Trabi's

Ik loop met mijn dochter (17) door Berlijn. Langs een trottoir staat een rijtje Trabants geparkeerd...

Bert Wagendorp

‘Kijk’, zeg ik, ‘ouwe Trabi’s.’

‘Trabi’s?’, vraagt ze.

Ik zeg dat Oost-Duitsers vroeger, als ze geluk hadden, na een paar jaar wachten een polyester Trabant konden kopen. Mits ze zich als voorbeeldige burgers van de DDR hadden gedragen. In Oost-Berlijn, zeg ik, rook het naar bruinkool en naar Trabi’s.

Ze kijkt me aan alsof ik het heb over de geuren van het oude Babylon.

Het is een wereld die zes maanden voor haar geboorte – een eeuwigheid dus – ophield te bestaan. Ze kent de grote lijnen, West-Duitsland, Oost-Duitsland, de Muur en de hereniging. Maar het is abstracte kennis, jaartallenhistorie, verplichte leerstof.

Wil je weten hoe snel de geschiedenis verglijdt, ga dan een weekje naar Berlijn met een 17-jarige.

We huren een appartement in de Schönhauser Allee. De jongens van Rammstein begonnen er met hun genadeloze Tanzmetall. Maar dat was dus al na de Wende, in de moderne tijd, ruim na de Middeleeuwen.

Ik heb zelf nog stukken van de Muur staan bikken, in 1989, en nu zie ik in de souvenirshops verpakte brokjes Muur (met graffiti) te koop liggen, voor 29,90 euro.

‘Kopen?’, vraag ik aan mijn dochter. ‘Toch bijzonder, een stuk Muur met graffiti.’

Voor haar hoeft het niet. De Muur, dat is de grijze lijn in het plaveisel voor de Reichstag, twee klinkers breed. Een vreemd verhaal uit een andere tijd en een andere wereld, toen krankzinnigheid kennelijk heel gewoon was en ze een Muur dwars door de stad bouwden.

Die brokstukken, lees ik even later in Philippe Remarques mooie Boze geesten van Berlijn, worden geleverd door een man die een afgebroken stuk Muur heeft opgekocht en opgeslagen en die zodoende nog decennia lang de shops kan bevoorraden – hij voorziet het beton eigenhandig van graffiti, aangezien het een grijs en onbeschilderd stuk Muur betrof.

Bij Checkpoint Charlie begin ik haar uit te leggen hoe dat ging, als je met de auto naar de andere kant wilde. En dat de mensen daar niet graag met je spraken, vanwege de Stasi.

‘Tijd voor een fotomoment’, onderbreekt ze mijn onbegrijpelijke college uit de oertijd. Naast het fake-douanekantoortje staan een fake-Rus en een fake-Amerikaan. Tegen een vergoeding mag je met ze op de foto.

De DDR als historisch curiosum. Nog even en niemand gelooft meer dat de boeren- en arbeidersstaat ooit echt heeft bestaan.

Ik loop door de straten van Prenzlauer Berg en probeer me in te beelden dat het Kerst 1988 is. Het lukt me niet. In café Anna Blume in de hippe Kollwitzstrasse bruncht de jonge en welvarende elite die de wijk in bezit heeft genomen. De DDR is een zucht geleden, maar toch iets onvoorstelbaars geworden.

In de Karl Liebknechtstrasse, tegenover de Dom, is het DDR Museum. Daar kun je in een Trabi zitten en kijken hoe de Stasi werkte.

Als we eruit komen is het gevoel van onvoorstelbaarheid alleen maar versterkt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden