TRIOMF VAN DE BURGERLIJKHEID

'MISSCHIEN verkopen wij sociologen ons vak niet goed, maar het publieke debat in Nederland over zaken als groeiend individualisme, secularisatie, fragmentatie, consumentisme en wat dies meer zij, verloopt opvallend rommelig.'..

Aan het woord is professor Ester, die twee weken geleden in de Volkskrant de aandacht vestigde op de forse kloof tussen de werkelijkheid en de opvattingen die politici, sociale wetenschappers en journalisten over de maatschappij ventileren. Met hun fixatie op (kleine) veranderingen zouden opinieleiders voorbijgaan aan de grote continuïteit die ons sociale leven kenmerkt, aldus de Tilburgse socioloog.

Die betrekkelijk geringe aandacht voor dingen die niet voorbijgaan, zien we zeker in de journalistiek. Redacteuren hunkeren naar noviteiten en trends die ons iets zouden kunnen vertellen over het moderne levensgevoel. Als een medewerker van een weekblad toevallig twee mensen in zijn kennissenkring heeft die zich net zijn gaan interesseren voor godsdienst, is de kans groot dat spoedig een omslagartikel over 'de nieuwe religiositeit' verschijnt. Over de vraag bij hoeveel mensen dit fenomeen zich voordoet en hoe langdurig, breekt de auteur zich meestal niet het hoofd. Een interview met drie of vier personen moge volstaan als portret van een als belangrijk en representatief voor de tijdgeest gepresenteerde groepering.

Hier komt bij dat goed nieuws voor journalisten doorgaans geen nieuws is. Met hun voorliefde voor ellende zullen zij zich concentreren op dingen die misgaan, en vooral de specialisten in doom and gloom-verhalen aan het woord laten. De lezer van al die beschouwingen over crisis en verval zal allicht de indruk krijgen dat de maatschappij op instorten staat.

Zo zijn we de afgelopen decennia geregeld getrakteerd op analyses van de ondergang van de traditionele hoeksteen van de samenleving, het gezin. Uitvoerig aandacht is besteed aan communes en woongroepen, aan LAT-relaties en homohuwelijken, aan swingende vrijgezellen en eenzame alleenstaanden, aan bewust ongehuwde moeders en het patriarchale huwelijk hatende feministen, aan parenclubs en andere poelen des verderfs. Na de 'bevrijding' van de jaren zestig zou, mede ten gevolge van de individualisering, het ouderwetse gezin ten dode opgeschreven zijn, zo werd gesuggereerd.

Uit het pas verschenen boekje Gezinnen van deze tijd komt goed naar voren hoe volstrekt vertekend dit beeld van de werkelijkheid is. In het openingshoofdstuk laat de pedagoog Cuyvers zien dat sinds de Tweede Wereldoorlog (en in feite sinds 1850) opmerkelijk weinig veranderd is in de Nederlandse gezinssituatie.

In de hoogtijdagen van de woongroep werd hun aantal bijvoorbeeld geschat op niet meer dan tienduizend. Het ging hier om een alternatieve leefvorm waarin slechts enkele tientallen kinderen zijn opgegroeid. Voor vrijwel alle Nederlandse mannen en vrouwen is het gezin zowel het doel als de kern van de levensloop gebleven. Zelfs in de gezinssamenstelling hebben zich weinig veranderingen voorgedaan. Slechts één van de acht kinderen in Nederland is enig kind (40 procent van de vrouwen werpt twee kinderen, 30 procent baart er drie of meer) en dat was in 1950 precies zo.

Wat betreft de verhoudingen binnen het gezin, hebben zich wel veranderingen voltrokken. Er is meer dan in het verleden, toen de vrouw in de regel een ondergeschikte rol vervulde, sprake van een 'onderhandelingshuishouden', waarbij de partners principieel gelijkwaardig zijn. Kinderen hebben bovendien meer te vertellen gekregen.

Deze culturele ontwikkeling laat evenwel onverlet dat de beschikbare gegevens veel sterker wijzen op continuïteit dan op verandering. Het gezin is 'here to stay', concludeert Cuyvers: 'de nuchtere cijfers laten zien dat de bevolking zich in de afgelopen jaren weinig heeft aangetrokken van allerlei ideologische verhalen.'

Deze conclusie doet zonder meer deugd. Voor een stabiele maatschappij is een bloeiend gezinsleven een noodzakelijke voorwaarde en voor een kind is het beter te worden opgevoed door een vader en een moeder dan door, ik noem maar wat, een collectief van lesbiennes, ook al is deze opvatting in strijd met de 'het moet kunnen'-mentaliteit die het vasthouden aan waardevolle normen in het recente verleden enigszins heeft bemoeilijkt.

Empirische gegevens demonstreren overigens ook dat die postmoderne, relativistische mentaliteit bij grote lagen van de bevolking weinig populair is. Terwijl de culturele elite in opiniebladen leest over (Amsterdamse) alternatievelingen en de (commerciële) televisie de kijker programma's voorschotelt over SM-feesten, bordelen en bevreemdende seksuele gewoonten, blijken de meesten van ons naar een monogame relatie en een normaal huwelijk te verlangen.

Uit het boekje Gezinnen van deze tijd spreekt de overwinning van de wereld van Libelle en Margriet op die van de Haagse Post en Opzij, de zege van het maatschappijbeeld van Elco Brinkman over dat van Iteke Weeda. Het is deze triomf van de burgerlijkheid die ons het vertrouwen geeft dat de conservatief ingestelde Nederlander ook in de toekomst door zijn gezonde verstand beschermd zal worden tegen - door de media overbelichte - relationele nieuwlichterij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden