Trash XXL

Op een terrein bij een Vlaamse kunstinstelling wordt werk van Jacobus Kloppenburg tentoongesteld. Althans, wat er van over is, want de gemeente Amsterdam heeft het meeste verbrand.

Ten zuidwesten van Antwerpen, in het niemandsland langs de snelweg, opende afgelopen week een vreemdsoortig kasteeltje. Eigenlijk vormt wat het is en wat het bevat een epiloog; een nagekomen hoofdstuk bij een Amsterdams drama dat eindigde met de vernietiging van het levenswerk van kunstenaar Jacobus Kloppenburg. Ondanks protesten van museumdirecteuren als Jan Hoet, Rudi Fuchs en Hans van der Grinten en een stoet aan andere kunstbestuurders werd vrijwel al zijn werk door de gemeente Amsterdam in 1997 in beslag genomen en in 2008 verbrand. Het was een verhaal waarin redding steeds in zicht was maar ook altijd te laat kwam.


Nu, vijf jaar na dato, loop ik af op die epiloog. Voor de deur van de Verbeke Foundation in het Vlaamse Kemzeke staat een gebouw van vier verdiepingen en een torentje. Helemaal opgetrokken uit witte zeecontainers, dertien stuks, maat XXL. Het is ontworpen door Jacobus Kloppenburg (83 jaar) en herbergt wat er over is van zijn oeuvre. Afgelopen zondag ging de tentoonstelling voor onbepaalde tijd open.


Dertien zeecontainers, dat is enorm. Maar álles is hier enorm. De Verbeke Foundation, dat is: twaalf hectare grond in cowboystijl ten zuidwesten van Antwerpen, met 20 duizend vierkante meter expositieruimte in hallen, loodsen en kassen. Binnen en buiten is kunst gestrooid in alle maten - ruimte zat.


In 2008 las ondernemer Geert Verbeke, die zijn transport- en opslagbedrijf verkocht had om zijn leven aan de beeldende kunst te wijden, een krantenbericht over de Amsterdamse kunstenaar Jacobus Kloppenburg. Diens levenswerk Het Archief voor de Toekomst, bestaande uit duizenden tekeningen, assemblages en vooral heel veel gevonden voorwerpen, stond na een gedwongen ontruiming van Kloppenburgs studio door de gemeente al elf jaar kriskras door elkaar gegooid in containers opgeslagen (zie inzet). Kunstkenners pleitten tevergeefs voor teruggave en conservering.


Verbeke belde naar Amsterdam om te zeggen dat hij het geheel wel wilde ophalen. Ruimte zat tenslotte en met containers kon hij omgaan. Maar zijn aanbod kwam net te laat. Het totale werk was kort daarvoor door de gemeente naar een afvalverwerkingsbedrijf gebracht en verbrand; de as was nog warm.


Dit is er nog wél. Tekeningen op opengevouwen melkpakken. Assemblages ingelijst achter autoruiten, op de bodem van koffers of dozen, op sigarenverpakkingen. Tekeningen op gecraqueleerde tegels. Een delicate serie papier met roetvlekken, waarbij elke vlek tot een figuur is uitgewerkt. Tekst overal. SIGNATURE, STRUCTURE, NATURE, GESTURE staat er, in een ritmische, zelf ontworpen typografie.


De meest tere werkjes zijn de Artvocado Runen: avocadoschillen, ingesneden, platgedrukt en gedroogd tot mythologische wezens met Matisse-achtige zwier. De grappigste hangen in een prijzenkast met kleine trofeeën gemaakt van doppen en lintjes, The non-domestical Artist Awards.


Klauterend en dolend door het Kloppenburg-paviljoen zie je het misschien niet meteen. Vermomt het werk zich wellicht eerst als samengevoegde rotzooi. Maar dat duurt maar kort. Een woord uit het manifest bij de entree van het paviljoen blijft in het hoofd hangen. 'Trashtetical Litterature' staat daar, een typisch Kloppenburg-woordbouwsel. Dit ensemble is als een lezing waarin rommel (trash) en esthetiek in elkaar grijpen.


En dan duurt het niet lang of je vindt toegang tot het eerste mooie beeldrijm of de woordspeling. Kijk daar: een voetbal, de leren elementjes zo losgesneden dat ze samen een kruis vormen. Of dit: een bril waarin de glazen vervangen zijn door mergpijpen, om mee 'door merg en been' te kijken. En zie je dat eenmaal, dan ben je verkocht. Raak je zonder het te merken tot op het bot verkleumd in dat ijskoude (en in de zomer vast bloedhete) paviljoen, omdat er zo veel te ontdekken valt. Omdat er een luik in het hoofd is opengegaan en de geest kan gaan waaien.


Wat nu in België hangt, is een fractie van het levenswerk van Kloppenburg en ongeveer een tiende van wat daar nog van over is. Een deel komt uit het persoonlijke archief van Waldo Bien, de kunstenaar die in 2006 zijn eigen werk afsloot om fulltime Kloppenburg-ambassadeur te worden. De rest stamt uit de FIUWAC-collectie (Free International University World Art Collection), een op idealistische leest geschoeide kunstcollectie die in de geest van Joseph Beuys in 1999 werd opgericht in samenwerking met de Triodos Bank. Meningsverschillen tussen de kunstenaars en de bank over het eigendom van de werken deden het project als snel mislukken. In 2008 haalde initiatiefnemer Waldo Bien de FIUWAC-werken, waaronder veel Kloppenburg, terug uit de Triodos-kantoren in Zeist en Brussel en bracht ze onder bij Verbeke.


Is het eigenlijk erg dat er zo veel verloren ging? Ja, denk je wanneer je met een schitterend en - ook wel uitputtend - compleet boek van Patrick Healy en Waldo Bien uit 2005 op schoot zit. Filosoof Healy vergelijkt het Archief met de 19de-eeuwse Wunderkammer. Of nog liever: met incubatierituelen in grotten of tempels waar in afzondering verlichting te vinden is. Jacobus Kloppenburg stijgt uit de pagina's op als een verlichte geest.


Maar er staan ook fotocollages van het Archief in zoals het vlak voor de vernietiging aan de Lauriergracht stond. Dat oogt als een woekerend gezwel, hoe had dat ooit opgesteld moeten worden? Nee! Alsof je The Beanery van Edward Kienholz uitbreidt tot twee verdiepingen in het Stedelijk Museum en er dan een stier doorheen jaagt.


Erg? We zullen het nooit weten.


Wel is dit paviljoen, hoe ongeklimatiseerd en niet-ideaal ook (Bien: 'Het is geen oplossing, maar het is de beste oplossing die er nu is'), uitgangspunt voor een project van het Mondriaanfonds en de BKKC, het Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur. Dat begint een onderzoek naar 'oeuvrebeheer en nalatenschap' onder de naam project Archief voor de Toekomst. Er komt een presentatie, een conferentie, een leidraad: wie weet kan daarmee zo'n drama worden voorkomen.


En in de happy end-variant van dit verhaal wordt dit gekortwiekte oeuvre in ieder geval nog bestudeerd. Want dat wordt nu wel duidelijk: dat is het waard. Dit is geen werk van een outsider maar van een diepserieuze kunstenaar die in het sediment van de samenleving minutieus onderzoek deed. Naar de Gulden Snede, naar spiegeling, naar lichtval en toeval. Naar organische vormen, naar beeldrijm, naar absurditeit. Overal nog zijn aanzetten te vinden.


En Jacobus Kloppenburg zelf? Die is na de Grote Ramp, waarover hij zelf overigens zelden sprak, gewoon blijven werken. Nu is hij 83 jaar en volgens Waldo Bien in good spirits na een opening met wel duizend bezoekers. Lopen gaat wat moeilijk, maar hij drukt zich nog elke dag honderd keer op. Voor de toekomst.


Inzake Kloppenburg: 52.400 kilo kunst gaat in vlammen op


In mei 2008 laat de gemeente Amsterdam het 'Archief voor de Toekomst', een totaalkunstwerk van Jacobus Kloppenburg, verbranden. Het staat dan al sinds 1997 jaar in containers te verkommeren en de gemeente wil niet langer de opslagkosten voor de 52.400 kilo kunst betalen.


Jacobus Kloppenburg, in 1930 in de Jordaan geboren als zoon van een reclameschilder, werkt in de jaren vijftig als ontwerper van letters, stoffen en interieurs. Gelijktijdig vormt hij zich als kunstenaar en leeft als een asceet; slaapt nauwelijks en ontwikkelt het fysiek van een tanige bodybuilder.


Hij fotografeert, maakt aquarellen en assemblages van materiaal dat hij op straat vindt. De consumptiemaatschappij komt op; er is ineens veel meer 'afval' dan in de magere oorlogs- en wederopbouwjaren.


Elk afgedankt voorwerp wordt door hem op zijn inhoudelijke en esthetische potentie beoordeeld en indien nuttig bewaard. Vanaf begin jaren zestig groeit zijn verzameling uit tot het 'Archief voor de Toekomst'.


Als studio huurt hij het pand naast zijn geboortehuis, Pakhuis De Pelikaan aan de Lauriergracht 109. Het Archief wordt gaandeweg een bijna ondoordringbaar stelsel van voorwerpen, kunstwerken en gangetjes, waar alles zijn plaats heeft. Kunstenaar, vriend en belangenbehartiger Waldo Bien: 'Het was een levend organisme. Als je iets neerzette was het even later verdwenen. Het absorbeerde alles'.


Kloppenburg heeft ook ateliers in Düsseldorf (waar hij kennismaakt met de 'Beuys-klas') en in Friesland, waar hij afwisselend met zijn gezin woont. Hij verdiept zich extensief in de geschriften van Rudolf Steiner en in het gebruik van de gulden snede. Na vijftien jaar in de BKR begint hij vanaf de jaren tachtig te exposeren. Verkopen vindt hij moeilijk; de groeiende interesse in zijn pasteltekeningen leidt ertoe dat hij ze bijna niet meer maakt.


In de booming jaren negentig wil huisbaas en garagehouder Arie Ruska zijn panden aan de Lauriergracht tot luxe appartementen verbouwen. De huurders worden geïntimideerd en bedreigd, Kloppenburg wil niet vertrekken. Tijdens zijn afwezigheid laat Ruska alvast een liftschacht aanleggen. Dit heeft lekkage tot gevolg en trekt de aandacht van de inspectie. Het Archief van Kloppenburg wordt als brandgevaarlijk beschouwd.


Intussen is het museum Schloss Moyland bij Kleve in Duitsland, dat een collectie aquarellen van Kloppenburg bezit, geïnteresseerd in overname. Maar de gecompliceerde verhuizing vergt tijd, meer dan de gemeente heeft. Er volgt luid en herhaaldelijk protest uit de kunstwereld, van museumdirecteuren en fondsen. Het Archief wordt ondermeer vergeleken met de Merzbau van Dada-kunstenaar Kurt Schwitters. Dat legendarische, uit straatafval opgebouwde totaalkunstwerk in Schwitters woning ging verloren in de jaren dertig en geldt sindsdien als toetssteen voor dit soort werk. Te laat; op 14 oktober 1997, twee weken voor de voorgenomen verhuizing naar het museum in Kleve, begint de ontruiming.


Ondanks de gemeentelijke toezegging van 'uiterste zorgvuldigheid' wordt het Archief door een sloopbedrijf in dertien containers geschoven, bouwpuin er bovenop. Alles ligt door elkaar, is beschadigd of kapot. Schloss Moyland kan het werk in deze staat niet meer overnemen, het Instituut Collectie Nederland spreekt na een inspectie in 2001 van een 'total loss'. Maar bij een bezoek in 2005 worden nog kostbare aquarellen uit de rommel gered en meermalen protesteren kenners als Rudi Fuchs, Evert van Straten, Sjarel Ex, Jan Hoet en een trits buitenlandse experts tegen de steeds dreigende vernietiging.


Na ruim tien jaar getouwtrek rond de containers eindigt het archief na een plotselinge manoeuvre van stadsdeelvoorzitter Els Iping in 2008 in vlammen. Waldo Bien: 'Ik heb hier lades vol met toezeggingen en handtekeningen. Als ik één ding heb geleerd, is dat die niets waard zijn.'


'HET IS JULLIE ROMMEL'


Commentaar op onze consumptiemaatschappij? Het is een van de interpretaties van het 'Archief voor de Toekomst' dat Jacobus Kloppenburg in dertig jaar verzamelde. Als oorlogskind kon hij in elk geval verspilling niet aanzien. 'Het is geen rommel', zegt Kloppenburg zelf. 'Het is júllie rommel.'


Verbeke Foundation, Westakker, 9190 Kemzeke (Stekene), België. Open: di-do, 9-17u, wo gesloten. verbekefoundation.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden