Trompzak in het Russisch

TIJDENS de feestelijke presentatie van het Groot Russisch-Nederlands woordenboek eerder dit jaar verklaarde de Russische ambassadeur A.G. Chodakov dat de samensteller Wim Honselaar uitstekend werk had geleverd....

De ruime vermelding van scabreuze uitdrukkingen en verwensingen, hoe leuk ook om te horen uit de mond van de ambassadeur, is bij lange na niet de enige verdienste van het woordenboek. Alleen al door zijn omvang (meer dan 85 duizend trefwoorden) stelt de 'Dikke Honselaar' al zijn voorgangers, die zo rond de 40 duizend bleven steken, in de schaduw.

Een vertaler uit het Russisch was vroeger altijd genoodzaakt om naast deze bestaande naslagwerken ook nog Russische verklarende woordenboeken, encyclopedische woordenboeken, woordenboeken naar het Engels, Frans of Duits et cetera te raadplegen en via deze talen dan weer de weg naar het Nederlands te zoeken. Aan dat geploeter is nu een einde gekomen.

Het eerste Russisch-Nederlandse woordenboek verscheen in 1921 van de hand van Boris Raptschinsky, een joods-Russische emigrant die zich in 1908 in Nederland had gevestigd en Russische les gaf op onder andere de Rijksbloembollenscholen in Aalsmeer en Lisse. De latere vertaler Charles Timmer leerde van hem Russisch. Het woordenboek van Raptschinsky werd in de herdruk van 1952 weliswaar herzien en enigszins uitgebreid met het Sovjet-communistische jargon, maar is onderhand danig verouderd.

Het in 1961 in de Sovjet-Unie uitgegeven woordenboek onder redactie van Mironov, dat enkele malen door de Amsterdamse uitgeverij Pegasus is herdrukt, staat nog altijd bij menig slavist in de kast, maar is, zowel door zijn omvang als door de afwezigheid van modern en 'pittig' taalgebruik niet afdoende. In dat laatste werd gelukkig wel voorzien door A.H. van den Baar in zijn RussischNederlandse woordenboek uit 1979, dat sindsdien meerdere herdrukken en herzieningen beleefde. Daarnaast verrichtte Van den Baar nog een titanenarbeid, waar Honselaar en de zijnen op hebben voortgeborduurd: de samenstelling van het Groot Nederlands-Russisch Woordenboek (1989). Vorige week vrijdag werd Van den Baar vanwege zijn verdiensten voor het verbreiden en leren van de Russische taal in het zonnetje gezet door de Russische ambassadeur Chodakov, die hem de hoogste onderscheiding van de Internationale Vereniging van Leraren Russische Taal- en Literatuur opspeldde: de Poesjkin-medaille.

Honselaar, docent op het Slavisch Seminarium in Amsterdam, heeft bij de samenstelling van zijn woordenboek dat van Van den Baar om te beginnen omgedraaid, het corpus dat dit opleverde met behulp van studenten en stagiaires geordend en aangevuld met de trefwoorden uit de Ozjegov, de Russische Dikke Van Dale. Daarbij werden vooral studenten aangezocht met specifieke vrijetijdsbestedingen en belangstelling (van ballet tot koken en postzegels verzamelen), die hun kennis van het daarbij behorende vakjargon konden toepassen op het woordenboek.

Gevraagd naar 'zijn' mooiste trefwoord noemt Honselaar nadoelnik, waarvoor zijn zwager, een beroepsmilitair, na het nodige speurwerk de vertaling leverde: 'mondingshoes' (bij de landmacht) ofwel 'trompzak' (bij de marine).

Bij een dergelijke werkwijze is het nog een wonder dat de hele klus slechts dertien jaar in beslag heeft genomen. Daarbij werden de voor dit monnikenwerk gestrikte studenten en stagiaires aanvankelijk slechts met studiepunten of boekenbonnen beloond, maar nadat de Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen zich er in 1997 mee ging bemoeien, was er armslag voor een betaalde redactie. En terecht.

Het woordenboek is verbluffend uitgebreid en strooit kwistig met synoniemen. Zo levert het voor de uitdrukking priznat sebja pobezjdjonnym de volgende vertalingen: 'z. gewonnen geven, opgeven, de handdoek in de ring werpen, het hoofd voor iem. buigen; (overdr.) de zeilen strijken', en voor sljoeni: `kwijl, speeksel, zwadder'. Voor de vertaler kunnen het er niet genoeg zijn. Ook zijn talloze morfologische variaties met de bijbehorende betekenisnuances van grondwoorden als apart lemma opgenomen, bijvoorbeeld bij de afleidingen van eigennamen (Fjodor: Fedja, Fedenka, Fedjoenja, Fedjoecha Fedjoesja). Diverse soorten vakterminologie zijn ruim vertegenwoordigd. Verder is het prettig dat de Engelse taalvervuiling, die ook in het Russisch heeft toegeslagen en soms nogal verminkt in het Cyrillische schrift is beland, ook in het woordenboek zijn weerslag heeft: ímidzj (image); tajm-aóet (time-out); ; nóoe-cháoe (knowhow).

Enkele steekproeven leren dat er weleens een woord ontbreekt: killer (moordenaar), een woord dat je toch regelmatig in de Russische pers tegenkomt; en soms is een betekenis weggelaten: vermoorden voor het bargoense motsjit, terwijl het ermee samenhangende mokroje delo (moord) wel is vermeld. Maar dit zijn kleinigheden die ruimschoots worden goedgemaakt door mooie trefwoorden als medljak, dat niet alleen als 'langzame dans', maar ook als 'schuifelnummer' wordt vertaald. Daar is over nagedacht! Of neem het werkwoord opit, dat naast zijn betekenis ('veel drinken bij iemand') tussen haakjes de volgende toevoeging heeft: 'zodat diegene drank te kort komt'. Bij Van den Baar en Mironov ontbreekt dit lemma in z'n geheel, en Raptschinsky houdt het op het veel minder pregnante 'drinken op kosten van een ander'.

Sommige trefwoorden zijn zo fraai, dat ze ook introductie in de Nederlandse taal verdienen. Wat te denken van sekretoetka als samentrekking van sekretarsja (secretaresse) en prostitoetka (prostituee): 'een secretaresse die een relatie heeft met de baas'. Honselaar heeft zich helaas niet laten verleiden om er in het Nederlands secretuee van te maken. Maar misschien is dat iets voor een volgende druk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden