Tribunaal bekijkt zaak Erdemovic opnieuw

De Bosnische Kroaat Erdemovic krijgt de kans om zich opnieuw voor zijn rechters te verantwoorden. Dit heeft de hoger beroepskamer van Joegoslavië Tribunaal besloten, omdat er fouten in eerste aanleg zijn gemaakt....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

Erdemovic (25) was de eerste oorlogsmisdadiger die door het Joegoslavië Tribunaal werd veroordeeld. Hij liet hoger beroep aantekenen en vroeg om vrijspraak met als argument dat hij onder dwang had gehandeld. Volgens hem was hij zelf gedood als hij had geweigerd om de gevangenen te executeren.

De kamer voor hoger beroep wees het verzoek om vrijspraak en herziening van de straf af. Maar de vijf rechters vonden in meerderheid dat Erdemovic niet goed op de hoogte was gesteld van de procedure. Daarom moet hij een nieuwe gelegenheid krijgen zijn zaak te bepleiten voor een andere strafkamer van het tribunaal.

Erdemovic had kunnen zeggen dat hij onschuldig was, of hij had zich schuldig kunnen verklaren aan oorlogsmisdaden in plaats van misdaden tegen de menselijkheid. Volgens de beroepskamer waren Erdemovic de juridische mogelijkheden niet goed uitgelegd. Oorlogsmisdaden worden in het internationaal recht minder zwaar bestraft dan misdaden tegen de menselijkheid.

De eerste strafkamer van het tribunaal veroordeelde Erdemovic tot een zwaardere straf dan was verwacht. De aanklager had als maximum tien jaar geëist, maar gaf daarbij aan dat hij een kortere straf op z'n plaats achtte.

De rechters namen in aanmerking dat Erdemovic zich vrijwillig bij het tribunaal had gemeld en waardevolle getuigenissen had afgelegd, maar vonden de misdaden zo ernstig dat zij een vonnis van tien jaar oplegden. Het feit dat Erdemovic groepen onschuldigen executeerde op bevel van een superieur onthief hem niet van verantwoordelijkheid, zo oordeelden zij.

Opmerkelijk is dat de vijf rechters van de hoger beroepskamer het niet eens zijn over de juridische betekenis van het begaan van misdaden onder dwang. De rechters McDonald, Li en Vohrah (uit de VS, China en Maleisië) zeggen dat er geen internationale norm is vastgesteld en dat daarom moet worden uitgegaan van gemeenschappelijke regels in nationale rechtstelsels.

Die luiden volgens hen, dat in het algemeen mensen minder schuldig zijn als zij gedwongen worden een verboden handeling te plegen. Maar voor een soldaat die een oorlogsmisdaad of een misdaad tegen de menselijkheid pleegt, kan dit nooit een rechtvaardigingsgrond zijn.

Daarentegen menen rechter Cassese en Stephen (uit Italië en Groot-Brittannië) dat handelen onder dwang een geaccepteerde grond voor verdediging is, ook als het gaat om moord op onschuldigen en ook als de dader een militair is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden