Tree Tops/Khao Sok

Voorbij Takua Pa doorkruist de bus de Zuid-Thaise jungle. De bestuurder heeft er lol in gierend door de bochten te scheuren, maar onderbreekt het avontuur om met collega's van een tegemoetkomende bus langs de weg whisky te drinken....

Aan de voet van de berg springen drie herdershonden blaffend tegen me op totdat ze in het Thais met een knauwerig Amerikaans accent tot de orde worden geroepen. Dwaila Armstrong spreekt me kort, maar krachtig toe: 'Je bent met de lijndienst gekomen? Je bent niet wijs, de bussen op deze route zijn het ergst van heel Thailand. Kies een van de boomhutten uit. Het eten is om half acht klaar.' Achter haar huis begint het regenwoud van Khao Sok. Weldra ben ik omringd door vissenstaartpalmen, lianen en kaarsrechte woudreuzen. Ik beklim de tien meter lange trap naar een hut rond een boomstam. Behalve een bed, stoel en tafeltje is er een ton met water en een wc met bril. Zelfs in het oerwoud eist men sanitaire discipline: Pour in water after every use please.

Ik luister naar het gejengel van de krekels, het gezeur van kikkers en het gehamer van een specht. Hier heten muggen romantisch muskieten, de regen moesson en het bos jungle. Toch is tropisch regenwoud minder ondoordringbaar dan wat jungle suggereert. De kruinen van de bomen vormen een hecht dak dat te weinig licht doorlaat voor weelderige bodemvegetatie. Khao Sok bruist van het leven, maar groot wild, zoals olifanten, tijgers, tapirs en beren zie je zelden. Toeristen vinden dat vaak 'nogal teleurstellend', hoewel ze van een vogelspin al van streek raken.

Ik wijk van het pad af en raak verstrikt tussen de met weerhaken gewapende ranken van een rotanpalm. Als ik me bevrijd heb, zit ik onder de bloedende schrammen. Nergens voltrekt de strijd om het bestaan zich zo dramatisch als in het regenwoud. Het inspireerde de Engelsman Alfred Russell Wallace tot de gedachte dat natuurlijke selectie tijdens de strijd de drijvende kracht is bij het ontstaan van soorten. Darwin, vrijwel onbekend met het tropisch regenwoud, had twintig jaar vergeefs op dat probleem gebroed. Toen hij in 1858 Wallace's manuscript over natuurlijke selectie ontving, werkte hij het razendsnel om tot het belangrijkste hoofdstuk in zijn Origin of Species -zonder Wallace te vermelden.

'Het tropisch regenwoud in Zuidoost-Azië is het oudste en meest complexe ecosysteem op aarde', staat in een boekje over Khao Sok. In Zuid-Thailand is het extra bijzonder vanwege de karst en de overgang met drogere bostypen. Een half uur lopen van de boomhutten groeien extreem zeldzame waaierpalmen; ernaast puilen vlezige gezwellen zo groot als een volleybal uit lianen, die in de kortste tijd stinkend zullen ontluiken tot de op een na grootste bloem ter wereld, Rafflesia kerrii.

Over een beek zijn twee staalkabels gespannen. Voor toeristen is het geschuifel over de trillende hangbrug, vijf meter boven het water, het summum van jungle-avontuur. Maar het is nog niets bij de ervaring van een man die wadend door de beek bijna een enorme slang uit een boom op zijn nek kreeg. 'Die man was, geloof ik, overwerkt en kwam hier juist om tot rust te komen', vertelt Dwaila 's avonds op de veranda. 'Enkele dagen later werd een parkwachter in de buurt door een vijf meter lange koningscobra aangevallen, waarschijnlijk hetzelfde exemplaar. Deze grootste gifslang op aarde wordt wel eens agressief als hij eieren of jongen heeft.'

We kijken uit op een orgie van vuurvliegjes. Eén raakt verstrikt in een haarlok van de Amerikaanse, waardoor zij op een mijnwerker lijkt. Om insecten te bestuderen vertrok zij begin jaren zeventig van het vlakke land van Iowa naar de Thaise jungle. Maar weldra zat ze vast aan een jong albino-olifantje waarvoor niemand wilde zorgen. Albinos zijn heilig in Thailand en na een jaar werd het dier ceremonieel aan de koning overhandigd, een eeuwenoude traditie. Aan de muur hangt een foto waarop Dwaila in een goudbrokaten sarong voor koning Bhumibol knielt; ernaast een paar kousen tegen bloedzuigers.

'Toen verscholen zich hier veel communisten', zegt Dwaila. 'Ze hielden de houtkappers uit het bos, die verdienste kun je hun niet ontzeggen.' Niettemin werd het gebied bestemd voor de houtkap. Dwaila's echtgenoot, Tanee Bhamaniyorm, een ambtenaar van bosbouw, wist de autoriteiten echter te overtuigen dat de natuur van Khao Sok uniek is en in 1980 werd het een nationaal park.

Aan de rand van het oerwoud fokte Dwaila inmiddels herten, varkens en runderen. Na een ongeval was ze gedwongen tot lichter werk en werd manager van een resort op Phuket. De toeristenindustrie inspireerde haar de vijf boomhutten te bouwen en later werd de accommodatie van Tree Tops Jungle Safaris uitgebreid met drijvende bamboehutten in een meer. Dwaila: 'De toeristische ontwikkeling van Khao Sok was niet meer tegen te houden. Ik wilde laten zien dat dit verantwoord gedaan kan worden.'

Qptimistisch is zij allerminst over natuurbehoud in Thailand. Aan de randen van Khao Sok maakt de jungle stilletjes plaats voor rubberplantages. Dieper in het woud wordt flink gestroopt. 'Herinner je je nog die gibbon die hier elke ochtend zong? Ik denk dat mensen uit de buurt hem hebben doodgeschoten'

Hoewel de belangstelling van de meeste bezoekers nogal beperkt is, frustreert het Dwaila dat het zo moeilijk is goede gidsen te vinden. 'Engelsen en Australiërs willen vaak veel informatie over het regenwoud', zegt ze. 'Maar Nederlanders lijken juist op zoek te zijn naar pret, terwijl Amerikanen comfort eisen. En van een groot deel van de reizigers heb ik geen flauw idee wat hen hier eigenlijk heenbrengt.'

Op een ruit jaagt een tjitjak achter een insect, terwijl Dwaila's Siamese kat klaarstaat de kleine gekko te bespringen. Schreeuwend grijpt Dwaila in de voedselketen in en voorkomt een gebroken ruit. Het gesprek belandt weer op slangen: de geelzwart gestreepte kraits die overdag onverstoorbaar in knoedels in de bomen hangen. 'Maar in het donker zijn deze gifslangen juist heel alert en soms achtervolgen ze zelfs de lichtbundel van een zaklantaarn'

Later strompel ik met een zaklantaarn door het bos op zoek naar mijn boomhut. Ik ben blij als ik onder mijn klamboe lig en geniet van het gepiep, gejengel, gekraak en gefluit van de jungle, dat als een symfonie klinkt. Wanneer ik heel nabij een disharmoniërend geschuur hoor, vlieg ik overeind en tuur ademloos in het donker. Komt een enorme koningscobra haar moederinstincten nu op mij botvieren? Net als in het vliegtuig probeer ik mijzelf te kalmeren met de gedachte dat de kans op een auto-ongeluk veel groter is. Zelfs in het oudste ecosysteem ter wereld gaat dit op: verkeersongelukken zijn er zelfs doodsoorzaak nummer één. Maar dat zijn zorgen voor morgen, in de bus terug.

De reiscolumns van Sjon Hauser verschijnen elke veertien dagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden