Treurig reisverslag over VOC-schip zonder vaste cliches over 'Khoikhoi'

Een van de mooiste gebouwencomplexen van de Amsterdamse universiteit is het Oostindisch Huis aan de Oude Hoogstraat. De argeloze wandelaar loopt er misschien straal langs, maar wie door de enigszins verscholen toegangspoort gaat en de binnenplaats betreedt, komt terecht in een architectonische omgeving van uitbundige zeventiende-eeuwse allure....

Het Oostindisch Huis is thans voor een groot deel het domein van de universitaire faculteit van politieke en sociaal-culturele wetenschappen. 'Graffiti, affiches, veel jonge mensen en vooral heel veel fietsen laten geen twijfel bestaan over de huidige functie', schrijft J. van der Weiden in zijn inleiding bij het door Willeke Jeeninga geschreven Het Oostindisch Huis en het Sint Jorishof te Amsterdam (Waanders Monumenten Reeks; ¿ 25,-). 'Waar vroeger Cosimo II de Medici en andere buitenlandse kooplieden kwamen kijken of zij nog iets over wereldhandel konden leren, gaven in de 20ste eeuw Norbert Elias en Alvin Gouldner college om de studenten wat te leren, in de zaal waarin in de 17e en 18e eeuw de Heren XVII - die het hoogste gezagsorgaan van de Compagnie vormden - hun vergaderingen hielden.'

Het smaakvol uitgegeven boek - met tekst in het Nederlands en Engels - vertelt de bouw- en bewoningsgeschiedenis van het Oostindisch Huis en het Sint Jorishof. De VOC huurde in 1603 een deel van een militiegebouw (het 'Bushuis') aan de Kloveniersburgwal. Twee jaar later betrok zij het hele gebouw. Door de groei van de Compagnie werd uitbreiding al snel noodzakelijk. Halverwege de zeventiende eeuw ontstond de carrévorm aan de Oude Hoogstraat, waarschijnlijk naar een ontwerp van Pieter de Keyser. Na het faillissement van de VOC viel het gebouw in 1797 toe aan de staat.

Het volle leven bij de VOC komt in al zijn vaak gruwelijke werkelijkheid naar voren in Ongeluckig, of droevigh verhaal van t schip de Gouden Buys - Een Enkhuizer VOC-schip strandt bij zuidelijk Afrika, een nieuwe uitgave in een boeiende reeks oude reisjournalen van uitgeverij Terra Incognita (postbus 3258, Amsterdam; ¿ 22,50, exclusief verzendkosten). De Gouden Buys, eigendom van de Enkhuizer VOC-Kamer, vertrok in 1693 voor zijn eerste reis met 190 opvarenden. Het zou meteen de laatste reis worden, want het schip strandde voor de kust van zuidelijk Afrika en ging reddeloos verloren. Slechts één bemanningslid, Daniël Silleman, keerde in Enkhuizen terug; de overigen verloren het leven, de meesten als gevolg van scheurbuik en vlektyfus.

Het boek, dat werd samengesteld door Marieke van Gessel en Andrea Kieskamp, bevat een geannoteerde weergave van het in 1695 verschenen verhaal over de stranding van de Gouden Buys; dit verhaal was grotendeels gebaseerd op verklaringen van Silleman. De tekst wordt gevolgd door uitvoerige informatie over de omstandigheden waaronder de reis plaatsvond. Aan de orde komen ook de contacten die de gestrande Hollanders hadden met de 'Khoikhoi', de oorspronkelijke benaming van de Hottentotten. Wat daarbij in het verhaal opvalt, zeggen de auteurs, 'is het ontbreken van de talrijke clichés en vooroordelen die in de meeste teksten breed en in steeds dezelfde bewoordingen worden uitgemeten, met uitzondering van het kannibalisme'.

Han van Gessel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.