Troosteloos Warschau

MAREK HLASKO (1934-1969) wordt wel de Poolse James Dean genoemd vanwege zijn rebellie tegen de gevestigde orde, zijn voortijdige dood en zijn cultstatus....

In meerdere opzichten kan Hlasko echter even goed doorgaan voor een Poolse Jim Morrison, die twee jaar na hem aan een overdosis zou bezwijken; net als het popidool mocht Hlasko zijn afkomst graag proletarischer afschilderen dan deze in werkelijkheid was, en beiden hadden een voorkeur voor deprimerende landschappen van goedkope hotels en rokerige bars, vol desperate dronkaards, eenzamen en treurige hoeren. Dit alles had weinig van doen met de montere boodschap van het socialistisch realisme, waarmee Hlasko in De achtste dag van de week definitief afrekende.

Het bracht hem onvermijdelijk in conflict met de Poolse machthebbers. In 1958 werd hem na een reis naar het westen de toegang tot zijn vaderland geweigerd. Ruim tien jaar later overleed hij in Wiesbaden aan een combinatie van alcohol en slaappillen.

De achtste dag van de week verscheen voor het eerst in 1956 in een Pools literair tijdschrift. In boekvorm zou het pas in 1963 bij een Parijse emigrantenuitgeverij uitkomen. Het verhaal speelt zich af tegen een troosteloos decor. In het met woningnood kampende Warschau in het midden van de jaren vijftig zoeken twee jonge geliefden wanhopig naar een plaats om ongestoord, en voor het eerst, de liefde te bedrijven. Maar voor liefde is geen plaats in hun land, dat nog altijd gebukt gaat onder de verwoestingen van de oorlog, het stalinisme, het communisme.

Had de week maar een achtste dag, vrij van alles wat de andere zeven zo onleefbaar maakt, verzuchten de geliefden Agnieszka en Piotr. Maar ze waden door dat onleefbare leven en kunnen zich er niet uit losmaken. Piotr worstelt met een onduidelijk gevangenisverleden, maar Agnieszka kan zijn verhalen erover niet meer aanhoren; thuis wordt ze dag in dag uit geconfronteerd met haar zeurende bedlegerige moeder, haar uitgerangeerde, door de oorlog gehavende vader en haar broer die zich gestaag het graf in drinkt. Om het onmogelijke niet meer te hoeven najagen, boort Agnieszka de liefde nog liever eigenhandig de grond in.

Vooral in de dialogen laat Hlasko zien hoe zijn personages langs elkaar heen praten en eenvoudig niet tot elkaar kunnen komen; hoe ze op elkaars lip zitten, elkaar ergeren en hun toevlucht zoeken tot cynisme, platte seks en een lamlendige drankzucht: '. . . allemaal dronken ze zo uit de fles: bier, wodka en goedkope wijn (. . .). De wind die als een vermoeid dier zwaar over de trottoirs raasde, bracht de geur aan van hun zweet, hun tabak, hun adem die heet was en bitter van de alcohol.' Dit soort beelden maken De achtste dag van de week tot een prachtboek. Prachtig, maar treurig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden