Tromsønica

Fascinatie voor kernenergie lag ten grondslag aan het album N-Plant. Nu komt geluidskunstenaar Biosphere met een project over de atoombom. Zaterdag in Paradiso.

DOOR ROBERT VAN GIJSSEL

at je voor een bezoek aan de geluidskunstenaar Geir Jenssen (50), alias Biosphere, moet afreizen naar een andere wereld, oké, dat kon je raden. Luister maar naar zijn tot op het bot verkillende muziek, zijn vervreemdende en obscure elektronische ambient, die hij al twintig jaar gestaag, als kruiend ijs uit zijn studio laat kraken.

Maar waar we nu toch terechtkomen? Reeds in het vliegtuig, dat vanuit Oslo steeds maar kaarsrecht noordwaarts vliegt, doet zich een wonderlijk fenomeen voor. Het wordt stikdonker. Zon weg. Midden op de middag! Dan de afdaling: schokkend en schuddend door een zwaar en angstaanjagend wolkenpak, ternauwernood landen op een piepklein luchthaventje dat van boven bezien lijkt te drijven in een ijzige zee, omgeven door machtige bergen.

Aankomst in Tromsø, het bijna noordelijkste puntje van Noorwegen. Een stad gebouwd op een klein eiland tussen de fjorden, ver boven de poolcirkel. Vertrekpunt voor poolexpedities, pendelplaats voor vervoer richting Spitsbergen. En biotoop van Biosphere. Waar het in de winter altijd donker is en waar dus net een sneeuwstorm aanzwelt.

'Te dunne jas?', grijnst Jenssen, bij wijze van hartelijke begroeting in een verder leeg café, op die opgezette ijsbeer bij de ingang na. Ja, te dunne jas. Het weerbericht op de iPhone zat er weer eens naast. Jenssen: 'Vertrouw niet op techniek.' Doet hij ook nooit.

Kijk goed rond in dit Tromsø, met aanwijzingen van Jenssen en je begint de muziek van deze gids door donkere landschappen steeds beter te begrijpen. 'Daar, aan de overkant van die brug, bij die lampjes, daar ligt Walviseiland. Daar meren de walvisjagers aan.' Nog zo'n achteloze opmerking, alsof het allemaal heel gewoon is. 'Hier, die berg af, daar woon ik. Vanuit mijn achtertuin langlauf ik zo de bergen in.' De wonderschone, maar dreigende klanken op platen als Substrata (1997) en Dropsonde (2006) laten zich ineens verklaren. Natuurlijk: stilte, majesteitelijke natuur, arctische eenzaamheid.

Inderdaad, zegt Jenssen, Tromsø is een wereld op zichzelf, ver weg van die andere. 'Je voelt je hier geïsoleerd, dat lijkt me duidelijk. En ja, dat hoor je in mijn muziek. Als ik op Sicilië was geboren, had ik vermoedelijk andere muziek gemaakt.' Op de platen van Biosphere beluisteren we het traag verschuiven der tektonische aardplaten, rafelig uit elkaar getrokken samples van veldopnamen uit het woeste fjordenland. Trillende elektronica, waarin nog slechts heel af en toe iets van een ritme valt te ontwaren.

De geografie kneedt de muziek, volgens Jenssen. Al wordt hij ook weleens moe van de besprekingen van zijn platen, die steeds maar weer verwijzen naar bittere kou en ijstijden. Maar ja, nu zitten wij hier te praten over diezelfde platen, naast een ijsbeer, en met een meter sneeuw voor de deur. 'Ik begrijp het', zegt Jenssen. 'En eerlijk gezegd vind ik het beeld dat van mij wordt geschetst, als een soort verwarde wetenschapper in een vergeten onderzoeksinstituut boven op een ijsberg, ook wel vermakelijk. Het verkoopt ook gewoon platen!'

Jenssen de wetenschapper. Het had weinig gescheeld. Aan de universiteit van Tromsø, de noordelijkste universiteit ter wereld (en daar zijn ze trots op), studeerde hij archeologie. Hij onderzocht gesteenten, trok er in zijn eentje op uit, rugzakje op, lange tochten door de bergen. Maar in de jaren tachtig ontdekte hij ook de muziek. De opwindende elektronische muziek van bands als Cabaret Voltaire en de Electronic Body Music (EBM) uit België. 'Gingen wij in Tromsø ook maken', zegt Jenssen. Hij vormde het synthpoptrio Bel Canto, dat ook buiten Noorwegen best populair werd. De band tekende zelfs bij het Belgische Crammed Discs en de bandleden verhuisden tijdelijk naar Brussel. 'Met de studie was het toen snel afgelopen.'

Maar de wetenschappen konden terugkeren toen Jenssen zich begin jaren negentig terugtrok uit het muzikale wereldje. Veel wil hij er verder niet over zeggen. 'Ik had er genoeg van. Noem het maar heimwee: ik wilde terug naar Tromsø.' Hij sloot zich aan bij een lokale radiozender en kreeg een programma, een uurtje op zondagavond.

'Het leek me leuk tekstsamples uit radioprogramma's over astronomie te mixen met de muziek van bijvoorbeeld Brian Eno, de ambientmuziek uit de jaren zeventig en tachtig. Ik ging zelf ambient maken, met samples uit sciencefictionfilms en hier en daar een acid- of technobeat eronder. Ambient, maar dan op de energie van die tijd, van dansmuziek en elektronica.'

Zo ongeveer ontstond de muziek van alter ego Biosphere, op zijn eerste platen Microgravity (1991) en Patashnik (1994); coole geluidscollages bij spaarzame dancebeats. Behoorlijk hippe muziek in die tijd. Zo werd het nummer Novelty Waves van plaat Patashnik ineens gebruikt bij een reclame voor Levi's spijkerbroeken.

Biosphere werd een beetje een cultfiguur in de dancewereld. Zeker toen hij halverwege de jaren negentig in Tromsø het Polar Music Festival organiseerde, bovenop weer die archetypische ijsberg. Hier kreeg het oeuvre van Biosphere weer een duw in de goede richting. 'Ik had het idee opgevat opnamen te maken van de skilift die de bezoekers de berg op moest brengen. De ratelende geluiden van de lift en het schuren van metaal op metaal, het klapperen van de karretjes. Boven aangekomen ging ik die opnamen live mixen, door de computers trekken.'

Zo maakte Biosphere ineens ambient op locatie, met gebruikmaking van die locatie. Een vondst, vond hij zelf ook. 'Het bleek mogelijk heel mooie muziek te maken met beperkte middelen, met alleen de geluiden die je oppikt uit je omgeving. Ik vond dat ineens veel spannender dan thuis tussen je honderd synthesizers te gaan zitten, om van gekkigheid niet meer te weten wát je eruit moet halen.'

Biosphere ging conceptplaten maken, waaraan de wetenschapper Jenssen mocht meewerken. Hij vertrok met opnameapparatuur naar een onderzoeksinstituut voor noorderlicht, waar het nog altijd niet begrepen fenomeen wordt bestudeerd. En hij maakte in 2011 het album N-Plants, over Japanse nucleaire installaties, met geluiden van tikkende geigertellers en iets dat moet klinken als het verrijken van plutonium.

'Ik had foto's gezien van kerncentrales aan zee. Die verbijsterden me. Ik dacht: als er nu een tsunami komt, wat dan? Ik maakte muziek voor die 'N-Plants', alsof het commercials waren uit de jaren zestig, voor nucleaire energie.' Rustgevende muziek, alsof er niets aan de hand is, maar waarin toch ook een onuitsprekelijke dreiging huist. 'Ik wilde geen oordeel vellen, of waarschuwen voor de gevaren van kernenergie. Ik ben ook niet per se tegen kernenergie. Maar het nuchtere gegeven, van die enorme centrales tussen de palmbomen aan zee, fascineerde me.'

Het ging dus mis, met zo'n N-Plant. Rond de release van Biosphere's plaat voltrok zich de ramp bij de centrale van Fukushima. Een verbijsterend toeval. 'Ik was op internet foto's aan het zoeken van centrales, om te gebruiken bij publiciteitsmateriaal, en ineens zag ik op Google overal die fabriek van Fukushima opduiken. Bleek er een crisis gaande.'

Een beetje eng, dacht Jenssen zelf ook. Hij had toch niet ineens last van voorspellende gaven? 'Ik ben ook bezig met een album over de Italiaanse vulkaan Stromboli, die al jaren voortdurend maar beheerst aan het uitbarsten is. Je moet er toch niet aan denken dat daar ineens ook iets staat te gebeuren.'

De semi-wetenschappelijke interesses van Jenssen voerden hem al ver. De wereld rond, kunnen we wel stellen. Zaterdag verschijnt Biosphere op het Amsterdamse geluidskunstfestival Sonic Acts, waar hij zijn omvangrijkste en misschien ook wel meest angstaanjagende live-project Trinity zal ontvouwen: een huiveringwekkend samenspel van beeld en geluid over de eerste nucleaire tests in de woestijn van New Mexico.

Voor Trinity trok Biosphere naar de zuidelijke Verenigde Staten, samen met de Amerikaanse ambientkunstenaar Brian Williams, alias Lustmord. De heren wilden het ontstaan van de eerste atoombom documenteren, de proefnemingen in de jaren veertig, de eerste kernexplosie bij het stadje Los Alamos. 'We wilden er iets van onze fascinatie voor de wetenschap van die tijd in kwijt en zien wat die proefnemingen met het landschap en de mensen die er wonen hebben gedaan. Ik droomde al van veldopnamen uit de White Sands, het woestijngebied waar de eerste bom tot ontploffing is gebracht en dat nog steeds zeer radioactief is.' Maar dat viel tegen. 'We liepen met onze opnameapparatuur al snel tegen hekwerken aan, verboden toegang natuurlijk. Maar we zijn toch een paar keer naar binnen geslopen. Met inderdaad snel uitslaande stralingsdetectoren aan onze jassen.' Eén keer werden ze betrapt en subiet weer buiten de hekken gejaagd. 'Hadden we nog geluk. We vertelden dat we vogels aan het spotten waren.'

Biosphere en Lustmord maakten opnamen, in beeld en geluid, van een geruïneerde opwerkingsfabriek. Ze spraken bewoners van Los Alamos, liepen door zwaar verontreinigde gebieden. 'Ongelooflijke beelden krijg je daar voorgeschoteld. Werkelijk prachtige natuurlandschappen, waarin je dan ineens de restanten van zo'n evil factory ziet staan.'

Ze kregen uiteindelijk alle medewerking van het wetenschappelijke instituut Los Alamos National Laboratory, dat met liefde vijfhonderd gigabyte archiefmateriaal afstond aan het duo. 'Verbazingwekkend, misschien. Maar ze zijn daar ook gewoon trots op wat er is bereikt.'

Bij de vertoning van Trinity worden beelden uit Los Alamos, van de vroegste kernexplosies en de desastreuze resultaten, gemixt met de vervormde en gesampelde veldopnamen. Vrolijk zullen we er niet van worden, voorspelt Jenssen. 'Het is duister en tragisch, maar er schuilt wat ons betreft toch ook een wonderlijke schoonheid in de ontstaansgeschiedenis van het nucleaire tijdperk. In het futurisme van de wetenschap, die toch ook een betere wereld zegt na te streven.' Die paradox, van wetenschap die ons vooruit helpt, en het tegelijk mogelijk heeft gemaakt dat we onszelf in één woeste klap kunnen vernietigen, was het onderzoeken waard. 'De oordeelvorming laten we aan de toeschouwers over.'

Het project Trinity werd al vertoond in New York en Krakow, reist straks van Amsterdam naar Adelaide in Australië. 'Het spreekt kennelijk tot de verbeelding en dat is ook wel begrijpelijk. Na de Koude Oorlog is de nucleaire dreiging even uit het dagelijks nieuws verdwenen, maar de laatste jaren voel je dat de angst weer toeneemt. Door de Noord-Koreaanse atoombom misschien, de nucleaire aspiraties van Iran. Het is alsof die enorme paddenstoel, die we alleen kennen van de zwart-witbeelden, ons weer steeds dichter nadert.'

Dan kun we ons nu in Tromsø ver van de wereld wanen, zegt Jenssen, de vernietigende kracht zal ons ook hier uiteindelijk weten te vinden.

Extra: Ambient live?

Twee mannen aan een laptop en een mixer, die aan knoppen staan te draaien: hoe leuk is ambient live? Als schouwspel misschien minder geslaagd, tenzij bij een project zoals Trinity, van Biosphere en Lustmord, uitvoerig en cinematografisch verantwoord beeldmateriaal wordt vertoond. Maar live ambient is vooral interessant omdat het geluid in de popzaal fysiek te ervaren is. De soms subsonische geluidsgolven worden in een akoestische zaal, met een degelijk geluidssysteem, bijna voelbaar, en zo moeten we ambient live dus savoureren: als lichamelijke én psychedelische totaalervaring.

Extra: Sonic Acts

Het jaarlijks in Amsterdam gehouden festival Sonic Acts, van 21 t/m 24 februari, onderzoekt deze editie The Dark Universe, in beeld en heel veel geluid. Naast het project Trinity van Biosphere en Lustmord, over de ontploffing van de eerste kernbom bij Los Alamos, kunnen we bijvoorbeeld vanavond zien hoe de Japanse kunstenaar Makino Takashi live muziek mixt bij experimentele 3D-beelden. Kunst, volgens de programmeurs van Sonic Acts, die de grenzen van onze kennis zoekt.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden