland hebben we ook een African Fashion Week (zie elders op het blog), (en hier). Afriek is een label waarin Nederlandse en Rwandese ontwerpers samenwerken, ook te zien op de expo.


Fashion Cities Africa is deels een modeshow, deels een virtuele trip langs de hotspots van hip Afrika, dankzij de films die in het halfduister op de muren worden vertoond. Je wordt meegevoerd langs galeries en sloppenwijken, langs vuilnis en busstations, langs straatverkopers met bergen tweedehands kleding uit het Westen - een Keniaanse ontwerpster, Velma Rossa, zoekt en vindt daarin altijd wel iets fantastisch, vertelt ze.

Afrikaanse landen worden vaak onterecht op een grote hoop gegooid, terwijl er honderden volken in meer dan vijftig staten wonen, maar toch bestaat er zoiets als een Afrikaans gevoel. In ieder geval bij deze groep 'nieuwe panafrikanisten', die bij elkaar over de vloer komen en elkaar inspireren, zoals is te zien aan de fashionistas uit deze vier heel uiteenlopende en heel ver van elkaar verwijderde steden.

Wim Bossema

Werk van Manthe Ribane. Beeld Chris Saunders / Tropenmuseum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden