Trilogie van familietragedies met een geheel eigen relativering

Drie familietragedies van Oscar van Woensel door Dood Paard. In Felix Meritis Amsterdam t/m 1 april...

Een analfabeet die zich Shakespeare noemt, dat is wat je noemt een aardig statement. In het stuk Delirium Tremens van de jonge theatermaker Oscar van Woensel komt deze eigentijdse Shakespeare uit de goot gekropen om zich te ontdoen van zijn ouders, geheel gedienstig aan een tekst van Jim Morrison:

'I said: father?

Yes, son?

I want to kill you.'

Over ouder-doding en ander ongemak gaat de voorstelling Drie familietragedies van theatergroep Dood Paard. Delirium Tremens is het slotdeel van deze trilogie die op één avond gespeeld wordt en waarin jonge mensen worstelen met het bestaan. In het eerste deel treffen twee broers en een zus elkaar na de begrafenis van hun ouders, deel twee toont het weinig gezellige samenwonen van een tirannieke moeder en haar muurbloem-dochter.

Oscar van Woensel leverde met Drie familietragedies een tekst af die zonder meer verrassend is. Natuurlijk, Dood Paard heeft goed gekeken naar Edward Albee en goed geluisterd naar Thomas Bernhard. Erg is dat niet, omdat Van Woensels tekst een heel eigen relativering kent.

Vooral in het eerste deel met als titel Amor relativeren de drie spelers elkaar bijna kapot. Rond de tafel in het ouderlijk huis wordt veel gedronken en gepraat, vooral over het onbevredigende kunstenaarsschap, waarin ze zich hebben teruggetrokken. De ene zoon is schrijver, de andere schilder en de dochter staat aan de zijlijn van de kunst - zij is toneelcritica.

In dit totaal uitgeblust-zijn, serveert zuslief spareribs en probeert ze haar lievelingsbroertje in bed te praten. Incest is namelijk ook een terugkerend thema bij Dood Paard. Als echt niets meer lukt, zegt ze: 'Morgen weer naar toneel, morgen weer Shakespeare, de meester verkracht. Maar ik schrijf ze de grond in, ik schrijf ze dood.' Zo is zij het positieve antwoord op Gerardjan Rijnders Liefhebber, waarin de toneelcriticus nooit meer naar toneel wil.

Die zus wordt gespeeld door Manja Topper die dat prachtig afwezig doet. In het tweede stuk Amor Vincit Omnia speelt ze daarentegen een zeer aanwezige moeder, die haar dochter terroriseert. Het meisje (een aandoenlijke rol van Van Woensel zelf) danst heupwiegend tussen het schrappen van de winterpenen door en barst op een onbewaakt ogenblik uit in de gospelhit It's raining men. Maar in dit huis regent er niets anders dan tranen en daar valt soms erg om te lachen.

De grote slotmonoloog wordt gespeeld door Kuno Bakker die een heel eind komt. Een krachtig acteur, met open, waterige ogen die om een verklaring vragen. Hij is de naamloze, die na een jeugd vol misbruik praat in flarden van haat en geweld. Een kleine jongen, verstrikt in de taal, die niets anders kan doen dan eerst zijn vader en dan zijn moeder doden, en dan wachten: 'Ze zijn dood. Glimlach. Ze zijn dood. Lach. Ik drink. Wachten. Rustig wachten tot het allemaal stopt. Tot ze helemaal weg is. Ik denk dat zij mijn adem is. Wachten tot het ademen stopt. Fuck!'

In het tekstboekje van Drie familietragedies staat een citaat van Nick Cave dat zeer van toepassing lijkt op deze hele onderneming: 'Alle tranen die we vandaag huilen, huilen we morgen weer'.

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.