Tourmalet

Ik zal mijn vakantie dit jaar doorbrengen op mijn werkzolder, maar dat verhindert niet dat ik komende week twee dagen in de Pyreneeën zal verblijven, preciezer gezegd op de Col du Tourmalet, de slechte berg in de buurt van het bedevaartsoord Lourdes....

Je hoeft niet te reizen om ergens te komen, mits voldoende voorzien van verhalen – in woord, geluid of beeld. Daarmee voed je het inbeeldingsvermogen dat de futiliteit van je lijfelijke afwezigheid compenseert: de wereld ligt aan je voeten, voor nog minder geld dan je betaalt bij een vliegende prijsbokser.

Al dat gereis leidt nergens toe, pak liever een boek.

Mijn vriend de hooggeleerde Tourkenner Jeroen Wielaert schreef Het Frankrijk van de Tour, reisgids voor Frankrijkgangers en wielerliefhebbers. In dat kloeke en rijk geïllustreerde prachtwerk voegt Wielaert zijn geliefde Frankrijk, zijn nóg teerder beminde Tour en alle verhalen, mythes en legenden die daarmee samenhangen aaneen tot één lange ode aan land, wedstrijd en verbeelding – je hoeft er niet eens meer heen.

Dat is bepaald het soort boek dat je goed kunt gebruiken, wil je vanuit je Noord-Hollandse zolderraam de Tourmalet kunnen zien, en Oscar Lapize die er omhoog kruipt, de 21ste juli 1910, op zijn voorwereldlijke fiets zonder versnellingen, en die er als eerste in de geschiedenis bovenkomt – althans, als eerste fietser.

Luister naar Oscar Lapize, die de Tourbazen huilend van ellende uitmaakt voor moordenaars, omdat hij nog niet in de gaten heeft dat ze in het cyclisme het lumineuze idee hebben gekregen de poging tot moord als heroïek te verkopen.

Ik zie hem, aanstaande dinsdag, als de etappe in de Tour de France voert van Bagnères de Luchon naar Pau, over de Aspin naar de Tourmalet en dan door naar de Col d’Aubisque. En donderdag weer, als les forcats de la route vanuit Pau eerst de Marie-Blanque moeten beklimmen, dan doorgaan naar de Soulor, waarna nóg een keer de Col du Tourmalet wacht – ditmaal ligt de finish op de top: dubbele hoogmis op de flanken.

De Tourmalet is een berg zoals er wel meer zijn. Maar het verschil met andere bergen is dat hij op 21 juli 1910, woensdag precies een eeuw geleden, voor het eerst werd beklommen door wielrenners die deelnamen aan de Tour de France. Dat en de talloze beklimmingen die volgden hebben hem geheiligd en tot de Olympus van de Ronde van Frankrijk en het wielrennen gemaakt; de geest van vele wielergoden waait er rond de kale rotsen.

De Tourmalet, vijf keer ben ik er in het spoor van het Tourpeloton overheen getrokken, en telkens was er de verbazing – en ook de lichte teleurstelling.

Een plek kan zo zwaar zijn beladen met historie en verhalen, dat hij in al zijn gewoonheid door de mand lijkt te vallen als je er rondloopt – heeft zich dat híer allemaal afgespeeld? Ik had dat op de Acropolis, in het Forum Romanum, op Omaha Beach, aan de Somme, in het huis van Victor Hugo en op tientallen andere plaatsen – en dus ook op de Col du Tourmalet.

Je kijkt om je heen, of je een flard van de mythes kunt waarnemen, of je iets van het gevloek van de oude helden kunt horen, of je het zweet ruikt van Merckx’ legendarische exploit over de Tourmalet, 15 juli 1969.

Niks. Een berg.

Ook daarom is het beter te reizen in de geest, niet gestoord door de ordinaire werkelijkheid en benzinedampen.

Mocht u er niettemin toch op uittrekken, dan wens ik u een fijne vakantie. Tot over vier weken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden