Trekken groene grens te simpel

Het tegengaan van de verstedelijking van het platteland is een symphatieke doelstelling. Dat is echter nog geen reden de ogen te sluiten voor de werkelijkheid, betoogt Peter Petrus....

DE Vereniging Milieudefensie vindt het onzinnig dat we ons moeten neerleggen bij de verstedelijking van het platteland, aldus de reactie van Duyvendak en Zagema (Forum, 11 oktober) op het interview met Vincent van Rossem (Reflex, 2 oktober).

Nog onzinniger is het te denken, dat we met het trekken van groene grenzen de samenleving kunnen weerhouden van het wonen en werken buiten de stad. Het vinden van draagvlak voor het behoud van natuurgebieden en open ruimten begint met het ontwikkelen van gevoel voor de regionale verscheidenheid van de samenleving in de landelijke gebieden van Nederland.

De Vereniging Milieudefensie heeft de ruimtelijke ordening ontdekt als middel om campagne te voeren tegen het onbeheerst aantasten van natuur en landschap ten behoeve van het moderne wonen en werken. De discussie is echter niet nieuw.

Al in de Verkenning ruimtelijke perspectieven, Nederland 2030 van de Rijksplanologische Dienst werden alle mogelijke varianten bedacht om de vraag naar woningen en bedrijventerreinen op verantwoorde wijze in de schaarse ruimte in te passen. De VROM-raad heeft in adviezen aan het kabinet deze varianten afgezet tegen de ontwikkelingen, die zich feitelijk in ons land voordoen.

In het advies Stedenland-Plus wordt voor het model gekozen, dat nu door Milieudefensie wordt omarmd: zoveel mogelijk binnen de stedelijke gebieden bouwen. Maar dergelijke vormwil ('trek de groene grens') moet afgewogen worden tegen het ruimtelijk accommoderen van sterke wensen in de samenleving om in het landelijk gebied te wonen of te werken. Zo'n afweging bracht de VROM-raad tot voorstellen over de zogenoemde beheerste verstedelijking in zijn advies Corridors in balans.

Nederland kent een open economie, die geïntegreerd is in een Europees stedelijk netwerk, waar de Randstad, Londen, het Rijn-Roergebied en de Vlaamse Ruit deel van uitmaken. Het verkeer van personen, goederen, kapitaal en informatie tussen deze stedelijke agglomeraties leidt tot vestiging van bedrijven en burgers in de zones die de grootstedelijke gebieden verbinden. De conclusie is dat de stedelijke druk op de landelijke gebieden in Nederland niet overal gelijk is. Het trekken van groene grenzen kan dus ook niet overal op dezelfde manier.

Milieudefensie lijkt onvoldoende stil te staan bij de uiteenlopende mogelijkheden en beperkingen per regio. In het Noorden en in Zuidwest-Nederland wonen 200 inwoners per km2 tegenover meer dan 1000 inw/km2 in het Westen. Maar wie denkt dat de tijd in de dunbevolkte gebieden stil staat, vergist zich. Voormalige boerderijen worden bezet door 'bewuste periferen': burgers, die mentaal verstedelijkt zijn en die het wonen en werken in het landelijk gebied combineren met een hoge mate van fysieke en digitale mobiliteit.

Dankzij deze ontwikkeling neemt de leefbaarheid in de landelijke gebieden weer toe. Iedere burger die zich in het landelijk gebied vestigt, of het nu een 'Drentenier' of een 'Florens' betreft, zorgt voor toename van de werkgelegenheid. In Lauwersland (het noorden van Friesland en Groningen) wordt het 'nieuwe wonen' als de grootste bron van welvaart en welzijn beschouwd, boven natuur, recreatie en landbouw. Enige ruimte voor nieuwbouw in het buitengebied moet hier geboden kunnen worden.

In het Noorden van het land is in beginsel nog ruimte voor grote eenheden natuur en landschap. De grondgebonden landbouw laat zich echter niet gemakkelijk combineren met het beheer van natuur en landschap. Als de samenleving kiest voor een robuuste ecologische hoofdstructuur, zal zij in het Noorden de landbouw en de natuur met elkaar moeten verzoenen door scheiding waar nodig, en verweving waar mogelijk. Daarin te investeren is zinvoller dan de burgers aldaar achter groene grenzen op te sluiten.

Een compact stedenbeleid gecombineerd met scherpe groene grenzen, is in de Randstad beter te verdedigen. De ruim zes miljoen inwoners van de Randstad zullen dit restrictief beleid wellicht accepteren, indien de groene ruimte voor hen wordt opengesteld en ingericht om er te genieten van natuur en landschap. Dat vereist vooral in het Groene Hart forse investeringen.

De samenleving maakt een stormachtige ontwikkeling door op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie. De VROM-raad beveelt in zijn advies Sterk en mooi platteland verscheidene strategieën aan voor de toekomstige inrichting van de landelijke gebieden in Nederland.

De keuze welke functies per regio de meeste ruimte moeten krijgen, volgt uit een maatschappelijke afweging van economische doelmatigheid, ecologische duurzaamheid, culturele verscheidenheid en sociale rechtvaardigheid. Tot de strategieën behoort vergroting van de variatie in woon- en werkplekken.

Duyvendak en Zagema pleiten voor zeer stedelijke wijken met afwisselende architectuur, hoge bevolkingsdichtheden en goede voorzieningen. Daar is niets op tegen. Maar dit beeld moet aangevuld worden met tal van andere woonomgevingen.

Na decennia van woningnood ontstaat langzaam maar zeker een woningoverschot in bepaalde kwaliteitscategorieën, dat nog geaccentueerd wordt door de toegenomen welvaart. Woningzoekenden zullen duidelijk laten merken, welke woonomgeving hen aanspreekt. Dat die woonwensen moeten worden begrensd in het algemeen belang is verdedigbaar.

Die beperkingen moeten rekening houden met regionale factoren zoals de bevolkingsdichtheid, de ligging ten opzichte van het Europees stedelijk netwerk en de nog aanwezige natuur. Groene grenzen, die geen rekening houden met de regionale verschillen in ons land, zullen zeker worden overschreden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden