Treurig einde

'Ik heb overwogen mijn naam te veranderen, om te ontsnappen aan het feit dat ik een merknaam geworden ben'
Filmmaker Gus Van Sant gooide na een aantal stijlvaste, artistieke films (Gerry, Elephant, Last Days, Paranoid Park) het roer om en maakte met Milk zijn meest conventionele film in jaren.

BEREND JAN BOCKTING

D egelijk portret van de Amerikaanse homo-activist Harvey Milk, dat heftig begint met archiefmateriaal van politieacties tegen homo's. Dan verschijnt Milk (gespeeld door Sean Penn) in beeld, die eind jaren zeventig, thuis aan zijn tafel, een taperecorder inspreekt. Deze opname, zo zegt hij in de microfoon, mag alleen worden afgespeeld in het geval hij wordt vermoord. Met die ongecamoufleerde hint naar de gruwelijke afloop van Milk, geeft regisseur Gus Van Sant weinig weg. Daarvoor is zijn beoogde (Amerikaanse) publiek te goed bekend met het treurige einde van het leven van de man die als eerste openlijke homoseksueel in Amerika een politieke functie bekleedde, in San Francisco. Ondanks een gevarieerde stoet aan bijfiguren draagt Penn de film. Hij toont andermaal zijn talent om volledig in iemands huid te kunnen kruipen. De acteur neemt maniertjes in zijn spel op die doorleefd en authentiek voelen, en niet als een gelikte kopie.

Milk (Gus Van Sant, 2008)

BBC 2, 23.00-1.00 uur.

Bringing Up Baby

(Howard Hawks, 1938) Bringing Up Baby is ruim zeventig jaar oud, maar nog altijd vlotter en gevatter dan de meeste hedendaagse komedies. Zijn status heeft de film vooral te danken aan het energieke spel van de twee uitzonderlijk charmante sterren, Cary Grant en Katharine Hepburn, die elkaar met virtuoos verbaal geweld te lijf gaan. Ook de plot is onovertroffen in zijn onzinnige onvoorspelbaarheid - de belangrijkste criteria voor het Amerikaanse screwball comedy-genre uit de jaren dertig en veertig. Grant speelt een onhandige paleontoloog die een dinosaurusbot kwijtraakt en noodgedwongen de hulp inroept van de hautaine, lastige Hepburn. Zij verergert de zaak wanneer haar hond het bot begraaft en haar luipaard Baby ontsnapt. Het lijkt onmogelijk, maar te midden van deze verwikkelingen bloeit de romantiek op.

Eén, 14.05-15.45 uur.

The Man Who Would Be King

(John Huston, 1975) Meeslepende bewerking van het gelijknamige verhaal van Rudyard Kipling, waarin twee in India gelegerde officieren, onvergetelijk gespeeld door Michael Caine en Sean Connery, naar Afghanistan afreizen om rijkdom te vergaren. Connery scoort door zich voor te doen als de reïncarnatie van Alexander de Grote. The Man Who Would Be King maakte tevens duidelijk dat er voor de in 1987 overleden regisseur John Huston geen genre leek te bestaan waarin hij geen geslaagde film maakte. Van film-noir (debuutfilm The Maltese Falcon) tot avontuur (The African Queen) tot musical (Annie) - Huston is een legende, met deze film als treffend bewijsexemplaar.

BBC 2, 15.25-17.30 uur.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden