Treurzang op de wijze van

Het Meertens Instituut in Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag dolven een schat aan oude straatliederen op. Over dode kinderen, moord en misverstand....

Frans Bauer heeft dit jaar de Gouden Harp gekregen voor zijn bijdrage aan de Nederlandse muziek. Chiel - Op volle toeren - Montagne wil op zijn Montagne Omroep Nederland alleen maar Nederlandstalige programma's uitzenden. Films als Pietje Bell, de Kameleon en Kees de Jongen bewijzen dat de nostalgie naar het goede, oude Nederland publiek trekt, en alle voetballers van Oranje prevelen de eerste twee regels van het Wilhelmus foutloos mee. Het mag, het kan, en het gebeurt in alle cultuurgeledingen: Nederland viert en masse het volkseigene.

Er is haast geen beter moment denkbaar om de geschiedenis van het Nederlandse straatlied aan het Nederlandse volk te presenteren. En dat wordt dan meteen flink aangepakt. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en het Amsterdamse Meertens Instituut hebben hun collectie van zesduizend liedbladen met daarop bijna 15 duizend liedjes van de zeventiende tot en met het begin van de twintigste eeuw op het internet geplaatst. Hoogtepunten van het project, dat onderdeel uitmaakt van het reuzeninitiatief Het Geheugen van Nederland, zijn de Top 30 van populairste liedjes (die op het net in een moderne versie te beluisteren zijn) de cd De Kist van Pierlala waarop artiesten als Freek de Jonge, de Lullo's van Jiskefet, cabaretier Maarten van Roozendaal en Mieke Stemerdiek straatliederen zingen. Diep is er gespit. Een logisch vervolg op de tijdsgeest want na het navelstaren volgt het graven naar de wortels.

Alles overziend is het een slagveld van moord, moraal en misverstand. De Kist is (bijna) alle 24 dood en verderf, met weliswaar hier een kwinkslag (Daar komen de schutters) en daar een dubbelzinnige pikanterie (Schep vreugd in't naaien). Maar met hoeveel ouder-en kindergraven de luisteraar ook de oren wordt gewassen, nog steeds valt mee te deinen op de getoonzette mis. Het achttiende en negentiende eeuwse publiek op kermissen, markten en pleinen moest snel kunnen inhaken en meezingen met de zangers.

Volgens etnoloog Martine de Bruin, werkzaambij het Meertens Instituut, mag je de smartlap en het levenslied gerust de hedendaagse opvolgers van de straatliederen noemen.

Maar er is groot verschil: vertolkers van het levenslied krijgen tegenwoordig hun eigen real life soap; de eerste makers/zangers van de straatliederen hadden bijna altijd een anoniem bestaan. En ook over de liedjes was een minimum aan informatie aanwezig.

Groot probleem voor De Bruin en de haren. Alle liedteksten zijn overgeleverd via liedbladen; vodjes van papier waar alleen de tekst, niet de melodie, op staat gedrukt en die goedkoop aan het publiek werden verkocht. Iedereen kent nog wel Zoete lieve Gerritje of dat meisjes dat loos was, maar op al die andere liedjes die ergens tussen de zeventiende eeuw en nu een stille dood zijn gestorven, moest minutieus archeologisch reconstructiewerk worden toegepast. 'Emanier is dat je een al bestaande melodie zoekt die metrisch past op de tekst en waarvan de historische en geografische context aangeeft dat het hoogstwaarschijnlijk die melodie is geweest.' De keuze is daarbij minder beperkt dan verwacht omdat het gros van de straatliederen hun melodie kreeg door middel van de contrafactuur, de op-de-wijs-van methode: de snelste manier om een groot publiek een lied te laten leren is op populaire en al bekende wijsjes.

Is het kunst? Misschien niet. Historisch belangwekkend? Daaraan twijfelt De Bruin geen moment. 'Er zit een belangrijke sociologische component aan. Die hernieuwde interesse zegt hoe we over Nederlandse liederen denken en in het verlengde daarvan over onszelf.'

Volgens De Bruin begon de grootschalige herwaardering toen de documentaire Zij gelooft in mij Andrazes salonfg maakte en heeft die nu zijn voorlopig hoogtepunt gevonden in het succes van de real life soap rond de Bauertjes. Goed, Gerard Reve had zich al een bewonderaar van de Zangeres zonder Naam, de koningin van het Levenslied, getoond en Lucebert schreef zelfs de tekst voor een smartlap. Maar wat zich nu afspeelt, is volgens De Bruin veel groter. 'Het is een soort collectieve culturele coming-out.'

Wat dat betreft vertellen de Nederlandse volksliedjes meer over ons dan over de Nederlanders van toen. De teksten werpen niet veel verhelderend licht op de sociale context van voorgaande eeuwen.

'Dat komt omdat in al die liedjes een sentimentaliteit speelt die weinig ruimte laat voor contemporaine verschijnselen.' En alles is bij het heerlijke oude vertrouwde gebleven. Frans Bauer bijvoorbeeld schrijft in een liedje Marianne Weber een brief in een tijd waar de rest van Nederland haar gewoon zou sms-en. Alleen Koos Alberts heeft ze ooit kunnen betrappen op een moderniteit. 'Toen zong hij over een elektrieke deken, maar dat was volgens mij de enige keer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden