Toxopeus was effectieve politicus van het midden, ook in de VVD

De VVD’er Toxopeus was weinig ambiteus, maar gaf toe best premier te hebben willen worden. De vrije zaterdag werd onder zijn ministerschap ingevoerd.

Edzo Hendrik Toxopeus (Amersfoort, 1918), zondag overleden, zoals de VVD gisteren bekendmaakte, was de zoon van een predikant. Na zijn rechtenstudie wilde hij kinderrechter worden, maar het werd de politiek. Hij viel op door zijn heldere en gevatte optreden in de Bredase gemeenteraad.

In 1956, 38 jaar oud, ging hij de VVD-Tweede-Kamerfractie versterken. Hij werd al gauw de ‘politieke zoon’ van de almachtige liberale leider Pieter Oud. Deze schoof hem in 1959 naar voren als minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Quay (1959-1963).

Als minister was Toxopeus voorzichtig en pragmatisch. Hij voerde het ‘trendbeleid' in voor de salarissen van ambtenaren, wat inhield dat die in de pas gingen lopen met de marktsector. Hij paste tevens een forse denivellering toe, teneinde de kwaliteit van hoge ambtenaren te verbeteren. Onder zijn ministerschap kwam de vrije zaterdag tot stand. In zijn benoemingenbeleid zorgde hij ervoor dat het relatief kleine aantal VVD-burgemeesters uitgebreid werd. Ook begon hij een herziening van het decoratiestelsel.

Toxopeus was een man van het midden, zowel in de VVD als tijdens het omroepconflict dat leidde tot de val van het kabinet-Marijnen (1963-1965) en het einde van zijn ministerschap. Eén gevecht speelde hij heel hard als minister. Hij weigerde uitbreiding van Amsterdam met de Bijlmermeer. Maar na een heftige Amsterdamse lobby dwong een Kamermeerderheid in 1964 de annexatie van de Bijlmermeer af.

Inmiddels was hij VVD-lijsttrekker geworden. Algemeen werd aangenomen dat de zachtmoedige ‘echte’ liberaal de verwachte lange strijd met de rechtse senaatsfractieleider Van Riel niet aandurfde. Maar Toxopeus stemde toe en zette de conservatieve, relschopperige, vaak ook geestige Van Riel regelmatig stevig in de hoek. Dat deed hij trouwens ook met linkse dissidenten in de VVD, zoals Hans Gruijters, die daarop de partij verliet.

In het klimaat van de latere jaren zestig kreeg Toxopeus - ietwat onverdiend - de naam behoudend te zijn. Volkskrant-columnist Henry Faas schamperde dat het VVD-idealisme niet verder reikte dan ‘het fatsoen van de tennisbaan’. Toxopeus antwoordde al blij te zijn als iedereen dát opbracht.

Onmiskenbaar had de VVD-leider moeite met de woeligheid en het morele anarchisme van die tijd. Hij was een precieze, correcte en hoffelijke man met duidelijke grenzen aan zijn liberale tolerantie. Hij verschafte rust, maar misschien toch iets te veel. Zo deed hij geen moeite het gedachtegoed van die jaren met een open blik te bezien en nieuwe stromingen binnenboord te houden.

Zo wordt hem (en Van Riel) aangewreven dat D66 kon ontstaan. Het was wellicht zijn enige politieke nederlaag en het leidde mede tot zijn vertrek. Maar tegelijk heeft hij daarmee de latere rechtse omslag van de VVD (onder Wiegel, Haya van Someren-Downer en Van Riel) geruime tijd uitgesteld.

Zijn tactische faam ontleende de VVD-leider vooral aan de kabinetsformatie van 1963, waarin hij de christelijke partijen slim uitspeelde tegen de PvdA. Tijdens het kabinet-Cals (1965-1966) viel hij op als rustige oppositieleider. Subtiel stoken van achter een beleefde façade, dat kón hij en vond hij leuk.

Na de kabinetsformatie van 1967 bood hij fors tegenspel aan formateur Biesheuvel (ARP), die hij te veel van politieke kleur vond verschieten. Toxopeus was opgelucht dat Biesheuvel mislukte en de minder veeleisende Piet de Jong (KVP) premier werd. Een jaar na die formatie zei Toxopeus onomwonden dat hij eigenlijk zelf premier had willen worden. Hij vond het ondeugdelijk van de christelijke partijen dat zij de VVD steeds het premierschap onthielden, terwijl een kleine partij als de ARP wel aan bod kwam.

In 1970 vertrok Toxopeus even plotseling als hij gekomen was. Hij wilde meer tijd voor zijn gezin. Toxopeus zou tien jaar een overwegend succesvol commissaris blijven in een toen nogal links Groningen.

Toxopeus was tussen 1980 en 1988 lid van de Raad van State en werd in 1985 Minister van Staat. Een van de laatste keren dat hij naar buiten trad, was toen hij in de jaren tachtig bezwaar maakte tegen de VVD-leus ‘Gewoon jezelf zijn’. Hij vond dat een te egoïstische kreet.

Hij was niet ambiteus of diepzinnig, maar wel een effectief politicus en een opmerkelijke man.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden