Toverfee

Voor de introductie van haar nieuwe plaat had ze geen mooiere omgeving kunnen bedenken, het intieme historische slottheater van de Habsburgers in Wenen....

Natuurlijk klinkt haar stem zelfs door de telefoon prachtig. Een opgewekte coloratuur klatert door de hoorn van Londen naar Amsterdam. 'Lond'n', zegt ze met een perfecte Engelse intonatie. Want daar is Cecilia Bartoli nu. Aan het oefenen op de rol van Euridice voor haar debuut in 'Cov'nt Gard'n', op 15 oktober. Nee, niet de Euridice uit de Orfeo van Christoph Willibald Gluck, maar die uit de Orfeo van Joseph Haydn, die ze een paar jaar geleden al met succes op cd heeft gezet.

'No-no-no-no', zingt ze aan de andere kant van de Noordzee. De Euridice van Gluck heeft ze nog nooit gezongen. 'Ik was altijd al gefascineerd door Gluck, maar net als veel andere mensen kende ik voornamelijk zijn Franse opera's, niet zijn Italiaanse.' Dat is nu wel even drastisch veranderd. Op haar nieuwe cd (vanaf volgende week in de winkels) staan uitsluitend Italiaanse aria's van Gluck, die deze eer overigens indirect te danken heeft aan de succesvolle Vivaldi-cd die Bartoli twee jaar geleden lanceerde. Aria's uit La clemenza di Tito bijvoorbeeld. De titel is bekend door Mozart, maar de Clemenza van Gluck is uit 1752 - Mozart moest nog geboren worden. 'Ik ontdekte de Italiaanse Gluck via Metastasio', verklaart Bartoli. En voor de zekerheid: 'Een groot dichter. Enkele van de Vivaldi-aria's zijn ook op tekst van hem.' Zodoende.

Zodoende was het feest op 4 juli 2001 in het Weense Schloßtheater Schönbrunn waar de 'nieuwe Cecilia' ten doop wordt gehouden. 'Het is een cd waar we veel van verwachten', zegt een vertegenwoordiger van Bartoli's platenmaatschappij Universal, 'en dat is dus ook wel een feestje waard.' Het is een relatief klein gezelschap dat zich, opgefrist door een korte maar hevige zomerbui, in het slotpark - het fraai geconserveerde buiten van de Habsburgse monarchen - bijeenvoegt. Maar het is nog altijd groot genoeg om het intieme theater te vullen waar ooit keizerin Maria Theresia met haar verzamelde kinderschare en hofhouding voorstellingen heeft bekeken.

Zoals naar alle waarschijnlijkheid de première op 24 januari 1765 van Il Parnaso confuso, op tekst van Pietro Metastasio en op muziek van Gluck. Er is nog een schilderij van, door Johann Franz Greipel, dat tegenwoordig in de werkkamer van de Oostenrijkse bondspresident in de Hofburg hangt. De orkestleden, in rode livrei, zitten met hun rug naar het publiek. Op het podium staan enkele dames met diepe decolletés in bevallige houdingen en het publiek - ja, het publiek zit er eigenlijk net zo bij als wij. Weliswaar niet als een rijtje hofdames in uniforme groene jurken, maar toch.

De barokke plafonds, de schilderingen, de rode stoelen: je stapt zo tweeënhalve eeuw terug. Alleen zitten de leden van de Akademie für Alte Musik Berlin op het podium. Zou het zo geklonken hebben, denk je wanneer Bartoli de aria 'Di questa cetra in seno' uit Il Parnaso confuso inzet. Maar al gauw doet dat er eigenlijk niet meer toe. Zodra haar stem tevoorschijn komt achter de sluier van een zachtomfloerste opening in een wiegend cantabile tempo en een eerste triller laat horen op de woorden 'D'amabili deliri' zijn heden en verleden daadwerkelijk samengevloeid tot een tijdloos delirium.

Coloraturen, die virtuoze versieringen die zangers veranderen in piepkonijnen en hortende fluitketels, stromen bij Bartoli haar lichaam uit. Al die ingewikkeldheid is bij haar puur plezier en sensueel klankgenot. Elke klank is fysiek, direct, bijna aanraakbaar. En van al haar muzikale wapens is haar pianissimo wel een van de indrukwekkendste. Als een teer zeepbelletje blaast ze heel zachtjes zo'n noot de zaal in, je voelt hem langsstrijken, als een nauwelijks hoorbare ademtocht en net als in een echte bel, zie je heel even die kleurbrekingen schitteren in het transparante schijnsel van het niets.

'Bang?', vraagt Bartoli, 'om je gemoedsstemmingen uit te drukken?' No-no. Voor techniek en moeilijke hoge noten kent ze geen angst. 'Niet echt. Wat werkelijk moeilijk is, is om geloofwaardig te zijn, om de juiste expressie over te brengen.' En juist Gluck, die zo in het geweer kwam tegen de ijdelheid van al die zangers en hun voorliefde voor virtuositeit, blijkt toch ook volop gelegenheid te bieden voor wat bij Bartoli transformeert tot (oneerbiedig gezegd) een hoogtepunt van vocale erotiek. Maar laat één ding gezegd zijn, bij monde van Bartoli zelf, een coloratuur is nooit en te nimmer alleen maar een versiering. 'Er zijn zoveel soorten coloraturen, lyrisch, dramatisch, maar ze hangen altijd samen met een stemming, een gevoel. Het zijn geen oefeningen.'

Het zijn overigens ook lang niet altijd grote woorden en grote gevoelens waarmee ze stormen veroorzaakt. Zo gaat 'Quel chiaro rio' uit La corona over een onschuldig beekje dat een grote rivier wordt. 'De rivier beweegt in samenhang met de seizoenen en tussen de seizoenen verandert die rivier. Dat moet je ook allemaal met je stem uitdrukken.' Het publiek - vertegenwoordigers van het Weense muziekleven en van diverse geledingen van platenmaatschappij Universal uit landen als Japan, Engeland, Frankrijk en Nederland - is compleet overrompeld. Zoals elk publiek waarvoor Bartoli optreedt.

Maar Schönbrunn is speciaal, vindt zij ook. 'De atmosfeer is geweldig, maar wat het echt bijzonder maakt is de intimiteit van de ruimte. Je hebt dan echt alle vrijheid om te spelen met je stem, de akoestiek is zo goed, je kunt veel meer risico's nemen.'

Na afloop van het concert gaat het feest verder in de Glorietta, het pronkvolle buitenhuis bovenop de heuvel. De 'toverfee van de coloratuur', zoals ze is genoemd, wordt gebracht door een Weense Fiaker met twee paarden. De champagne vloeit, een strijkkwartet speelt, en aan onze voeten strekt heel Wenen zich uit. De Mama van Bartoli, haar lerares en coach, is er. En haar vriend, Claudio Osele, die de aria 'Berenice, che fai' uit Antigono voor zijn geliefde in een Italiaanse klooster bij Bologna terugvond en er met aanvulling uit archieven in Brussel, Wenen en Milaan een kritische uitgave van verzorgde.

Of Bartoli met deze gasten op de foto wil, en deze, en deze. Bartoli wil het allemaal. Ze is de diva, de mascotte, het knuffeldier van de platenmaatschappij. Een avond lang kan de wereld niet meer kapot.

It was magic, lacht de fee twee maanden later in Londen. En even klatert het beekje weer door de hoorn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden