Troetelkamer en martelinstituut

'En een en twee en mambo op rechts'. Of fat-attack, of die verrotte crosstrainer. Waarom naar de sportschool? Drie vrouwen over trainen, zweten, afzien....

Door Nicoline Baartman

Er was een tijd dat Alice van Rijn (31) werd voortgedreven door één verlangen: naar de sportschool. Dat het een 'onwijze verslaving' kan zijn, zij weet er alles van. Kreeg ze een uitnodiging voor een verjaardag, was haar eerste gedachte: 'Past dat wel in het rooster?' Werk, studeren, sociale verplichtingen: alles werd eromheen geplooid of moest ervoor wijken. Aan warm eten kwam ze niet toe. 'Geen tijd voor.' Als Alice ('Ellis') maar aan haar trekken kwam, 'lesjes' kon volgen. Meer, sneller - nóg sneller!

De kick, zegt ze, daar gaat het om. Die begint al bij het inpakken van de tas (inclusief Oil of Olaz en een reepje tegen de eerste trek na afloop in de kleedkamer). 'Zelfs die laatste tien minuten, dan denk ik: nog even, dóórgaan, dan vind ik het zo jammer dat het er weer op zit.'

Twee jaar lang heeft ze niks gedaan. Ze stopte resoluut, en niet alleen omdat ze een goeie baan kreeg als bedrijfsleider van een nieuw op te zetten restaurant in Houten. 'Ik sloeg door. Ik heb opnieuw moeten leren warm te eten.'

En nu is ze weer begonnen, sinds een week of vijf. Elke ochtend gaat ze, alleen in het weekend niet. Dagelijks is ze te vinden in Cannons Sports & Health, een groot complex in Utrecht met fitnessruimte, allerhande groepslessen, zwembad en tennisbanen. Waar de cliëntèle van alle leeftijden en gezindten is en niet overwegend studerend, jong en superstrak - en haar dus eigenlijk net iets te sloom. 'Daar heb ik nou een hekel aan', zegt ze, gezeten op haar blauwe matje voor aanvang van de buikspieroefeningen. 'Dat wachten. Ik hou van een beetje tempo.'

Bij Alice begon het met een spontane oproep van een collega. Wie er mee ging sporten. Alice dus. Voor haar kwam het als geroepen, haar vriendje van toen zeurde dat ze te dik was ('Kijk, Dikkie Dik gaat weer eten, zei hij dan') en zij dacht: misschien moet ik wat gaan doen. 'Terwijl ik dunner was dan nu.' Negentien was ze. 'Een leeftijd waarop je nog erg onzeker bent.'

Alice raakte in de ban van het steppen. Niet meteen. Het was geen beste sportschool waar ze mee naartoe was genomen. 'Wist ik veel. Daar liepen van die opgeblazen mannen rond. Eentje kwam ineens niet meer, die bleek dood, van de anabolen. En de lesjes die ze gaven, waren steeds dezelfde. Ik kon de stappen drómen.' Maar toen ze eenmaal haar bestemming had gevonden, tussen leeftijdgenoten die elkaar tot het uiterste opzweepten voor de spiegelwand ('je kent dat wel: de voorste helft van de zaal zie je steeds fanatieker worden'), was ze verkocht.

Niet aerobics ('doelloos bewegen'), niet fitness ('aan die apparaten hangen vind ik niks'), maar steps is haar passie. 'Het is snel en zo zwaar als je zelf wilt. Die step is het centrum, daar sta je op, daar ga je overheen, met een combinatie van pasjes. Het is draaien van links naar rechts, het is. . . niet meer nadenken, net als dansen. Je voelt je hart kloppen, je voelt dat je echt conditioneel bezig bent, het is heerlijk.'

De sportschool als pepmiddel, levenselixer, troetelkamer - of martelinstituut. Waar je met de blik op oneindig of naar binnen gericht, zo je wilt met zes televisieschermen voor je neus (geluid via de zelf meegebrachte headset), het lijf in beweging zet, traint, afziet, zweet, teneinde - ja wat. Je grenzen te verleggen?

En warempel, het zet zoden aan de dijk. Met regelmatig sportschoolbezoek, niet eens fanatiek, is er al resultaat. Meetbaar. Empirisch vastgesteld. Anderhalve keer per week (doelstelling was drie keer, niet gehaald) een stukje lopen op de loopband, een endje fietsen op de fiets en toch maar weer die verrotte crosstrainer op (een soort langlauf-simulator), gecombineerd met enig duw- en trekwerk aan diverse apparaten, en de 'fit-test' wijst uit: elite 53 niveau 7 (oude score: elite 48 niveau 5). De weegschaal meet minder (1,2 kilo om precies te zijn) en ook het vetpercentage is gedaald (0,9 procent).

'Applausje voor jezelf', zeggen de instructeurs hier bemoedigend na afloop van een uurtje bodyshape of 'spinnen'. Maar is het ook zicht-baar, is het ons - wij allen die naar de sportschool gaan - niet veel meer te doen om het resultaat dat je in de spiegel ziet en dus in andermans ogen?

Marjolein van Os (55), getrouwd, moeder van twee dochters van 29 en 31, beeldhouwer van beroep ('een uit de hand gelopen hobby'), is een stuk 'strakker' geworden, zegt ze. Ja, gespierder.

Leeftijd, verval? Ze maalt er niet om. Ze moet zelfs altijd even nadenken hoe oud ze ook weer is. 'Ik hou van doorleefd, een beetje karakter, dat zit ook in mijn kunst.' Haar bestaan is er alleen maar beter op geworden, nadat op haar 45ste haar baarmoeder is weggehaald en de overgang van de ene op de andere dag inzette. 'Ik heb jaren gesukkeld, pijn gehad. Ik kon ineens gaan en staan waar ik wilde, ben nog nooit zo actief geweest.'

Ze drinkt, zoals elke maandagochtend, in de lobby koffie met haar groepje na de yogales. Bij haar thuis in Maarssen loopt de wekker voor dag en dauw af. Haar echtgenoot, eigenaar en nu nog enige werknemer van een bestratingsbedrijf, stapt voor zessen al in de auto. Om zeven uur staat Marjolein op, dat wil zeggen: ze doet een uitgebreid programma rek- en strekoefeningen op bed en ernaast ('alle spiergroepen even losmaken'), en gaat dan onder de douche.

Op maandag is ze om een uur of negen op de sportschool. Ze gaat een uurtje aan de slag in de fitnessruimte en om kwart over tien begint de yoga ('je leert je af te sluiten van andere dingen, maar dat lukt me nog niet altijd'). Na afloop is er het gezamenlijke kopje koffie, dan baantjes trekken in het zwembad en even de stoomcabine in. Tegen half één is ze thuis om te lunchen. 'Dan kan ik rustig weer een paar uur aan de gang in mijn atelier. Het is best zwaar werk. Je voelt je zo fit als je hier vandaan komt. Dat is mijn motivatie.'

Op dinsdagochtend is ze er weer. Stipt. Kwart over negen bodyshape, half elf in het zwembad aquarobics - in het water joggen, springen en splatsjen op muziek met behulp van drijfslierten en schuimrubberen halters als contragewicht. 'En dan ga ik later in de week nog een keer fitnessen.' Gedisciplineerd? Jazeker. 'Ik kan best lastig zijn voor mezelf', zegt ze een beetje besmuikt.

'En één en twee en mambo op rechts. . .', roept juf Dewi vanaf het podium in Studio 1 door haar microfoontje. Wie een mambo, calypso, repeater of V-stap niet meteen kan reproduceren, krijgt nog kans genoeg tijdens de fat-attack, een combinatie van aerobics en spierverstevigingsoefeningen. Om te stuntelen, achter de rest aan te hopsen. Het is een kwestie van herhalen, eindeloos herhalen, net zolang totdat je niet meer hoeft na te denken, dat je dóet, alleen maar dóet, en één en twee en mambo op links. . . Zonder 'lesjes'-ervaring of jazzballetgeschiedenis kan het nog verdraaid moeilijk zijn: de coördinatie van armen en benen, die los van elkaar, soms in half tempo, de opdracht krijgen tegendraads te bewegen. Armen maken een hefboom in de lucht, 'en omhoog. . .', terwijl de benen opzij stappen, 'en één en twee. . .' Alleen de gevorderden - er zijn alleen maar vrouwen, een enkele keer komt er een verdwaalde man naar een groepsles - weten het met sjeu te brengen, die draaien ook nog soepeltjes, alsof het niks is, met hun kont.

'Vorige week bakte ik er niks van', zegt Willianne Winkel (22) uit Vleuten na de les, 'maar nu ging het een stuk beter.' Ze heeft een zoontje van vijf maanden en werkt 15 uur per week in de snackbar van haar vriendin. Ze is net lid geworden. Waarom? Om aan haar conditie te werken en omdat het goed voor de gezondheid is. In die volgorde. 'En daarna pas om af te vallen', zegt ze gedecideerd, terwijl ze een sigaret opsteekt.

Als kind zat ze op turnen, ze heeft vier zwemdiploma's, deed aan wedstrijdzwemmen en hield erg van jazzballet. Maar toen ze bij de eindshow van de jazzballet een knellend pakje aan moest waarin ze zich niet prettig voelde, heeft ze gezegd: bekijk 't maar, ze deed niet meer mee.

Tussen haar vijftiende en negentiende heeft Willianne 'heel veel gegeten'. Ze is ervoor in therapie geweest, maar hangt dat liever niet aan de grote klok. 'Je leerde weer gezond te eten, drie keer per dag, en van jezelf te houden.' Ze heeft kledingmaat 48/50, maar dat wil niet zeggen dat ze niet ijdel is. 'Ik verf mijn haar, ga naar de kapper en eens per twee, drie maanden naar de schoonheidsspecialiste.'

Natuurlijk wil ze mooi zijn. Voor zichzelf, zegt ze zonder aarzelen, dat heeft ze moeten leren. 'Ik heb ook tegen mijn vriend gezegd: je kunt maar beter van me houden zoals ik nu ben. Als het anders wordt, is het alleen maar meegenomen. Later - daar schiet je niks mee op.'

Voor Marjolein van Os geldt iets soortgelijks. 'Vroeger deed ik het misschien voor mijn man, of voor vrienden. Nu weet ik dat ík me beter voel door aan mijn figuur te werken, en dat straal je ook uit.'

'De energie!', zegt Alice van Rijn, ex-verslaafde ('als je maar geen freak van me maakt'). 'Je voelt je zoveel beter. Ik zou het iedereen willen aanraden: je goed voelen in je eigen lichaam is het lekkerste wat er is.'

Intussen is bij haar een klein gewetensconflict de kop op gestoken. Alice heeft een dalurenabonnement, dat alleen overdag en op werkdagen toegang verschaft tot de sportschool. Nu denkt ze erover het om te zetten in een voltijds. Zodat ze óók op zaterdag en zondag kan gaan.

Ze twijfelt, weet niet of het verstandig is. Aan de andere kant: 'Ik ga nu 's ochtends vroeg, dan doe ik toch niks - ja, op bed liggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden