Troebele blik? Een schildpadje zou kunnen helpen

De ooglens verslechtert, maar de spier die hem bedient, blijft intact. Een accommoderende kunstlens biedt uitkomst. Door John Ekkelboom..

Op zijn bureau heeft Erik Hermans een transparant potje staan, gevuld met een zoutoplossing. Als je het tegen het licht houdt, kun je op de bodem een klein rond schijfje zien. ‘Met een beetje fantasie lijkt het op een minischildpad. Vandaar de naam: Turtlelens’, vertelt de uitvinder van deze nieuwe accommoderende kunstlens, die als technisch natuurkundige op de afdeling oogheelkunde van VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam werkzaam is.

De lens is het vervolg op een fundamentele studie naar het accommoderen van de natuurlijke ooglens. Bij het accommoderen trekt de ciliairspier rondom de ooglens zich samen. De lens wordt dan boller, waardoor dichtbij alles scherp te zien is. Dat vermogen gaat in de loop der jaren geleidelijk achteruit. De ooglens wordt compacter en stugger door een toename van het aantal ooglenscellen en dwarsverbindingen tussen de lenseiwitten. Het eindresultaat is een starre lens die zich niet meer laat vervormen. Vanaf dat moment – meestal tussen het 40ste en 50ste levensjaar – is een leesbril onvermijdelijk.

Bij het fundamentele onderzoek werd onder ruim honderd mensen van verschillende leeftijden onder andere de vormverandering van de ooglens gemeten tijdens het accommoderen. Dit leidde tot een computermodel waarmee die veranderingen kunnen worden gesimuleerd. Zo konden de onderzoekers aantonen dat de ciliairspier wel normaal blijft functioneren, ongeacht de leeftijd. Met deze wetenschap kon het idee worden uitgewerkt om voor mensen met staar een accommoderende kunstlens te ontwikkelen, aangestuurd door de ciliairspier.

De ooglens wordt na verloop van tijd niet alleen stugger, maar ook troebeler. Jaarlijks verrichten Nederlandse oogartsen ruim honderdduizend staaroperaties, waarbij ze via een klein sneetje in de rand van het hoornvlies de troebele lens uit het lenskapsel verwijderen en vervangen door een kunstlens.

De kunstlenzen hebben doorgaans één brandpunt. De drager ervan kan alleen in de verte goed zien. Voor dichtbij is een leesbril nodig. Sinds enkele jaren zijn er ook multifocale lenzen met één brandpuntsafstand voor veraf en één voor het lezen. Ook deze hebben volgens Hermans nadelen. ‘Omdat het intredende licht wordt verdeeld over twee brandpunten, heb je contrastverlies. Verder kun je niet op alle afstanden goed zien. Als je bijvoorbeeld naar het beeldscherm kijkt, is dat niet scherp, omdat het verder weg staat dan de normale leesafstand. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een lens met een variabel brandpunt zonder contrastverlies.’

Vanwege de beperkte ruimte in het lenskapsel en de geringe verplaatsing van de ciliairspier was dit geen eenvoudige opgaaf. Hermans pakt een groter model van de Turtlelens om te laten zien welke oplossing hij heeft bedacht. Het concept bestaat uit twee lenzen boven op elkaar, met elk een asymmetrisch golvend oppervlak. Aan de rand zijn ze verbonden via een draaipunt. Beide zitten in een frame. Als dit frame via het lenskapsel wordt ingedrukt, draaien beide lenzen enkele graden ten opzichte van elkaar.

Dankzij de speciaal gekromde golven krijgt de samengestelde Turtlelens, afhankelijk van het wel of niet samentrekken van de ciliairspier, geleidelijk een hollere of een bollere vorm. Zo kan iemand op alle afstanden scherp zien.

Om te controleren of de ciliairspier de Turtlelens daadwerkelijk kan besturen, is het model uitvoerig getest bij Advanced Medical Optics (AMO) Groningen BV. De onderzoekers gebruikten varkensogen van het slachthuis, waarin ze de lens met een staaroperatie implanteerden. De ogen bevestigden ze in een rekapparaat dat de werking van de ciliairspier nabootst. Met laser en videocamera konden ze de verandering in optische sterkte meten. De lens functioneerde geheel naar verwachting, en accommodeerde tot zelfs 8 dioptrie. ‘Dan kun je vanaf ongeveer zestien centimeter scherp zien, wat vergelijkbaar is met wat een 30-jarige nog kan’, zegt Hermans.

Ook oogarts Steven Koopmans van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) is enthousiast over de Turtlelens. Hij voerde bij AMO Groningen BV de proeven met de varkensogen uit en deed eerder onderzoek naar een ander type accommoderende kunstlens. Daarop promoveerde hij in 2006. Het betrof een injecteerbare siliconenvloeistof die het lege lenskapsel volledig opvult en daarin polymeriseert tot een kunstlens. Dierproeven toonden aan dat de lens van vorm veranderde door de ciliairspier.

Als grootste probleem voor accommoderende kunstlenzen noemt Koopmans de nastaar. Die treedt vrijwel altijd op na een staaroperatie, doordat er lenscellen achterblijven aan de binnenzijde van het lenskapsel. Normaal is nastaar te verhelpen door het centrale deel van het vertroebelde lenskapsel met laser te verwijderen. Bij een zachte geïnjecteerde lens moet dat kapsel echter intact blijven. ‘Ook voor de Turtlelens kan dat problemen geven’, zegt de Groningse oogarts. ‘Als het kapsel door nastaar verstijft, krijgt de ciliairspier er geen beweging meer in. Het concept is overigens erg goed. Ik ben benieuwd of het in mensen adequaat functioneert. Hopelijk valt het probleem van de nastaar dan mee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.