Troonaangevend

Al tien jaar is Jeroen Snel het boegbeeld van Blauw Bloed, het koningshuizenprogramma van de EO. Desondanks is hij geen onversneden Mister Royalty geworden. Iets te beleefd en bewonderend misschien?

Hoewel royaltybiografe Dorine Hermans zelf kritischer maatstaven pleegt te hanteren, heeft ze louter lof ('oprecht en ontwapenend, niet vals maar charmant') voor Jeroen Snel, al een kleine tien jaar dat blije, beleefde, bebrilde boegbeeld van Blauw Bloed, het royaltyprogramma van de EO. Ze waardeert het programma 'als een mooie, zij het brave soap'.


Hermans: 'Ach, Jeroen is duidelijk een monarchist en soms zou het misschien wellicht ietsje minder dweperig kunnen. Maar het blijft, gezien de doelgroep en de afzender, natuurlijk toch schipperen. Soms kiest hij wel degelijk voor een kritischer, meer newsy rol en dan merk je dat hij eerder een echte reporter is, wat ook zijn achtergrond was vóór Blauw Bloed, dan een volgzame lakei.'


Het zijn opvattingen die, in een veelheid aan varianten, terugkeren bij deze rondgang in het kader van leven en werken van royaltyreporter Jeroen Snel (Nieuwkoop, 1969). Er bestaat in dat kleine beroepsgroepje van royaltyvolgers hooguit een zekere afgunst over Blauw Bloed als tamelijk uniek podium. Tegelijk is er ook een zekere verbazing over het gegeven dat de eigenaar van dat podium in zijn kennelijke bescheidenheid toch nooit is uitgegroeid tot een onversneden Mister Royalty. Die status lijkt eerder toegevallen aan RTL Boulevard-royaltywatchers van een markantere soort als Marc van der Linden of Peter van der Vorst.


De kritiek op de man die de belichaming vormt van Blauw Bloed blijft beperkt tot een enkele voorspelbare sneer. Die betreft Jeroens zo zichtbare (mede veroorzaakt door die wat schutterige body language) bovenmatige, beate, bewondering richting 'royals'. Of gaat over de weinig 'man van de wereld'-achtige uitstraling van de christelijke anchorman. Daarbij wordt soms het vermoeden uitgesproken dat de royals er vast niet anders over zullen denken (al zullen we dat nooit weten, dat is nou juist zo intrigerend aan deze branche).


Het volgen van koningshuizen is een vorm van pack journalism, waarbij een min of meer vast groepje gedoemd is veel met elkaar op te trekken en meestal onder één dak gehuisvest is - kortom de ideale biotoop voor kinnesinne.


De verblijfplaats op een reis met de royals naar Bhutan in de Himalaja had volgestaan met opgezette dieren. Collega's herinneren zich een geintje. Op een avond hadden ze vanuit de bar naar de EO-reporter gebeld, die al op zijn kamer verbleef. Dat deden ze in de wetenschap in het stikkedonker zo'n opgezet dier voor zijn kamerdeur te hebben geposteerd. Jeroens ijselijke gil was naar verluidt tot bij de collega's in de bar te horen.


Schrijver en journalist Binnert de Beaufort weet van het bestaan van het programma Blauw Bloed, maar nee, op zaterdagavond om half acht zullen we hem niet aantreffen bij Nederland 2. Hij mag dan negen jaar geleden bij uitgeverij Prometheus een coming of age-achtige roman hebben gepubliceerd die Blauw Bloed heet, maar dat zijn dan ook de enige overeenkomsten. Niet alleen had hij zijn belangstelling voor de adel dus van huis uit meegekregen (zo was een eveneens Binnert geheten voorvader anno 1881 gepromoveerd op het duel), zijn zeg maar antropologische belangstelling had ook nauwelijks overeenkomst met de thematiek van zo'n meer populair gedacht programma.


Dat er een markt is voor het royalty-genre bevreemdt hem niet. Als hij bij zichzelf nagaat wat alleen al het noemen van zijn naam (landadel van de Utrechtse Heuvelrug) soms aan geëxalteerdheid teweegbracht bij minder hooggeborenen, hoe dweperig moet er dan wel niet tegen royalty worden aangekeken?


Hij was ooit bij zakenblad Quote in dienst getreden op basis van de grote belangstelling voor hooggeborenen van de toenmalige hoofdredacteur Jort Kelder, die - terecht - aannam dat een Quote-reporter van adellijke komaf bepaalde deuren zou weten te openen die voor volksere stervelingen gesloten bleven.


Maar, benadrukt De Beaufort, we mogen zijn vrijwel verdampte belangstelling voor adel en afkomst bepaald niet gelijkstellen aan die voor vorstelijke pracht en praal. Vorstenhuis en adel lijken loten van één stam. Maar hun onderlinge verhouding (al dan niet zichtbaar in bij voorbeeld de hofhouding) is, zij het zelden zo benoemd, niet zonder fricties. Zo ervaart de voor 'uitsterven' beduchte adel het als pijnlijk sinds 1815 uitsluitend nog in de mannelijke lijn overerfbaar te zijn, terwijl het koninklijk huis voor zichzelf lossere dynastieke normen hanteert. Daaraan gekoppeld is er uiteraard de kwestie van de geschiedenis, die maakt dat (oude) adel zich soms verheven weet boven (niet altijd even oude) royalty.


Hij vermoedt dat het EO-programma zijn bestaansrecht ontleent aan een vorm van historische hunkering naar het sprookje van de royalty bij het grote publiek en aan de camp-achtige glitter & glamour-gimmick die het aantrekkelijk maakt voor een minder mainstream-achtige kijkersschare.


Een kijkerspubliek gevormd door de vrouwelijke, al wat oudere, kijker uit pakweg Spakenburg en omgeving en de jonge modeadept uit de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat: het zijn verrassend eensgezinde, vaak voorkomende, typeringen die we tegenkomen bij onze rondgang. Het was de hoofdredacteur van het weekblad Privé, Evert Santegoeds, die zelf op dit terrein van de hoed en de rand weet, die het kijkerspubliek van Blauw Bloed tussen Spakenburg en de Amsterdamse homoscene in situeerde.


Jeroen Snel zal ons later uitleggen zich wel te kunnen vinden in die beschrijving van zijn publiek, dat meestal ruim zevenhonderdduizend kijkers omvat op zaterdag op Nederland 2. Prima voor de publieke EO (die op de eigen website een bijbeltekst citeert die wil dat er wordt gebeden voor 'alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid'), maar geen erg aantrekkelijke propositie voor een commerciële zender, waar men de voorkeur geeft aan een jonger publiek.


Privé's Santegoeds verklaart 'soms' met sympathie te kijken naar de inspanningen van Jeroen Snel. Maar zelf is hij op een minder zalvende wijze met het onderwerp in de weer: 'Het zou ook niet goed zijn als ik veel nieuws vernam van Blauw Bloed. Als Jeroen Snel het heeft over een welverdiende vakantie voor de royals, vragen wij ons eerder af of ze nou alwéér weg zijn. Als hij vertelt over alweer zo'n reis met de KBX, vraag ik me af waarom ze zo'n vliegtuig eigenlijk hebben, terwijl de paus, met nog altijd een veel grotere aanhang, het kennelijk zonder kan.'


Peter van der Vorst, een andere royaltywatcher, laat zich in dezelfde sfeer uit. Hoewel hij respect heeft voor de in al die jaren verworven expertise waarmee Snel het programma week na week weet te vullen, zou hij het graag in kritische zin wat opgerekt zien, zeg maar wat minder geremd en gereformeerd. 'Ik begrijp dat de EO koningsgezind is, maar iets minder angsthazerig zou van mij wel mogen, wat meer Glamourland, wat meer tongue in cheek. Jammer dat die vorm van royalty-berichtgeving, zoals Marc van der Linden en ik die hanteerden bij RTL in het toenmalige programma Van koninklijke bloede, niet meer bestaat. Daar is een eind aan gekomen met de komst van RTL Boulevard, waarvoor Marc en ik alle twee bij toerbeurt royalty-onderwerpen doen. Maar Blauw Bloed is toch wel tamelijk adequaat in dat door ons achtergelaten gat gesprongen.'


Cécile Narinx, hoofdredacteur van de glossy ELLE, was ons omschreven als een hardcore Blauw Bloed-fan, maar dat blijkt mee te vallen. Ze wordt regelmatig benaderd door Blauw Bloed voor mode-commentaar (met een hoog Máxima-gehalte). 'Bij ELLE ben ik denk ik de enige kijker, maar ik doe het vooral met in mijn achterhoofd mijn moeder en haar vriendinnen die fan zijn. Ik heb niet het gevoel via mijn medewerking een typisch modebewust ELLE-publiek aan te boren.'


Oranje-biograaf Cees Fasseur meent te weten dat Blauw Bloed een televisie-antwoord is op een eerder door bladen als Privé aangeboord gat in de markt. Hij ervaart het programma vooral als een vorm van onschuldig entertainment, waar hij dan ook maar weinig van opsteekt.


Wat hij veel interessanter zou vinden, maar wie is hij, is een Royal Court Calender, zoals die bij zijn weten nog altijd door de Londense Times wordt gepubliceerd. Daaruit komt de lezer te weten dat de koning of de koningin die week bij voorbeeld een leeszaal opent te Emmer-Compascuum; hij noemt maar wat. Misschien een ideetje voor de Volkskrant?


Jeroen Snel zal later benadrukken dat de professor in Blauw Bloed al wordt bediend met een soort van 'Calender' in de vorm van de vaste wekelijkse aandacht voor wat de royals de afgelopen week hebben gedaan.


Uit Fasseurs woorden mogen we afleiden dat het programma voor hem niet had gehoeven, wat onverlet laat dat hij vindt dat Jeroen Snel hart heeft voor de zaak en het een hele prestatie is om zo veel kijkers aan zijn programma te binden. De schaarse keren dat hij zelf kijkt (half acht is met het oog op de maaltijd en eventueel andere programma's wat hem betreft nu eenmaal geen handig tijdstip) bekruipt hem vaak het gevoel er toch onvoldoende in geïnteresseerd te zijn. Dat geldt dan vooral, vermoedelijk bij gebrek aan beter, al die berichtgeving over buitenlandse vorstenhuizen. Want wat moet hij nu, om maar wat te noemen, met de faits et gestes van het Thaise koningshuis? Maar goed, het is al winst dat het geen gefictionaliseerd drama over het koninklijk huis betreft, want op dat vlak is hij met de meest ontluisterende dingen geconfronteerd. En dat kwam toen soms ook van de EO.


Jeroen Snel wil zichzelf beslist geen royalty-expert noemen, al vindt hij het wel mooi als anderen hem inmiddels zo noemen. Hij heeft na een kleine tien jaar Blauw Bloed het gevoel ook echt achter de schermen te hebben kunnen kijken. Snel: 'Ik probeer vooral een eerlijk programma te maken. Wat dat betreft, herken ik me niet in hoe er in deze rondgang over Blauw Bloed gesproken wordt. We maken een mooi magazine-programma, waarin we ook inhoudelijke kwesties behandelen. We waren bij voorbeeld de eersten die onlangs, samen met Amnesty, de mensenrechten in Rusland aan de orde stelden in de context van het staatsbezoek aan het Rusland van Poetin. We gaan pijnpunten niet uit de weg, maar daarbij blijft zorgvuldigheid toch vooropstaan.'


Zijn vader was grafisch ontwerper en had later een reclamebureau, zijn moeder was onderwijzeres met een handvaardigheidsakte. Hij meent wel wat te hebben geërfd van hun beider talenten. Thuis waren ze baptist, wat impliceert dat ook hij op zijn achttiende een eigen keuze maakte om zich te laten dopen.


Als kind droomde hij van een radiocarrière en maakte hij een programma voor zijn broer als enige luisteraar. Als toekomstige werkkring heeft de EO eigenlijk steeds voor de hand gelegen.


Nee, hij zal niet ontkennen dat homoseksualiteit een onderwerp is dat in EO-kringen soms gevoelig ligt, maar heeft het gevoel dat zijn relatie (met zijn zeventien jaar jongere, uit Brazilië afkomstige, partner Wender Wisney Moreira) wel degelijk wordt gerespecteerd. Nadat ze elkaar in 2010 hadden leren kennen, betraden ze op een gegeven moment samen de rode loper bij een dansvoorstelling waarvoor Snel met partner was uitgenodigd. Hij vond dat een mooi moment. Dat de bladen dan schrijven dat hij toen pas op de proppen kwam met die tot dan geheim gebleven partner, het zij zo en hangt samen met zijn zichtbaarheid.


Homoseksualiteit en een camp-achtig geloof in dat koninklijk sprookje, hij ziet het vaak samengaan. Maar zijn eigen belangstelling is toch een andere.


'Want ja, ik mag ze echt, de Oranjes, en ik hoop ze nog heel lang te mogen volgen. Joh, ik kan alleen maar dankbaar zijn voor die baan waarop ik nooit uitgekeken raak en waarvan ik echt geniet. Ik denk dat ik Blauw Bloed bij wijze van spreken kan blijven doen zolang de monarchie bestaat.'


33 ACTS VOOR BEATRIX

Waart het spook van Het Koningslied nog door de hoofden van het Nationaal Comité Inhuldiging? Het besef dat 15 miljoen mensen Fluitsma & Van Tijn weliswaar een hit opleverden, maar dat je nooit moet proberen de voorkeuren van alle Nederlanders in een liedje te vangen? In een avond kan het in ieder geval wel, zo lijkt het Comité gedacht te hebben bij de laatste opdracht: Beatrix met hart en ziel, het bedankconcert voor de afgetreden koningin dat zaterdag in Ahoy' plaatsvindt en live wordt uitgezonden door de NOS.


33 acts - want 33 regeringsjaren - brengen in anderhalf uur hun ode aan de prinses. Bart Schneemann, hoboïst en artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble, stelde het programma samen. Daarin hoge cultuur, zoals de blazers en het Nederlands Dans Theater, maar ook breakdance, rap en een zoete ballad van een 16-jarige zangeres. Onbekende Nederlanders, benadrukt de organisatie. Maar Erica Terpstra, Humberto Tan en Anita Witzier brengen eveneens 'een persoonlijke groet aan de prinses', zo schrijft het Comité. Chantal Janzen presenteert de avond.


Nederland 1, 20.30-22.00 uur


BLAUW BLOED?

Een mogelijke oorsprong van het begrip 'blauw bloed' zou liggen in het beeld van blauwe aderen die vooral zichtbaar zijn onder een lelieblanke huid, voorbehouden aan diegenen die niet onbeschermd in de zon komen. Dat ontlenen we aan Hoog geboren, een bescheiden bestseller waarin historica Ileen Montijn verslag doet van 250 jaar adellijk leven in Nederland.


Uit de inleiding: 'Niet alleen de 'waan des edelen levens' zoals (de historicus) Huizinga het noemt, ook de materiële kant van het adellijke bestaan heeft nog lang na de Middeleeuwen zijn aantrekkelijkheid behouden. In onze eigen tijd, waarin de welvaart zoveel eerlijker is verdeeld dan vroeger, is het niet anders. De belangstelling voor de adel is de laatste jaren alleen maar gegroeid, niet alleen bij het brede publiek en bij historici maar ook bij de adel zelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden