Tourkoorts

Voor iemand die niets van wielrennen begrijpt, zijn het zware weken. Zoals vrouwen zeuren over de overdreven aandacht voor een voetbaltoernooi en (heteroseksuele) mannen over hetzelfde euvel tijdens het Eurovisie Songfestival, zo vloek ik regelmatig binnensmonds als de Tourkoorts over het land trekt.


Toch heb ik het dit weekend geprobeerd. Lekker vroeg voor de buis en zo half Frankrijk, vierhonderd geschoren mannenkuiten en twee vrije dagen aan je voorbij zien trekken. Zou het me beroeren?


Dat het altijd nog eentoniger kan dan fietsen, bewees RTL 7 op zondag met een liveverslag (!) van een viswedstrijd, maar dat terzijde.


De eerste koersdag bleek een 'overgangsetappe', maar zondag zou het echt gebeuren. Men beklom de Mont Ventoux, een naam die zelfs mij niet was ontgaan. Het beloofde een dag vol heroïek te worden - ideaal voor een bekering.


Vrijdag rond half 5 gebeurde er iets belangwekkends, want op Twitter las ik 'schitterend', 'vive le vélo!' en 'oh la la!'. De berichten gingen gepaard met de hashtag #tdf, die ik na enig peinzen thuis kon brengen. Nog steeds wist ik niet wat voor schoonheid zich voltrok, maar dat het schoon was, stond vast.


Het duurde even voordat ik het kon toegeven, maar de bron van mijn wielerergernis is jaloezie. Waarom kan ik fietsende mannen niet op waarde schatten, terwijl het overduidelijk salonfähig is? Tijdens de Tour de France heb ik ineens het idee dat ik niet bij de Club voor Liefhebbers van Oersport hoor.


Tuurlijk, van De Avondetappe genieten, dat is geen kunst. Wie niet in zekere mate gebiologeerd naar Mart Smeets kan kijken die 'Jij hóúdt van die berg' zegt, heeft geen enkel gevoel voor cult noch camp. Als mijn huisgenoten rond half 11 afstemmen op Nederland 1, kijk ik mee, lach ik op gezette tijden en lees ik de volgende dag in de column van Frank Heinen wat wielrennen nou zo mooi maakt.


Dat werkt prima, al vat ik het nog steeds niet. Dat ik nog nooit een heel Tourverslag keek, zal er iets mee te maken hebben. Maar met Wikipedia erbij wist ik waarom Hoogerland zaterdag een 'chasse patate' was en Contador zondag 'zijn jasje uitdeed'.


Toch ben ik bang dat het ijdele hoop was, beste lezer, want ik kon de koers na twee dagen nog niet lezen. De opwinding die zich meester maakte van commentatoren Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot toen die 'dekselse Trentin', potdomme de 'benjamin van de groep', als eerste over de finish ging, voelde ik niet. 'En zo ziet winnen er dan uit', zei Dijkstra (of Ducrot), maar ik zag het niet. Ze hadden 'zelden zo'n finale gezien' en hoewel dat ook voor mij gold, geloofde ik niet dat zij de waarheid spraken.


Waarom Mollema de volgende dag zijn Ventoux-maagdelijkheid niet moest 'verstieren' door te oefenen op die berg was me ook een raadsel - al lag dat niet aan mij, vermoed ik. En toen Thijs Zonneveld, sidekick van Mart, de Ventoux 'gewoon een berg' noemde, kon ik niet anders dan hem gelijk geven.


'Dit heeft het fietsen nodig!', zei Ducrot (of Dijkstra). Hij had het niet over de winst van Froome, maar over de wheelie van Sagan. Ik knikte instemmend.


Zondagavond keek ik naar mannen die het wél begrepen en opeens wist ik waarom ik niet tot hun genootschap hoorde. Net als de renners zelf waren dit duursporters. Wie dacht ik dat ik was dat ik binnen twee dagen de Tour kon temmen? 'Parijs is nog ver weg. Niet opgeven', hoorde ik Mart zeggen of misschien verbeeldde ik het me. Hoe dan ook: het advies nam ik ter harte. Met een hard hoofd, dat wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden