Troosteres en raadgeefster

Thomas Mann koesterde een bijzondere genegenheid voor zijn oudste kind, de in 1905 in München geboren Erika. En dat was wederzijds, zoals blijkt uit de vele brieven die ze hebben gewisseld....

Jan Luijten

De veelzijdig begaafde Erika Mann begon in de jaren twintig in Berlijn net als haar iets jongere broer Klaus aan een eigen carrière. Ze werd toneelspeelster, was actief in de journalistiek, en richtte het politieke cabaret 'Die Pfeffermühle' op.

In 1933 vluchtte ze voor de nazi's naar het buitenland, nadat ze haar vader, die in Zwitserland verbleef toen Hitler aan de macht kwam, dringend had aangeraden niet naar München terug te keren. Erika Mann ging vervolgens met haar cabaret op tournee door Europa, hield lezingen in Amerika, werkte voor de BBC en was enkele jaren oorlogscorrespondente.

Na de oorlog trad ze meer en meer in dienst van haar vader. Ze werd zijn begeleidster, ging zijn manuscripten becommentariëren, corrigeren en zonodig inkorten. Die steun werd voor Thomas Mann belangrijker naarmate hij ouder en somberder werd. Het was Erika, ofschoon soms zelf verbitterd en depressief, die hem opbeurde en stimuleerde. 'Onmiskenbaar is de rol van Erika als troosteres, als altijd actieve, continu vindingrijke en in zover ook invloedrijke raadgeefster', schrijven Irmela von der Lühe en Uwe Naumann, de Duitse bezorgers van de briefwisseling tussen Erika Mann en haar ouders, in het nawoord van Mijn vader, de tovenaar. Dit boek bevat de Nederlandse vertaling (door Paul Beers) van een selectie uit de briefwisseling, van een groot radio-interview met Erika Mann uit 1968, het jaar voor haar dood, en van haar geschrift uit 1956 'Het laatste jaar van mijn vader'.

Het boek illustreert niet alleen dat de vader-dochterrelatie bijzonder hecht was, maar ook dat die niet altijd harmonieus was. Dit blijkt vooral uit de brieven van begin 1936, als de strijd tussen Erika en Klaus enerzijds en hun vader anderzijds een climax bereikt. Thomas Mann was vanaf het begin, net als zijn kinderen, fel gekant tegen de nazi's. Maar in tegenstelling tot Erika en Klaus, die in ballingschap onmiddellijk politiek actief werden, zweeg Thomas Mann bijna drie jaar lang. Hij deed dat terwille van de uitgeverij Fischer, die zijn boeken uitgaf, en die na 1933 nog enkele jaren in Duitsland kon blijven bestaan.

Erika heeft haar vader dat zwijgen en die trouw aan zijn Duitse uitgever hoogst kwalijk genomen en dreigde zelfs met een breuk. 'Mocht het een offer voor je betekenen dat je me langzaam maar zeker kwijtraakt - voeg het bij de rest.' Thomas Mann schreef haar terug: 'Je bent veel te veel mijn kind, ook nog in je woede op mij, dan dat je dreiging zomaar in vervulling zou kunnen gaan.'

Dat gebeurde dan ook niet. Want Thomas Mann verbrak zijn zwijgen. Hij schaarde zich openlijk achter de Duitse schrijvers in ballingschap en keerde zich tegen de nazi's. Mann werd de woordvoerder van het andere Duitsland en zijn blije dochter stuurde hem een telegram met de drie woorden 'dank gelukwens zegenwens'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden