Treinkaping De PuntDe verzwegen feiten van operatie Mercedes

Decennia werd geheim gehouden wat er werkelijk is gebeurd bij de beëindiging van de Molukse treinkaping bij De Punt. Voor het eerst zijn nu archiefstukken boven tafel gehaald waaruit dat blijkt.

Proloog

Het officiële verhaal kwam toen de trein was weggesleept en de lijkkisten van de gedode kapers waren verzegeld. Het verhaal doet tot op de dag van vandaag dienst. Maar het officiële verhaal klopt niet, en binnen de overheid is dat al lang geleden vastgesteld.

Op 11 juni 1977 maakten militairen van een speciale eenheid een einde aan de treinkaping bij De Punt. Bij deze operatie, onder codewoord Mercedes, vielen in een kwartier tijd acht doden: zes van de negen Zuid-Molukse kapers en twee gegijzelden. Geen andere anti-terreuractie sinds de Tweede Wereldoorlog in Nederland eiste zoveel levens.

De regering vertelde na afloop dat het een 'bestorming' met 'beheerst geweld' was geweest. Dertien dagen na het einde van de kaping was de Tweede Kamer al geheel bijgepraat, en dat was vastgelegd in parlementaire stukken. Kwamen er toch vragen, dan hadden opeenvolgende ministers van Justitie hun antwoord klaar.

Minister Korthals Altes (VVD) in 1988: 'Ik heb daaraan niets toe te voegen.'

Minister Opstelten (VVD) in 2013: 'Ik verwijs naar de desbetreffende Kamerstukken.'

Maar al 36 jaar wringt het. In oktober 2013 zitten op de publieke tribune een gegijzelde, een kaper en een precisieschutter van toen te kijken als de Tweede Kamer over de kaping praat. De gegijzelde zegt: 'Ik wil weten wat er in werkelijkheid is gebeurd.'

De Volkskrant deed onderzoek in de nooit eerder ontsloten archieven van het ministerie van Justitie en vond daar de ongemakkelijke feiten over 'Operatie Mercedes', die na afloop tot in de rechtszaal zijn verdoezeld.

Maandag 6 juni 1977

Een koerier geeft de envelop persoonlijk af op het ministerie van Justitie. Vijf rode lakzegels, een rood stempel 'uitsluitend geheim'. Daaronder, handgeschreven: 'onmiddellijk.'


Of de treinkaping snel beëindigd kan worden, hangt af van de inhoud van deze envelop.


Directeur-generaal Abraham Fonteijn, rechterhand van minister van justitie Dries Van Agt, ritst zijn briefopener langs de lakzegels. De 60-jarige topambtenaar ziet de aanhef: 'zeer geheim', leest dan verder.


Slecht nieuws. De Verenigde Staten willen hem niet helpen. Ze weigeren vergif te leveren om alle inzittenden in de trein, de negen kapers en de ruim vijftig gegijzelden, te bedwelmen en op deze manier de gijzeling te beëindigen.


'Amerikanen hebben enige twijfels omtrent mogelijke neveneffecten', meldt de Nederlandse marineattaché in Washington.


De kaping van intercitytrein 747 gaat de derde week in. In een bocht van het spoor, achter afgeplakte ramen, houden negen Zuid-Molukkers ruim vijftig passagiers vast. Dat een hoge ambtenaar overweegt om alle inzittenden onder zeil te brengen, is verklaarbaar: vandaag lijkt de bevrijding verder weg dan ook.


Zojuist heeft de regering de onderhandelingen afgebroken. De kapers eisen een vliegtuig naar een 'onbekende bestemming'. Aanvankelijk ging het kabinet-Den Uyl hier op in, maar de slepende gesprekken met kapingsleider Max P. (25) leken uitzichtloos.


De enige mogelijkheid is nu een militaire aanval. De trein staat ter hoogte van het gehucht De Punt, bij de rivier de Drentsche Aa. Op de golfclub aan de overkant van het water hebben ruim 200 militairen hun kamp opgeslagen. Ze behoren tot de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) van het Korps Mariniers. De BBE is opgericht om terreuracties te beëindigen.


Maar zelfs deze elite-eenheid durft de trein niet in, hebben de stafofficieren van de BBE vorige week laten weten aan minister Van Agt. Het stroomdal van de Drentsche Aa is een onbegaanbaar moeras. Tot op grote afstand kunnen de kapers zien wie er nadert.


Volgens de stafofficieren gaat een bestorming gepaard met 'onaanvaardbare risico's, zowel voor gijzelaars als voor mariniers'.


Dinsdag 7 juni

Abraham Fonteijn krijgt bezoek van een gifexpert: Eef Ariëns, hoogleraar toxicologie in Utrecht. De topambtenaar en de wetenschapper bespreken de mogelijkheden om iets door het eten te mengen, als voorbereiding op een geruisloze aanval.


Geef ze een medicijn tegen psychoses, adviseert Ariëns. Een overdosis haldol. Dat maakt mensen sloom. 'Je staat als een sufferd bij je geweer.' 48 uur lang haldol in alle maaltijden, dan de trein bestormen.


'Een drie à vier maal overdosering schaadt niet', noteert Fonteijn. 'Het kan worden toegevoegd aan een drank, bijv. sinaasappelsap. Het kan niet meekoken.'


Ziekteverwekkers zijn een andere mogelijkheid. Tegelijk met de kaping van de trein op 23 mei gijzelden vier Zuid-Molukkers de openbare basisschool in Bovensmilde. Maar daar zitten nu alleen nog vier leerkrachten vast. De leerlingen zijn na enkele dagen vrijgelaten, omdat ze na het eten plotseling gingen braken.


Middelen die zo'n ziekte veroorzaken, verzekert Ariëns, zijn 'achteraf niet meer traceerbaar'.


Niets doen is geen optie, vindt Fonteijn. 'De mensen raken uitgeput, verliezen hun spankracht en gaan gekke dingen doen.'


De BBE denkt na over een manier om toch de trein in te gaan. De topambtenaren op het ministerie durven er niet op te hopen. Het laatste voorstel waar de BBE mee kwam, was het 'uitschakelen' van kaper Max P. door de precisieschutters. Dat kreeg geen bijval.


Er gaapt een cultuurkloof tussen de justitie-ambtenaren en de legerofficieren, op het departement aangeduid als 'de militaire heren'. Maar ze zijn op elkaar aangewezen. Zo is het vastgelegd bij de oprichting van de BBE in 1973. Bij een antiterreuractie is de minister van Justitie verantwoordelijk.


's Avonds belt Dries van Agt met het beleidscentrum in Assen. Dit is crisisbeheersing anno 1977: de overheid coördineert de ramp niet vanaf één plaats, maar zit verspreid over drie locaties, honderden kilometers bij elkaar vandaan, verbonden met een handvol telefoons, haastig geïnstalleerd na het begin van de kaping.


In de hiërarchie staat het crisiscentrum bovenaan, bemand door enkele hoge ambtenaren, vanuit drie neo- renaissancekamers in het oude ministerie van Justitie aan het Plein in Den Haag.


Onderaan staat de politiepost, ingericht pal tegenover de gekaapte trein op de golfclub, waar ook de militairen kamperen.


Daar tussenin zit het beleidscentrum, bemand door de Drentse commissaris van de koningin, andere provinciale notabelen en uitgeleend justitiepersoneel, in een ondergrondse atoombunker in Assen.


Van Agt wil de kaping laten beëindigen. In de atoombunker in Assen krijgen de stafofficieren van de BBE het bevel om een nieuw aanvalsplan te schrijven. Diezelfde avond worden datum en tijd voor de bevrijding vastgesteld: zaterdag 11 juni, om 4 uur 45. Minder dan vier dagen te gaan.


Woensdag 8 juni

Een man van middelbare leeftijd met hartklachten mag de trein verlaten. Een Groningse cardioloog verkondigt op televisie dat het goed mogelijk is 'dat alle passagiers in de trein die ouder zijn dan 40 jaar, op korte termijn hartklachten zullen krijgen.'


Deze cardioloog heeft de man nooit onderzocht. Maar op het crisiscentrum neemt men zijn waarschuwing serieus. De tijd dringt en de gezondheid van de gegijzelden loopt gevaar.


Majoor Henk van den Breemen - later zal hij chef Defensiestaf worden, een van de hoogste functies binnen de Nederlandse krijgsmacht - schrijft het nieuwe aanvalsplan. Het leest als het draaiboek voor een slag in een oorlog.


De bevrijding van de trein wordt een gevecht van de 'eigen troepen' - militairen, gegijzelden - tegen de 'opponent': de negen Zuid-Molukse kapers, bewapend met uzi's, stenguns, karabijnen, revolvers, messen en klewangs.


De herovering van de trein kan bloedig verlopen. Bij de spoordijk wordt een gewondennest ingericht.


De mariniers moeten zonder gevaar voor eigen leven kunnen oprukken. Daarom openen precisieschutters en mitrailleurschutters het vuur op het deel van de trein waar 'vrijwel zeker alleen kapers aanwezig zijn'. Twee minuten zal non-stop worden geschoten.


Onder dekking van deze 'vuursteun' beklimmen 33 mariniers de spoordijk. Met springramen, houten kozijnen die tegen de trein worden geklemd, blazen ze de buitendeuren op. Zien ze terroristen in de portalen, dan mogen ze hun uzi gebruiken voor 'een vuurstoot door onderzijde deuren.' De mariniers zullen naar binnen gaan en linksom de coupés 'zuiveren'.


Om verwarring te zaaien, vliegen meerdere Starfighters twee keer laag over. Het oorverdovende kabaal van de nabranders moet de kapers in verwarring te brengen en de gegijzelden op de grond doen duiken, zodat ze niet geraakt worden door rondvliegende kogels. Kikvorsmannen brengen explosieven tot ontploffing die ze bij de trein hebben ingegraven.


De mariniers krijgen een geweldsinstructie mee. Zij dienen de negen kapers 'aan te houden c.q. indien noodzakelijk uit te schakelen.' Van den Breemen legt uit: 'Indien terroristen zich duidelijk waarneembaar overgeven, mag niet op hen worden gevuurd, doch wordt de kvgn procedure toegepast.'


De 'kgvn procedure' betekent: krijgsgevangenenprocedure. Bij De Punt zijn arrestaties een gepasseerd station. Net als in een oorlog zullen de mariniers hier krijgsgevangenen maken.


Vanaf het begin van de kaping is de geweldsinstructie al vaak aangepast. Zelf spreken de militairen over een schietbevel, of vuurbevel. Als het gaat om de mate van geweld, is er discussie tussen de ambtenaren aan het Plein en de militairen in hun legertenten.


Het eerste schietbevel was opgesteld door minister van Agt op 25 mei, de dag van de Tweede Kamerverkiezingen. Daarin kwam het begrip 'aanhouden' niet voor. De BBE moest op kapers vuren, desnoods 'in de romp.' Men vreesde executies in de trein. De paniek was zo groot dat zelfs de premier, Joop den Uyl, even aanschoof in het crisiscentrum.


Sindsdien klinkt in elke wijzing steeds nadrukkelijker het idee: de BBE moet niet vuren, maar kapers aanhouden. Schieten mag alleen 'ter fine van aanhouding'. Niet ter 'uitschakeling', behalve als het onvermijdelijk is. Het maakt de mariniers onzeker. Mogen ze schieten op een kaper die voor een raam staat met een wapen in zijn handen?


'Niet schieten', vindt het crisiscentrum.


Later, als alles voorbij is, zullen de militairen het cultuurverschil benoemen tussen hen en bestuurlijk Den Haag. Ze zullen waarschuwen: hoge ambtenaren en ministers moeten weten hoe de BBE bij een gijzeling te werk gaat. 'Voor zover nodig dienen ze hierover vooraf te worden ingelicht.'


Donderdag 9 juni

Geruststellend nieuws uit de trein. De Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) rapporteert op basis van afgeluisterde gesprekken dat de situatie niet acuut bedreigend lijkt. 'Onder de gijzelaars heerst de stemming: liever nog drie weken zitten dan een aanval van buiten.'


Maar de kapers uiten dreigementen. In een brief die ze meegeven aan twee Zuid-Molukse bemiddelaars die een laatste poging wagen om de kaping geweldloos te beëindigen, schrijven ze dat zij slechts twee mogelijkheden zien. 'Of vertrek naar het buitenland, of de dood.'


In de bunker in Assen presenteren stafofficieren het nieuwe aanvalsplan. Ze waarschuwen: 'De consequentie van dit plan is dat naar alle waarschijnlijkheid de terroristen allen zullen worden gedood.'


Dat is twee dagen voor de bestorming.


De ambtenaren aan het Plein regelen praktische zaken. Censuur voor de pers bijvoorbeeld. In de studio van de NOS zal een ambtenaar alle beelden voor uitzending goedkeuren. De BBE wil geen camera's in de buurt als zij zich moet bezighouden met - in de woorden van enkele hoge militairen - 'het neerschieten van kapers'.


Van Agt heeft het gebruik van 'hollow point' munitie goedgekeurd. Dit zijn kogels die in het lichaam blijven steken. In het oorlogsrecht is zulke munitie verboden. Maar formeel is dit geen oorlog; alleen een politiemissie waar krijgsgevangenen worden gemaakt.


Aan de vooravond van deze grote antiterreuractie levert Israël 'noise grenades': granaten die een enorme knal produceren, maar verder weinig schade aanrichten. Ze kunnen worden gebruikt in een kleine ruimte, zoals een treincoupé.


Kort voor middernacht wordt het aanvalsplan in Den Haag gepresenteerd aan Dries van Agt en andere betrokken ministers. Bij het besluit over de kaping zijn betrokken: Gaius de Gaay Fortman (Binnenlandse Zaken), Bram Stemerdink (Defensie), Max van der Stoel (Buitenlandse Zaken), Harry van Doorn (Cultuur) en Joop den Uyl.


Majoor Van den Breemen kiest in dit gezelschap een nieuwe naam voor de beschieting op de trein: 'compartimenteren'. Het doel blijkt niet alleen dat mariniers veilig kunnen oprukken, maar ook te voorkomen dat kapers zich verschuilen tussen gegijzelden.


De ministers maken zich zorgen dat bij het 'compartimenteren' ook gegijzelden worden geraakt. Maar hun plaatsen zijn bekend, stellen de militaire heren gerust. Met hypermoderne apparatuur als infraroodkijkers en helderheidsversterkers zal worden gekeken of ze niet van plaats veranderen. De ministers gaan akkoord.


Vrijdag 10 juni

In de wekelijkse ministerraad praat de regering opnieuw over de aanval. De notulen over dit onderwerp bevinden zich niet in een overheidsarchief. Ze zijn hen na afloop namelijk 'persoonlijk toegestuurd.'


Om 22.45 uur belt procureur-generaal Van der Feltz vanuit het Haagse crisiscentrum met de bunker in Assen: groen licht, mits de gegijzelden niet van plaats veranderen. De mariniers op de golfclub weten dan wat ze eigenlijk al drie dagen weten: over een paar uur gaan zij de trein in.


Zaterdag 11 juni

Er is een laatste foto van de trein, gemaakt één minuut voor het begin van de aanval. Boven de Drentsche Aa wordt het licht. Intercity 747 is gehuld in de mist van een zeer vroege ochtend. In de trein, achter de ramen en ook op een enkel tussenportaal, drijven vreemde, grijze wolken.


De foto is een warmteopname. De wolken zijn de inzittenden: 51 gegijzelden, negen kapers. Deze opname, gemaakt met een bij een fotozaak geleende camera moet bewijzen dat geen gegijzelden slapen in het deel van de trein dat wordt beschoten.


Maar de wolken zijn grijs en amorf. De stafofficieren erkennen achteraf: het vereist de blik van een deskundige om dit beeld te 'interpreteren en vertalen'. Warmtefotografie maakt geen onderscheid tussen kapers en hun gevangenen.


Codewoord 'Mercedes', het startsein voor de aanval, is al doorgegeven. Het is 11 juni, 4.53 uur. 'Gericht!', klinkt door de radio. De mitrailleurs en semi-automatische geweren van de beroepsschutters schieten gericht op de voorkant van de trein en de tussenportalen.


'Het vuur is geopend bij de trein te Vries', noteert een officier van justitie die de aanval gadeslaat. Het plan wordt uitgevoerd. De straaljagers razen over de trein. De precisieschutters verleggen hun vuur naar omhoog terwijl de mariniers springramen plaatsen - daar gaan de eerste deuren al. Ze zijn binnen, het 'zuiveren' begint.


Maar dan gaat alles anders. De eerste beschieting is minder fataal dan de legerleiding had voorspeld: niet alle negen kapers zijn gedood. Sommigen leven en zien de mariniers komen, zichtbaar aan hun lichte parahelmen zonder camouflage - onmiddellijk na afloop zullen hun superieuren andere helmen bestellen.


Een wapen wordt naar buiten gericht, de trekker overgehaald. 'Bij de trein wordt teruggeschoten.'


Het is 5.05 uur. De school in Bovensmilde, die tegelijkertijd is aangevallen, is inmiddels bevrijd. Daar zijn de vier Zuid-Molukse daders zonder bloedvergieten gearresteerd.


Op de spoordijk bij De Punt, buiten de trein, staat een groep mariniers, prutsend aan de ontsteker van hun springraam, dat niet werkt. De grootste antiterreuroperatie in de naoorlogse Nederlandse geschiedenis gaat gepaard met materiaalproblemen. Ook de Israëlische 'noise-grenades' blijken een flop: zowel militairen als gegijzelden stikken bijna in de rook.


In de trein banen mariniers zich schietend een weg door de coupés. De schoten worden heviger, noteert de officier van justitie. Het lijkt wel alsof er een handgranaat afgaat. Na veertien minuten is het 'zuiveren' voorbij. Boven de spoordijk wordt het stil.


Zes kapers zijn dood, over de gegijzelden is niets bekend. De officier van justitie waarschuwt: 'Medische verzorging moet nu onmiddellijk oprijden.'


Een mooie actie

Om halfzeven 's ochtends gaat in het Haagse crisiscentrum de telefoon. Het is de militaire bevelvoerder bij de trein: BBE-commandant Ruud Kloppenburg. Abraham Fonteijn neemt de telefoon aan, noteert haastig het eerste relaas vanaf het slagveld.


'Hij zegt: het was een mooie actie; hij viel echter niet mee. Het was een hard gevecht.'


Twee mariniers zijn bij de actie gewond geraakt. Een heeft een kogel in zijn arm, de andere splinters in het gezicht. 'Maar dat is geen probleem, dat komt allemaal in orde.'


Euforie op het crisiscentrum. Fonteijn: 'Ik heb de heer Kloppenburg namens alle aanwezigen hier in het crisiscentrum hulde gebracht voor zijn actie.'


Hij weet al dat er ook slecht nieuws is. Bij de aanval zijn twee gegijzelden omgekomen, een man en een vrouw. 'De inmiddels overleden zwaargewonde vrouw is door een overvaller neergeschoten', vertelt Kloppenburg. 'Daarop is deze door een aanvalshandgranaat en met een uzi-machinepistool buiten gevecht gesteld.'


Het gebruik van deze granaten was volgens de geweldsinstructie niet toegestaan. Ze mochten alleen buiten worden gebruikt 'ter afschrikking'.


Het is 06.33 uur op de ochtend van 11 juni. En daar, anderhalf uur na afloop na afloop van de aanval, worden de eerste feiten verdraaid die niet passen in het beeld van de mooie actie. Want de omgekomen jonge vrouw, Ansje Monsjou (20), is niet neergeschoten door een 'overvaller' - een in 1977 populaire term om kapers mee aan te duiden. Zij is gedood door militaire kogels.


De directeur van het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk stuurt een brief met het slechte nieuws. Ansje Monsjou is gedood door kogels met een stalen kern. Die zijn 'niet afkomstig van een van de door de kapers gebruikte wapens'. Monsjou lag op een tussenportaal dat bij de beschieting onder vuur is genomen.


Ook de gedode man, Rien van Baarsel (40), is geraakt door een kogel uit een militair wapen. Dit geeft echter geen zekerheid over de doodsoorzaak. Van Baarsel is vaker beschoten, maar de andere kogels hebben zijn lichaam doorboord en zijn nu onvindbaar.


Een jonge hoofdambtenaar van de afdeling staats- en strafrecht houdt alle opties open. Hij noteert een opmerking van een politieman in Assen: misschien stierf Van Baarsel wel een natuurlijke dood, ondanks al zijn schotwonden. 'Het is niet geheel uitgesloten dat de heer Van Baarsel aan een hartaanval is overleden.'


Deze ambtenaar zal later zelf minister van Justitie worden. Zijn naam: Ernst Hirsch Ballin.


De werkelijkheid wordt versluierd. De lichamen van de zes doodgeschoten kapers keren na autopsie terug naar hun ouders. Maar zij kunnen hun kinderen nooit meer aanraken: de lijkkisten zijn verzegeld. De gezichten zijn nog wel te zien, achter een glasplaat.


Verwondingen in het gezicht zijn zorgvuldig bijgewerkt, rapporteert de Friese procureur-generaal Willem van Binsbergen aan het ministerie. Hij zat in het beleidscentrum in Assen, dus kent de details over de aanval. 'Niet zichtbaar was of de lichamen overigens ten gevolge van schoten waren verwond, tenzij men de kisten geopend heeft.'


Beheerst geweld

De Tweede Kamer vraagt: wie is verantwoordelijk voor de operatie? 'Mijnheer de Voorzitter, het is degene die thans tot u spreekt', verzucht Dries Van Agt. Wat de militairen bij De Punt ook gedaan hebben: als minister van Justitie is alles hem aan te rekenen.


Van Agt hoopt premier te worden. Bij de verkiezingen, die ondanks de gijzelingen gewoon doorgingen, was hij lijsttrekker van het pas opgerichte CDA, dat de tweede partij van het land is geworden. Maar nu is zijn lot in Den Haag verbonden met alles wat goed en fout ging bij de bevrijding van een trein in een Drents moeras.


Op zijn departement stromen de dankbetuigingen binnen. Nederland is opgelucht dat de kaping ten einde is. Politiek Den Haag staat in sluimerstand. Het kabinet-Den Uyl is demissionair. Na het zomerreces zullen sommige Kamerleden nooit meer terugkeren. Aan het einde van dit politieke tijdperk is een van de laatste klusjes het bespreken van de Molukse gijzelingen.


Direct na de bevrijding ontstaan geruchten over gebruik van excessief geweld. Maar binnen twee weken na afloop accepteert de Tweede Kamer het officiële verhaal van de regering als politieke werkelijkheid. Dit verhaal gaat zo:


De bestorming van de trein was onvermijdelijk. De onderhandelingen waren stukgelopen. Na bijna drie weken in de trein was de gezondheid van de gegijzelden in gevaar. Bovendien dreigden kapers hen te doden. Er waren 'goede redenen' om dit serieus te nemen.


De aanval is uitgevoerd met 'beheerst geweld'. Voorafgaand aan de bestorming is de trein beschoten. Dit zorgde ervoor dat kapers zich tijdens de aanval niet konden verschuilen tussen de gegijzelden. De beschieting had 'niet tot doel hen te doden'.


Wel was de regering vooraf gewaarschuwd voor het risico dat enkele kapers konden omkomen. Zo is het ook gegaan. Geen van de zes gedode kapers is getroffen 'door een regen van kogels'.


Ook twee gegijzelden zijn om het leven gekomen. Wie hen heeft doodgeschoten, blijft in het officiële verhaal onbesproken. Maar de regering denkt aan hen en aan hun nabestaanden.


Teveel details

Ambtenaren aan het Plein bemoeien zich in de zomer van 1977 met het strafproces tegen de drie overlevende kapers. Er wordt vergaderd met onder meer de hoogste vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) in Noord-Nederland: procureur-generaal Van Binsbergen.


Doel is een rechtszaak met zo min mogelijk kans op hoger beroep. Het advies aan het OM is: vervolgen voor wederrechtelijke vrijheidsberoving (8 jaar cel). Juridisch lijkt het mogelijk om in te zetten op de verzwaarde variant van dit delict: wederrechtelijke vrijheidsberoving met de dood tot gevolg (12 jaar). Toch dient de officier van justitie daarvan af te zien.


Bij een zware aanklacht, schrijft raadsadviseur Ad Geelhoed - later een van de invloedrijkste ambtenaren van Nederland - kan de rechter besluiten tot een 'nauwkeurige reconstructie.' De mariniers zullen daarbij verantwoording moeten afleggen. Hun 'gewenste anonimiteit' zal sneuvelen. 'Bovendien zouden te veel details uit het actieverloop bekend kunnen worden.'


Het plan slaagt. Al drie maanden na de bevrijding van de trein worden de drie kapers veroordeeld door de rechtbank Assen. Ze krijgen gevangenisstraffen van zes en acht jaar, voor de delicten die ten laste waren gelegd: wederrechtelijke vrijheidsberoving en verboden wapenbezit.


Voor de langste treinkaping uit de wereldgeschiedenis is dit een milde sanctie. Hoger beroep blijft uit.


De officier van justitie betoogt dat de treinkapers dezelfde straf verdienen als de vier gijzelnemers van de school in Bovensmilde, waar geen doden zijn gevallen. Ook zij staan terecht in Assen. Dit verhaal is door de ambtelijke top bedacht als argument 'naar buiten toe.'


Regen van kogels

De ouders van de zes overleden kapers vertrouwen het niet. Zij zijn jarenlang militair geweest in Nederlands-Indië. Ze kennen de aanblik van doden die zijn gesneuveld in een vuurgevecht. Op basis van wat ze konden zien door de glazen ruit van de verzegelde kisten van hun kinderen, bespeuren zij 'onnodig en zwaar geweld.'


Ze vragen of hun arts inzage kan krijgen in de autopsierapporten. In maart 1978 belandt de zaak op het bureau van hoofdambtenaar Ernst Hirsch Ballin.


Hij onderzoekt door hoeveel kogels de kapers zijn geraakt. 12. 40. 18. 28. 12. 33. In tegenstelling tot wat zijn partijgenoot Van Agt in de Tweede Kamer betoogde, zijn ze 'wel degelijk door een regen van kogels getroffen'. 'Ook de verklaring van de minister, dat niet beoogd werd de kapers te doden, zal aan geloofwaardigheid inboeten.'


Het is negen maanden na afloop van de treinkaping, en het officiële verhaal van de regering blijkt onjuist.


Hirsch Ballin wikt en weegt. De autopsierapporten laten inzien, is geen optie. Maar inzage weigeren, is ook riskant. De ouders zullen denken 'dat er iets verborgen moet worden gehouden.' De 27-jarige ambtenaar overweegt een arts in te schakelen die oog heeft 'voor de ernstige gevolgen van een onbeperkte mededeling van de inhoud der sectierapporten'.


Het komt tot een compromis. De beroemde patholoog-anatoom Jan Zeldenrust maakt op basis van de autopsierapporten zelf aantekeningen. Op basis daarvan informeert hij de Zuid-Molukse arts.


Dit politiek explosieve spel loopt goed af. In een geheim schrijven wordt het ministerie bericht dat de Zuid-Molukse arts 'zijn erkentelijkheid voor het onderhoud heeft betuigd'. De autopsierapporten en de ambtelijke nota die het officiële verhaal onderuit haalt, verdwijnen in de kluis, ongezien voor de buitenwereld.


Ernst Hirsch Ballin (CDA)


Was toen: hoofdambtenaar bij de afdeling staats- en strafrecht.


Kreeg in maart 1978 de autopsierapporten van de zes overleden kapers op zijn bureau. Constateerde dat die niet overeenkomen met het officiële verhaal van Van Agt uit 1977.


Werd later minister van Justitie (2006-2010). Dacht toen nooit meer: er moet nog iets opgehelderd worden.


Dries van Agt (CDA)


Was toen: minister van Justitie. Was politiek verantwoordelijk voor de aanval op de trein. Zei na afloop in de Kamer: er is beheerst geweld gebruikt. De gedode kapers zijn niet getroffen door een regen van kogels. Er is niet geschoten om te doden. Zegt nu: Toen ik de Tweede Kamer informeerde, wist ik niets over aantallen kogels.





Ivo Opstelten (VVD)


Is nu: minister van Justitie. Kreeg in juni 2013 vragen van de Vaste Kamercommissie voor Defensie over een onderzoek waarin staat dat enkele kapers door mariniers zouden zijn geliquideerd.


Gaf geen inhoudelijk antwoord, maar verwees onder meer naar antwoorden van Van Agt uit 1977, waarvan 35 jaar geleden door Hirsch Ballin is vastgesteld dat ze onjuist zijn. Moet nu aanvullende Kamervragen beantwoorden.


Reactie

De Volkskrant heeft Henk van den Breemen en BBE-commandant Ruud Kloppenburg om een reactie gevraagd. Henk van den Breemen belde ondanks herhaalde verzoeken niet terug. Ruud Kloppenburg zegt: 'Ik ga niet ontkennen dat ik bij die actie betrokken was. Maar ik beantwoord geen vragen en ik geef geen enkele verdere informatie.'

Deze reconstructie is gebaseerd op het dossier 'De Molukse Acties' van het ministerie van Justitie, dat de Volkskrant mocht inzien in het Nationaal Archief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden