Treffen tussen twee grootheden

Een wonderschone, vrolijke, kwetsbare, beeldende én talige performance.

Lelijke trainingspakken, knalwitte sportschoenen en een houding van wie-doet-mij-wat; ogen die heen en weer schieten in een mager gezicht, ledematen die niet willen stoppen met kleine bewegingen te maken. Nee, dat ziet er niet goed uit.


Maar dan begint Abke Haring met haar monoloog en die is zo overrompelend poëtisch en zo prachtig vertolkt dat de ontroering in no time toeslaat. Dat haast onooglijke wicht in dat rare tenue en dan die vreemde dunne vent ernaast die uiteindelijk voorzichtig naar haar hand reikt - je wordt steeds even op het verkeerde been gezet - en dat is zeker niet de laatste keer tijdens deze voorstelling.


Song#2 heet ze en ze is het gloedvolle resultaat van een eerste samenwerking tussen Haring en Benjamin Verdonck. Een treffen tussen twee theatermakers met een heel eigen handtekening: zijn theater is sterk verbonden met beeldende kunst en de openbare ruimte, dat van haar is sober, esthetisch, haast uitgebeend, maar zeker niet gespeend van humor. Beiden zijn verbonden aan het Antwerpse Toneelhuis van Guy Cassiers, waar zij zich bovendien in diens regies als talentvol actrice bewees.


En nu is er dus Song#2, een wonderschone, vrolijke, kwetsbare, beeldende én talige performance. Het duo uit het begin ontdoet zich op vrij onorthodoxe wijze van hun hopeloze kledij: rechts op de speelvloer blijkt een fraaie helse machine te staan die binnen de kortste keren alles wat je erin gooit aan mootjes hakt. Slechts flarden resten ten slotte nog van die rare outfits. Maar ook van een mooi houten trappetje, een onschuldige bezem die er stond. Confronterend, die vernietigingszucht, maar ook wel weer grappig. Het tweetal op de vloer heeft er lol in. Daagt elkaar uit.


En dat wordt alleen maar meer in de volgende scènes, waarin ze elkaar bestormen, bespelen, begeleiden. Zonder kleren, maar nooit vulgair of zelfs maar licht erotisch; eerder speels en levenslustig, in volle acceptatie van de lichamelijkheid. Ontwapenend, maar niet in de laatste plaats ook knap uitgedacht en uitgevoerd, met iedere spier in zicht, de lijven belicht als beeldhouwwerken.


Boven de speelvloer verschijnen woorden van rood licht: mop, belleblaas, astronaut, deadline, trechter, nivootje, geheimpje - om er een paar te noemen. Soms lijken ze verband te houden met het spel op de vloer, een andere keer staan ze daar zo haaks op, dat het een komisch effect geeft; een gegeven waarmee Verdonck later speelt in zijn solo, een aaneenschakeling van zinnen, woordenstromen, die met nét een andere intonatie nét een andere betekenis krijgen.


Het slot is stil en beeldend als de twee spelers geconcentreerd werken aan de voltooiing van een sculptuur. Het resultaat bezien ze met een zekere voldoening. En die is helemaal terecht.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden