Reportage

Treurmars voor laatste Britse steenkolenmijnen

De sluiting van de laatste Britse steenkolenmijnen rijt oude wonden open. 'De Conservatieve regering maakt in rap tempo het werk van Margaret Thatcher af.'

De steenkoolmijn van Hatfield. Beeld WassinkLundgren
De steenkoolmijn van Hatfield.Beeld WassinkLundgren

Hatfield Colliery, een van de laatste drie Britse diepbouwmijnen, is sinds kort dicht. De sluiting roept bittere herinneringen op bij Alan Rumney.

Hij staat rond het middaguur met een pint voor de deur van de 'pit club', het trefpunt voor het personeel uit de steenkoolmijn van Hatfield. 'Je had geen beter moment kunnen kiezen om langs te komen', zegt de 61-jarige oud-mijnwerker terwijl hij de deur openzwaait. In de eetzaal zitten tientallen veelal bejaarde ex-mijnwerkers met hun vrouwen. Ze zijn op hun zondags gekleed. 'We hebben net een begrafenis gehad, van een dorpsgenote', verklaart Rumney. 'Maar in ons achterhoofd speelt een heel andere teraardebestelling. Die van onze kolenmijn.'

Klimaatheffing

Eerder deze maand trok de Britse regering de stekker uit de Hatfield Colliery, in het zuiden van Yorkshire. Het bedrijf was eigendom van de mijnwerkers zelf, maar de overheid stond garant voor de afname van de steenkool. Die veredelde subsidie is nu geschrapt. Ook de twee andere diepbouwmijnen die Engeland nog heeft - in Thoresby en Kellingley - gaan binnenkort dicht. Dan is de teloorgang van de Britse steenkoolwinning compleet. Er wordt nog steeds steenkool gebruikt om elektriciteit op te wekken, maar importeren uit landen als China, Rusland en Colombia is goedkoper. De recente verdubbeling van de klimaatheffing betekende de doodsteek voor de Britse mijnbouw.

'Kom mee.' Rumney gaat naar buiten en wijst op het pad naar de mijn. 'Hier heb ik twintig jaar lang, vanaf mijn vijftiende, elke dag gelopen.'s Winters doken we in het donker de grond in en kwamen we er in het donker weer uit. Alleen in het weekeinde zagen we daglicht en kregen we vitamine D.' De mijn ligt pal achter de club, maar de oude toegangsweg loopt nu dood op een groene heuvel, waar een paard tussen de autobanden, stoelen en verweesde winkelwagentjes loopt te grazen. 'Het is symbolisch. De mijn is letterlijk van het dorp afgesneden', zegt Rumney met trillende lippen.

Alan Rumney. Beeld
Alan Rumney.Beeld

Gevechten

Verbitterd blijft hij staan bij een oude lantaarnpaal die een gedenkteken vormt aan de mijnwerkersstakingen van midden jaren tachtig. 'Die lantaarnpaal lag als een slagboom over de weg. Wij wilden omgekochte mijnwerkers die toch aan de slag wilden tegenhouden, en dat leidde dagelijks tot gevechten met politie en militairen.'

Ook begin jaren zeventig deed Rumney mee aan grote stakingen, die resulteerden in de tijdelijke invoering van een driedaagse werkweek en de val van de Conservatieve regering, waarin Margaret Thatcher minister was.

Eenmaal premier was Thatcher vastbesloten om de macht van de vakbonden te breken, waarbij de mijnwerkersbond onder leiding van Arthur Scargill haar belangrijkste tegenstander was. Mede doordat haar regering in het geheim een kolenvoorraad had aangelegd, wist de IJzeren Dame de strijd te winnen. Hatfield bleef open, maar in gereduceerde vorm.

Nooit vergeten, nooit vergeven

'Onze ziel was gebroken. Voorheen waren we de trots van de natie, nu werden we weggezet als overbodig. En als milieuvervuilers', blikt Rumney terug. 'Nooit vergeten, nooit vergeven', staat op een bordje bij de lantaarnpaal.

In 1991 verliet Rumney het zinkende schip. Op zoek naar ander werk belandde hij opnieuw als een mol onder de grond. 'In Blackpool heb ik meegedaan aan het in kaart brengen van het Victoriaanse rioolstelsel. Dagelijks zwierven we door de smerige tunnels. Op een dag hoorden we een oorverdovend geruis. Dat was de zee, het opkomende tij. We moesten rennen voor ons leven.' Tegenwoordig werkt hij als conciërge op een basisschool. 'Een luizenbaan, maar ik mis de onvoorwaardelijke kameraadschap die je op 700 meter diepte hebt.'

Gesprekken met zijn oud- collega's hebben iets weg van de Monty Python-sketch waarin de ene Yorkshire-man de andere overtreft in sterke verhalen over vroeger. Rumney vertelt dat ze eenmaal afgedaald in de schacht nog zes kilometer met een treintje moesten om bij de graafplek te komen. 'Dat treintje? Daar wachtte ik niet op' ,zegt Tony Egen. 'Ik ging gewoon op de lopende band zitten, tussen de kolen. Dat ging sneller.' Ook herinneren de twee mannen zich nog het schaften tijdens de zeven uur durende dienst. Rumney: 'Je moet weten dat er geen plee was en ook geen licht. Je wist niet waar je zat. Nou ja, soms wel.'

Over het spoor wordt nu duurzame biomassa uit Canada vervoerd. Beeld
Over het spoor wordt nu duurzame biomassa uit Canada vervoerd.Beeld

Hoogtijdagen

Wat steeds terugkomt in de gesprekken is het groepsgevoel, net als de hitte beneden (38 graden) en de royale betaling. De stakingen gingen dan ook niet zozeer over geld, als wel over het behoud van werk. Vergeleken met collega's in andere landen verdienden de Britse mijnwerkers forse salarissen, die de laatste jaren konden oplopen tot omgerekend 70.000 euro per jaar. 'Maar vergeet niet dat elke afdaling in de kooi de laatste kon zijn', zegt Egen, die in 1992 zijn werk in de mijn wegens oogklachten verruilde voor een baan bij een kolencentrale, waar hij asbest moest verwijderen.

In de hoogtijdagen van de mijn, die ooit door Nederlanders werd aangelegd, werkte vrijwel iedere man in Stainforth en het nabijgelegen Hatfield onder de grond. 'Stainey' alleen al telde twaalf pubs en clubs. In het weekeinde kwamen mensen zelfs uit het spoorwegstadje Doncaster om hier uit te gaan. Nu is de pit club een van de weinige ontmoetingsplekken. Er is een bar, een biertuin en een snookertafel. Aan de muur hangt een automaat waar je ponden in moet gooien om het licht boven de tafel te laten branden. Televisieschermen bieden een keuze uit cricket, golf en de paardenkoersen.

Barry Spencer Beeld
Barry SpencerBeeld

Het werk in de mijn was niet alleen de enige manier om geld te verdienen, maar ook een traditie die van vader op zoon ging. Barry Spencer, wiens tante eerder op de dag is begraven, heeft het al niet meer meegemaakt. 'Vanuit mijn slaapkamer keek ik uit op de mijn, waar mijn ooms werkten. Maar mijn vader is bij de luchtmacht gegaan', vertelt de 45-jarige magazijnbediende. Zelf hoopte hij ooit op een modellencarrière. Op zijn telefoon toont hij foto's waarop hij als een adonis met vrouwelijk schoon op de stranden van Norfolk poseert.

Maar een rugblessure gooide roet in het eten. Hij werd dik door de medicijnen, en zijn alcoholinname maakte het er niet beter op. De glamourdroom was voorbij. Eens per maand komt hij in de pit club, voor de gezelligheid en voor de fruitautomaat. 'Vandaag heb ik vijf pond gewonnen, eerder dit jaar vijfhonderd. En mijn vrouw heeft tienduizend pond gewonnen bij een grote bingo. We sparen om hier weg te kunnen. Het liefst naar de andere kant van Yorkshire, naar de Dales. Stainforth kwijnt weg. Vroeger werd er veel gedronken, nu gaat de jeugd aan de drugs. Ze zien geen toekomst.'

Oude vakbondsman

'Kom', zegt Rumney, 'ik stel je voor aan een maat die alles van de mijn afweet, mijn mentor in de mijn, een oude vakbondsman. Hij zit daar in de hoek. De godganse dag, behalve rond vieren, want dan gaat hij naar huis om te eten.' Maar de ontmoeting loopt op niets uit. Eric Curran kijkt op, hoort wie de vreemdeling is en schudt het hoofd. 'Vorige maand, toen de mijn nog open was, zou ik wel met je hebben gepraat. Nu valt er niets meer te zeggen', stelt de weduwnaar gelaten vast.

Bij anderen overheerst de woede op de Conservatieve regering. 'Volgend jaar zou de mijn honderd jaar bestaan, maar zelfs een waardig afscheid is ons niet gegund', zegt Rumney. 'De Tories maken Thatchers werk af. De minister heeft gezegd dat ze zich niet kon voorstellen dat mensen zo emotioneel konden zijn over het zware werk onder de grond, maar ze weet niet waar ze het over heeft.'

Bergen steenkool

Protesten van Ed Miliband, de plaatselijke volksvertegenwoordiger en tot voor kort leider van de Labour-partij, mochten niet baten. De ruim 420 ontslagen medewerkers, grotendeels mijningenieurs van in de vijftig, moeten nu naar nieuw werk worden begeleid. Ze zullen banen aangeboden krijgen in de magazijnen van Amazon, Next of IKEA.

Bij de mijn zelf liggen nog bergen steenkool, want er is de laatste maanden extra veel gedolven om de klimaatheffing voor te zijn. Postduiven cirkelen boven de twee werkeloze schachtbokken, die te zien waren in de film Brassed Off, een tragikomedie over het lot van een mijnwerkersblaaskapel na de sluiting van hun mijn. Een rode sportwagen stopt even bij de toegangspoort, en korte tijd later klimt een bewaker in oranje hesje de heuvel op om te vertellen dat fotograferen niet toegestaan is. De gehelmde man zonder tanden vertelt dat hij zelf jarenlang in de mijn heeft gewerkt. 'En nu sta ik hier om toe te zien op de sluiting.'

Zijn gezicht verraadt dat hij meer wil zou willen zeggen, maar dat mag hij niet. Naast het maanlandschap ligt het spoor. De zijsporen voor de kolentreinen zijn verroest en overwoekerd door struikgewas. Er raast er een goederenterrein voorbij met 'duurzame biomassa' uit Canada, bestemd voor een verderop gelegen energiecentrale. 'Vanuit het schoolgebouw zie ik hem dagelijks rijden', zegt Rumney. 'Sterker, er komen ook kolentreinen voorbij. Er ligt nog voor honderd jaar kool in de grond, maar in plaats daarvan slepen ze hout en kolen de oceaan over om die hier te verbranden. Het voelt telkens weer als een trap na.'

Achter de auto de schachtbokken die in de film Brassed Off figureerden. Beeld
Achter de auto de schachtbokken die in de film Brassed Off figureerden.Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden