Trap niet in de appelmoesval

Gek kunnen ze je maken, kinderen die niet meer eten. Of nooit verder komen dan die boterham met hagelslag. V helpt ouders met trucs en wijsheden.

Voedselinstinct

De mens is een omnivoor. Volgens E.P. Köster, emeritus hoogleraar psychologie van het voedingsgedrag, leidt dat ertoe dat hij weliswaar 'alles' kan eten, maar dat hij dat heel voorzichtig aanpakt, aangezien er in de natuur onder dat 'alles' heel wat zit dat giftig kan zijn. Een enkel hapje proberen en dan afwachten of je ziek wordt, is de beste strategie. Dat zit zó ingebakken in onze soort - noem het instinct - dat nieuwe smaken walging oproepen als je er meteen veel van eet. 'Je bord leeg eten' zeggen bij iets nieuws is dus een puike manier om de betreffende smaak voor tijden in de categorie afschuwelijk in te delen.


Het kind groeit toch wel

Vaak gaat het lange tijd goed. Vaders scheppen op tegen elkaar: 'Die van mij lust alles: olijven, artisjok, asperges!' Opeens komt de klad erin. Waarom? Het kind heeft een nieuw speeltje gevonden: het woordje 'nee'.


Peuters spelen met eten en eten soms weinig of blieven niet meer dan een hapje van iets nieuws. Niks aan de hand, ware het niet dat ouders - en dan toch nog altijd vaker de moeders - bang worden. 'Het kind moet toch groeien!' Maar kinderen groeien niet van eten. Kinderen groeien door hormonen, die door het lichaam zelf aangemaakt worden, onafhankelijk van de voeding. Al eten ze een hele week niet, dan groeien ze toch. En met die 'essentiële voedingsstoffen' loopt het ook wel los. Zeker aangezien geen kind het volhoudt een week niet te eten.


Maar is er eenmaal een conflict, dan heb je een probleem. Een kind dat alleen nog gekookte wortels wil, of uitsluitend boterhammen met hagelslag, krijgt bepaalde belangrijke dingen niet binnen.


Laat je niet op de kast jagen

Niet eten en niet slapen zijn de effectiefste methodes voor een kind om dwars te liggen. Je krijgt er gegarandeerd je ouders mee de kast op.


Dus zoeken papa's en mama's naar manieren om voeding naar binnen te organiseren. Een simpele is afleiden, gevolgd door bedelen: 'ach toe, doe het nou voor mij.' Of: 'en nu een hapje voor papa!'


De volgende stap is straffen en belonen: als je je bord (niet) leegeet, krijg je (g)een toetje. Heel slecht, volgens Köster. Je geeft daarmee toe dat het eten op het bord vies is.


De weigering bestrijden met argumenten, zoals uitleggen dat iets gezond is, werkt al helemaal niet. Ook daarmee bevestig je dat het niet lekker smaakt.


Lekker kun je leren

De mens wordt geboren met een duidelijke smaakvoorkeur voor zoet en een afkeer van bitter, en niet veel meer. Er zijn aanwijzingen dat het eten van de moeder al voor de geboorte en ook daarna, als ze borstvoeding geeft, van invloed is op de voorkeuren van het kind.


Verder is alle voorkeur daarna aangeleerd. En van de afkeer van bitter komen de meeste mensen nog af ook, het vaakst rond de puberteit, zeker als dat bitter in gezelschap is van zoet (Campari!) of zout.


Voorkeuren - wat is lekker en wat niet - ontstaan onder invloed van verschillende factoren. Wat papa en mama zelf graag eten speelt een grote rol.


Schaarste is een andere. Geef iets alleen af en toe of, beter, bij uitzondering (patat, cola of snoep bijvoorbeeld) en het wordt er alleen maar lekkerder van. Het idee dat een kind 'er niet aan went' door het maar zelden te geven heeft dus een averechts effect. Dat zal helaas ook werken op alle goedbedoelde adviezen om zoutloos of zoutarm te koken: zoute Cup-a-Soup of chips worden na een jeugd van natriumbeperking niet als te zout ervaren, maar juist als geweldig lekker.


Je kunt schaarste wel als een wapen hanteren om iets lekker te maken: één hapje aanbieden van het grotemenseneten. 'Maar meer niet, hoor!' Ook imitatie van anderen - ouders, grotere broers of zussen - is belangrijk bij het leren eten van nieuwe dingen. Als kinderen naar de kinderopvang of school gaan, komen daar hun leeftijdgenootjes bij. Als ze al van spruitjes hielden, is dat snel voorbij: de al dan niet aanwezige bitterheid (hangt sterk van de bereiding af) wordt van kind op kind doorverteld.


Kinderen eten eerder te veel

Een bord móéten leeg eten is geen goed idee. Doorgaans voelen kinderen zelf haarfijn aan hoeveel ze nodig hebben. Het gevaar van overgewicht is groter dan dat ze te weinig binnenkrijgen. Uit de zogenoemde ABCD-studie, een gezamenlijk project van de GGD en AMC, in samenwerking met het VUmc en de Universiteit van Tilburg, kwam naar voren dat veel ouders hun te dikke kinderen niet als te dik zien. Dat geldt vooral als de ouders zelf overgewicht hebben.


Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek, vertelde onlangs in NRC nog voorstander te zijn van het dwingen tot eten. Heel jammer en niet verantwoord, vindt Stefan Kleintjes, lactatiekundige-kinderdiëtist en schrijver van Eten voor de Kleintjes. 'De hoeveelheid en smaak van voedsel mag nooit onderwerp van disciplinering zijn. Eten - jezelf voeden - is een eerste en uitermate individuele levensbehoefte. Vergelijk het met ademen, zien, horen. Als je daar door jou gewenst gedrag mee afdwingt, draag je niet bij tot de ontwikkeling van zelfstandigheid en creëer je eetstoornissen zoals anorexia en obesitas.'


Gewoon mee-eten

Apart koken voor de kinderen zou niet nodig moeten zijn (na de overgangsperiode van melk naar vaste voeding). Natuurlijk is het zo dat er dingen zijn die een kind niet lust - meestal groente. Soms is dat tijdelijk, soms duurt het langer. Trap niet in de val om appelmoes naast, in plaats van of door het eten te doen. Appelmoes is een verkapte vorm van suiker - je maakt dus gewoon al het eten zoet. Dat is ongezond en je kind went nooit aan gewone smaken.


Niet meer pureren

De laatste jaren rukt de 'methode-Rapley' op. Volgens Gill Rapley kun je zeer kleine kinderen niet alleen gepureerde hapjes geven, maar juist ook vast voedsel, in stukken en stukjes. Daarmee spelen ze, ze sabbelen erop en zo leren ze nieuwe smaken en texturen kennen. Het speelt in op de natuurlijke behoefte van baby's om te onderzoeken.


Kliederen en rotzooien met eten

Het belangrijkste advies is: laat je niet opjutten als ouder. Bied aan, laat proeven, maar dring niet op. Raak niet in paniek als kinderen weinig of eenzijdig eten, zelfs een paar dagen achter elkaar.


Eet aan tafel, nooit met een bord op schoot voor de tv, en neem, zeker bij kleintjes, de tijd. Laat ze kliederen en rotzooien. Geef ze, zo nodig geprakt, hetzelfde als je zelf eet of laat ze hapjes proeven; als ze zien dat jij het ook eet, is dat aantrekkelijk. Zelfbereide maaltijden en hapjes zijn altijd beter, mits je je als koker goed informeert over wat het grut mag en aankan. Gebruik potjes alleen als noodoplossing.


Betrek als dat lukt de kinderen bij de keuze en de bereiding van de maaltijd.


Aandacht voor het eten op een leuke manier helpt. Volkskeukenschrijfster Tallina van den Hoed doet spelletjes zoals de kinderen blinddoeken en ze allerlei verschillende hapjes geven. Raden! 'Zo bleek dat dochter ab-so-luut geen satésaus lust en zoon geen witlof. Maar de rest ging er best in. En ze zeiden eerlijk wat ze ervan vonden, dat vond ik nog het coolst.'


Extra: Uit eten met kinderen

Voor de allerkleinsten speelt het nog niet, maar al snel is het zover: bij uit eten gaan in een restaurant is er voor de kinderen het kindermenu. In negen van de tien gevallen bestaat het uit friet met kroket of knakworst, appelmoes en ijs toe. Dat hing Susan Aretz zo de keel uit dat ze een site maakte voor het betere kindermenu, smulpaapje.nl. Inmiddels staan er al meer dan honderd restaurants op, waar je óf interessanter eten voor je kind krijgt óf van grotemenseneten kleine porties kunt bestellen.


Extra: Meer lezen, weten en eten

Als basisboek is de aanrader Stefan Kleintjes' Eten voor de Kleintjes (waarvan in mei bij Kosmos een compleet nieuwe uitgave verschijnt, met als ondertitel Kleintjes 0-4 jaar leren zelf eten).


Marjolein de Vlaam beschrijft in haar boek Wereldeters (eigen uitgave, wereldeters.nl) hoe ze haar (iets oudere) kinderen aan het eten kreeg door aan elk gerecht een verhaal te koppelen, spannend en exotisch.


Iets vergelijkbaars deden Laura Emmelkamp en Scato van Opstall met Keet Smakelijk (eigen uitgave, keetsmakelijk.nl). Zij maakten daarbij nog een apart boekje voor de allerkleinsten, het Peuter Soepboek.


Ook voor de allerkleinsten is Samen aan tafel van Gees van Asperen (eigen uitgave, babycooking.nl), dat recepten bevat die tegelijk voor ouders en (met minimale aanpassingen) voor baby's en peuters geschikt zijn. Van Asperen geeft ook workshops.


De website babyendreumeseetfestijn.nl is een instructieve, smakelijke site van vegetariër Annemieke Dubbeldeman.


Het Voedingscentrum geeft met folders, workshops en via voedingscentrum.nl adviezen voor alle ontwikkelingsfases van kinderen. Het is wel erg vanuit een dieetstandpunt geschreven: veel plezier straalt er niet vanaf. Goedbeschouwd lopen de aanbevelingen parallel met die voor grotere kinderen en volwassenen. Hoe je kinderen kunt opvoeden tot lekkerbekken komt er bijvoorbeeld niet in voor.


Op internet valt op hoezeer diëtisten de dienst uitmaken als het om kindereten gaat. Binnen de kortste keren gaat het weer over gezondheid en het risico op overgewicht; pret met eten komt steevast op de tweede plaats. De eerder genoemde boeken zijn een stuk vrolijker.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden