Troetelkind of een total loss

'WIJ STEKEN onszelf in brand', liet een groep van 49 Iraaks-Koerdische intellectuelen in januari weten, uit protest tegen de desintegratie van hun 'vrije' land....

Net zo min als deze voorhoede kan de gewone Koerd nog langer aanzien hoe Koerdistan, dat eind 1991 na de aftocht van het Iraakse leger braak kwam te liggen, zichzelf te gronde richt. Inderdaad, zichzelf te gronde richt. Niet alleen het Iraakse regime van president Saddam Hussein, het buurland Turkije of de westerse geallieerden zijn schuldig aan de langzame teloorgang van de Koerdische oefening in onafhankelijkheid, hoewel zij een belangrijke rol spelen.

De semi-autonome Noordiraakse regio Koerdistan balanceert al bijna een jaar op de rand van een burgeroorlog, die niet door de Iraakse geheime dienst is uitgelokt. Eigen Koerdische doodseskaders zaaien terreur in het gebied en jagen de traditionele clans om geld, land en relaties tegen elkaar in het harnas.

De Koerdische 'regering' heeft het herstel van de economie niet geheel in eigen hand. De Koerden gaan gebukt onder de VN-sancties tegen Irak, dat bovendien nog eens een binnenlandse blokkade tegen hen heeft opgeworpen. Maar de politieke chaos en de wetteloosheid heeft de 'regering' in de eerste plaats aan zichzelf te wijten, omdat zij het nalaat te regeren.

De twee politieke partijen die de overkoepelende Koerdische 'regering' vormen, zijn in het gat gesprongen dat ze zelf hebben geschapen. Deze twee, de Koerdische Democratische Partij (KDP) en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), hebben met hun optreden zelfs het parlement overbodig gemaakt. Tweederde van de ruim honderd parlementsleden is uit arren moede in staking gegaan.

Het rapport dat de mensenrechtenorganisatie Amnesty International vorige week over Iraaks Koerdistan publiceerde, is een bewijs voor het Koerdisch politiek-bestuurlijk tekort. Amnesty stelt vast dat partijmilities naar willekeur de dienst uitmaken in het semi-autonome gebied, en niet de democratische organen die in 1992 met zoveel trompetgeschal werden opgericht. De Koerdische justitie en politie dienen evenzeer de partijbelangen, met alle gevolgen van dien; rechters die onafhankelijk optreden, verkeren in levensgevaar.

Dit alles zou weinig verrassend zijn, ware het niet dat het Westen de Iraakse Koerden na de Golfoorlog van 1991 als zijn troetelkinderen adopteerde. Eventjes leek een idylle te zijn geboren. Het Koerdische bestuurlijke falen, zoals het door onder meer Amnesty is geboekstaafd, is daarom een keiharde slag voor de westerse Irak-politiek. De consequenties laten zich raden. Er zijn reeds stemmen opgegaan om de internationale steun aan de elkaar bestokende Koerden op te schorten, omdat deze niet meer te 'verkopen' is aan de publieke opinie in het Westen.

Het was allemaal zo mooi begonnen. Koerdistan had de kweekschool voor Iraakse democraten moeten worden, waar de nieuwe leiders van het Irak van na Saddam werden klaargestoomd. Het Westen maakte immers na de Golfoorlog duidelijk slechts één doelstelling na te streven: dat Saddam Husseins bewind wordt opgevolgd door een democratisch, federaal regime.

De Koerden kregen in 1991 een bijrolletje toebedeeld als semi-autonome buffer tegen Saddam Hussein. De geallieerden riepen eerst noord-Irak uit tot een 'veilige haven', 'verboden voor Saddam', en stelden er vervolgens een no fly-zone in benoorden de 36ste breedtegraad. Daarvoor deden de Koerden iets terug: zij zagen af van een regelrechte onafhankelijkheidsverklaring, die de 'Koerdische kwestie' nog explosiever had gemaakt dan zij nu al is, en zeiden voortaan te mikken op een democratisch en federaal Irak.

Dat was precies hetgeen Amerikanen, Britten, Fransen en Turken wilden horen. De geallieerden besloten ervoor te zorgen dat de internationale noodhulp aan Koerdistan in goede banen werd geleid, en zagen er vanuit Turkije op toe dat Saddam zijn luchtmacht niet tegen de Koerden gebruikte (Operatie Provide Comfort). De Koerdische zaak was gediend met deze westerse krachtsinspanning, en het Westen was gediend met de Koerdische buffer tegen Saddam. Maar verder ging de liefde niet.

De Koerdische zaak krijgt vandaag de dag slechts weinig handen op elkaar. De strijd tegen Saddam duurt echter voort. De fragmentarische berichten dat Iraakse legerdivisies begin deze week Koerdische PUK-milities hebben aangevallen in noord-Irak, zullen de Koerden niet onwelgelegen komen. Het is zelfs mogelijk dat Koerdische politici desinformatie verspreiden, met het doel het belang van een 'vrij' Koerdistan nog eens onder de aandacht te brengen.

Het democratisch experiment mag dan zijn mislukt in Koerdistan, het gebied vormt nog altijd een buffer tegen het bewind in Bagdad. Of dat het Westen ervan kan overtuigen de Iraakse Koerden te blijven vertroetelen, is twijfelachtig. Want Turkije, dat de geallieerden de vliegbasis voor Operatie Provide Comfort verschaft, ziet er weinig in. Het heeft zijn betrekkingen met het Iraakse buurland aangehaald.

Het ziet er somber uit voor de Iraakse Koerden, die in de geostrategie van het Westen niet meetellen. Dat 'Koerdistan' en 'Bosnië' hemelsbreed van elkaar verschillen, moge duidelijk zijn. Maar een opvallende constante in de westerse politiek ten aanzien van deze oorlogsgebieden is dat de territoriale integriteit er heilig is verklaard: van Bosnië en Irak. Dat is gelukkig voor de Bosnische Moslims, en ellendig voor de Iraakse Koerden.

Guido Goudsmit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.