Touwtrekken om opbrengst leveronderzoek

Het onderzoek waarin bij leverpatiënten kunstmatig koorts werd opgewekt, was al omstreden. Maar het Utrechtse academisch ziekenhuis is er nog niet van af....

In de zomer van 2001 vraagt het Universitair Medisch Centrum Utrecht leverpatiënt Peter Docter mee te doen aan een experimenteel onderzoek naar hepatitis C. Docter heeft al jaren last van deze ernstige virusziekte die leidt tot een slopende moeheid en de lever onherstelbaar beschadigt. Medicijnen helpen niet meer. Hij is uitbehandeld.

Het idee achter het onderzoek komt uit de Verenigde Staten waar het bedrijf First Circle Medical (FCM) een apparaat heeft ontwikkeld waarmee bij patiënten kunstmatige koorts kan worden opgewekt. Bij die zogeheten hyperthermie wordt bloed via de lies afgetapt, buiten het lichaam opgewarmd naar 41,8 graden en via de andere lies weer in het lichaam gepompt. Gevolg: het immuunsysteem, dat bij patiënten als Docter het virus niet meer bestrijdt, wordt geactiveerd.

Bijzonder hoogleraar leverziekten Jan van Hattum heeft een jaar aan de voorbereiding gewerkt. Hij is benaderd door Bert Huttenga, FCM-contactpersoon in Europa. Na een strenge medische keuring zijn dertien patiënten geselecteerd.

Kosten van het onderzoek: bijna 400 duizend euro. FCM levert de verwarmingsmachine en maakt de kosten van operatiekamer, bedden en personeel over naar de onderzoeksafdeling van de Maag Lever Darm Stichting.

Kort daarvoor heeft Van Hattum met het UMC een overeenkomst gesloten waarin staat dat hij jaarlijks 80 duizend euro moet binnenhalen via contracten met het bedrijfsleven. Van Hattum is niet de enige: door financiële problemen kan het ziekenhuis minder geld besteden aan onderzoek. Alle afdelingen moeten inleveren en zelf zien waar ze het geld vinden.

Van Hattum besluit een tweede contract met FCM te sluiten over een extra fee van ruim 40 duizend dollar voor hem persoonlijk, om die afspraak met het ziekenhuis te kunnen nakomen. Hij meldt dat niet.

Het eerste deel van die extra beloning wordt door FCM naar de onderzoeksstichting overgeboekt. Maar omdat de fiscus dergelijke stichtingen beschouwt als commerciële bedrijven, die 35 procent vennootschapsbelasting moeten betalen, laat Van Hattum het tweede deel, 26.250 dollar, overmaken naar zijn privé-rekening.

Eind 2001 krijgt Peter Docter de hyperthermiebehandeling. Een paar weken lang loopt hij slecht door de blauwe plekken in zijn liezen. Door de opwarming en de verweking van de huid heeft hij blaren en op zijn stuit een doorligplek. Ook andere patiënten hebben klachten.

Bij Docter verdwijnen de bijwerkingen en al snel voelt hij zich beter. Na een jaar blijkt uit de resultaten van het onderzoek dat het aantal virusdeeltjes in het bloed flink afneemt, maar dat het effect tijdelijk is. Docter voelt in de loop van 2002 de vermoeidheid terugkomen.

Daarom komt Van Hattum met het idee voor een tweede onderzoek: eerst het bloed opwarmen en dan patiënten een jaar lang een cocktail geven van medicijnen. Hij vermoedt dat hij daarmee de doodklap aan het virus kan geven. Hij selecteert tien patiënten, van wie vier ook aan de eerste studie hebben meegedaan. Een van hen is Docter.

Het ziekenhuis sluit met FCM een nieuw contract voor vier ton en Van Hattum vraagt wederom in een apart contract om extra geld. FCM belooft 60 duizend dollar en biedt hem 50 duizend warrants: het recht om vóór een bepaalde datum aandelen FCM te kopen. De arts maakt daar geen gebruik van.

Voor het tweede onderzoek komt geen cent binnen, noch bij het ziekenhuis, noch bij Van Hattum. FCM is in financiële problemen geraakt en reageert niet op aanmaningen van Van Hattum. De patiënten hebben de hyperthermie gehad en zijn met de medicijnkuur bezig. De resultaten zijn veelbelovend: het virus lijkt verdwenen. Het hyperthermie-apparaat kan goud waard zijn. Wereldwijd lijden 170 miljoen patiënten aan hepatitis C.

Huttenga, inmiddels weg bij FCM, vreest dat het onderzoek strandt en roept zakenman Leo Geeris te hulp. Die richt de b.v. Love to be Healthy (L2BH) op en benadert het UMC. Financieel manager Winifred Krekel tekent op 23 mei 2003 een contract met L2BH, dat meteen 185 duizend euro betaalt. In een zogeheten sideletter maakt ze een voorbehoud vanwege een mogelijke claim van FCM. Die tekst blijkt later voor meerdere uitleg vatbaar.

Vier dagen later laat Krekel FCM per e-mail weten dat zij met een andere partner in zee is gegaan. Ze heeft er echter geen goed gevoel over en alarmeert op

20 juni het ziekenhuisbestuur. Het ziet ernaar uit, beseft ze, dat de rechten twee keer zijn verkocht. Een week later zoekt ze contact met FCM, dat inmiddels geld aan het ziekenhuis heeft overgemaakt. FCM geeft haar afschriften van de privé-contracten met leverarts Van Hattum.

Het bestuur vindt de uitleg daarover van Van Hattum onwaarschijnlijk. De arts had met de inkomsten uit het FCM-onderzoek al genoeg geld binnengehaald om aan zijn verplichting tegenover het ziekenhuis te voldoen. Als hij de belasting had willen omzeilen, had hij het geld rechtstreeks naar het ziekenhuis kunnen laten overmaken. Nu moest hij er zelf inkomstenbelasting over betalen.

Verbijsterd is het bestuur over de warrants. Daarmee is de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Van Hattum heeft er op deze manier belang bij om de onderzoeksresultaten gunstig voor te stellen. Dan worden zijn aandelen meer waard.

Op 10 juli besluit het bestuur een onderzoekscommissie in te stellen. Een week later spant FCM een kort geding aan om de studieresultaten te verwerven. Het ziekenhuis krijgt van FCM de geanonimiseerde patiëntengegevens en ontdekt dat bij een aantal patiënten ernstige bijwerkingen zijn opgetreden. In afwachting van de resultaten van de commissie schort FCM de rechtszaak op.

Op 2 september brengt de commissie verslag uit bij het UMCbestuur. Conclusie: Van Hattum is op zijn minst slordig omgesprongen met onderzoeksgeld en heeft de bijwerkingen niet aan de medisch-ethische commissie gemeld.Daardoor worden de voorlopige resultaten rooskleuriger voorgesteld dan ze zijn. De commissie adviseert om hem geen wetenschappelijk onderzoek met patiënten meer te laten doen. Van Hattum bestrijdt de visie van de commissie maar het UMC neemt de conclusies over. Daarop neemt hij ontslag.

FCM stelt zich sinds het interne onderzoek op achter het UMC. Dat heeft, schrijft FCM-directeur Drew McCartney in een e-mail aan de Volkskrant, in het belang van de patiënten gehandeld. L2BH ziet zijn investering in rook opgaan, vermoedt kwade opzet van het ziekenhuis en eist een getuigenverhoor. Het UMC-bestuur legt de schuld bij FCM: die heeft Van Hattum warrants geboden en de objectieve uitvoering van het onderzoek op het spel gezet.

Peter Docter is net weer op controle in het ziekenhuis geweest als hij op 11 september een brief over het onderzoek krijgt van Melvin Samsom, de baas van Van Hattum. 'Voor zover wij op dit moment hebben kunnen nagaan, heeft u geen ernstige bijwerkingen ondervonden', schrijft Samsom. Als Docter vragen heeft, kan hij bellen.

Een paar dagen later ziet hij tot zijn verbijstering op de website van het ziekenhuis dat Van Hattum weg is. In de krant leest hij om welke ernstige bijwerkingen het gaat. Hij voelt zich geschoffeerd. De patiënten zijn gewoon vergeten, zegt hij. 'Ik heb twee zware jaren gegeven voor de wetenschap en er kan niet eens een telefoontje van af.'

Docter is ervan overtuigd dat de zaak niet klopt. In november 2002 is hij met Van Hattum meegeweest naar een bijeenkomst van de leverpatiëntenvereniging waar hij over zijn klachten vertelde. In het medische tv-programma Vinger aan de Pols verscheen de leverarts met een andere patiënt. 'Hij had niets te verbergen', concludeert Docter. Volgens het ziekenhuis is er een groot verschil tussen klachten die met het experiment te maken kunnen hebben en ernstige of onverwachte bijwerkingen: de patiënt met forse neurologische schade is nooit op tv geweest.

Het UMC Utrecht heeft twee wetenschappelijke publicaties over het tweede onderzoek gepland. Op advies van de onderzoekscommissie zal daar de naam van Samsom onder staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden